Avatar of Vocabulary Set Wiskunde

Vocabulaireverzameling Wiskunde in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Wiskunde' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

intercept

/ˌɪn.t̬ɚˈsept/

(verb) onderscheppen, afvangen, afluisteren;

(noun) onderschepping, afvang

Voorbeeld:

The police managed to intercept the drug shipment.
De politie slaagde erin de drugstransport te onderscheppen.

plane

/pleɪn/

(noun) vlak, plat vlak, vliegtuig;

(verb) schaven, vlak maken

Voorbeeld:

The points all lie on the same plane.
De punten liggen allemaal op hetzelfde vlak.

function

/ˈfʌŋk.ʃən/

(noun) functie, doel, bijeenkomst;

(verb) functioneren, werken

Voorbeeld:

The main function of the heart is to pump blood.
De belangrijkste functie van het hart is het pompen van bloed.

model

/ˈmɑː.dəl/

(noun) model, maquette, mannequin;

(verb) modelleren, poseren, vormen

Voorbeeld:

He built a model airplane.
Hij bouwde een modelvliegtuig.

constant

/ˈkɑːn.stənt/

(adjective) constant, voortdurend, onveranderlijk;

(noun) constante

Voorbeeld:

The machine makes a constant humming noise.
De machine maakt een constant zoemend geluid.

expression

/ɪkˈspreʃ.ən/

(noun) uitdrukking, expressie, zegswijze

Voorbeeld:

Art is a form of self-expression.
Kunst is een vorm van zelfexpressie.

equivalent

/ɪˈkwɪv.əl.ənt/

(adjective) gelijkwaardig, equivalent, gelijk;

(noun) equivalent, gelijkwaardig

Voorbeeld:

One dollar is equivalent to 100 cents.
Eén dollar is gelijk aan 100 cent.

intersect

/ˌɪn.t̬ɚˈsekt/

(verb) kruisen, doorsnijden

Voorbeeld:

The two roads intersect at the edge of the town.
De twee wegen kruisen elkaar aan de rand van de stad.

scatter plot

/ˈskæt̬.ɚ ˌplɑːt/

(noun) spreidingsdiagram, strooiingsdiagram

Voorbeeld:

The scatter plot shows a strong positive correlation between study hours and exam scores.
Het spreidingsdiagram toont een sterke positieve correlatie tussen studie-uren en examencijfers.

variable

/ˈver.i.ə.bəl/

(adjective) variabel, veranderlijk;

(noun) variabele

Voorbeeld:

The weather here is highly variable.
Het weer hier is zeer variabel.

scale

/skeɪl/

(noun) schaal, omvang, schub;

(verb) beklimmen, bestijgen, schubben

Voorbeeld:

The Richter scale measures the magnitude of earthquakes.
De schaal van Richter meet de omvang van aardbevingen.

figure

/ˈfɪɡ.jɚ/

(noun) cijfer, getal, figuur;

(verb) denken, verwachten, uitvinden

Voorbeeld:

The latest unemployment figures are alarming.
De laatste werkloosheidscijfers zijn alarmerend.

domain

/doʊˈmeɪn/

(noun) domein, gebied, vakgebied

Voorbeeld:

The king's domain extended across several kingdoms.
Het domein van de koning strekte zich uit over verschillende koninkrijken.

graph

/ɡræf/

(noun) grafiek, diagram;

(verb) grafisch weergeven, plotten

Voorbeeld:

The report included a graph showing sales trends over the last quarter.
Het rapport bevatte een grafiek die de verkooptrends van het laatste kwartaal liet zien.

histogram

/ˈhɪs.tə.ɡræm/

(noun) histogram

Voorbeeld:

The data was visualized using a histogram to show the distribution of ages.
De gegevens werden gevisualiseerd met behulp van een histogram om de leeftijdsverdeling te tonen.

interval

/ˈɪn.t̬ɚ.vəl/

(noun) interval, tussenruimte, tussenpoos

Voorbeeld:

There was a long interval between the two events.
Er was een lang interval tussen de twee gebeurtenissen.

linear function

/ˈlɪn.i.ɚ ˈfʌŋk.ʃən/

(noun) lineaire functie

Voorbeeld:

The equation y = 2x + 3 is a classic example of a linear function.
De vergelijking y = 2x + 3 is een klassiek voorbeeld van een lineaire functie.

rational function

/ˈræʃ.ən.əl ˈfʌŋk.ʃən/

(noun) rationale functie

Voorbeeld:

The graph of a rational function often has vertical and horizontal asymptotes.
De grafiek van een rationale functie heeft vaak verticale en horizontale asymptoten.

coordinate

/koʊˈɔːr.dən.eɪt/

(verb) coördineren, afstemmen, matchen;

(noun) coördinaat, coördinaten;

(adjective) gelijkwaardig, coördinerend

Voorbeeld:

We need to coordinate our efforts to finish the project on time.
We moeten onze inspanningen coördineren om het project op tijd af te krijgen.

linear equation

/ˈlɪn.i.ɚ ɪˈkweɪ.ʒən/

(noun) lineaire vergelijking

Voorbeeld:

The teacher asked the students to solve the linear equation for x.
De leraar vroeg de leerlingen om de lineaire vergelijking voor x op te lossen.

correspond

/ˌkɔːr.əˈspɑːnd/

(verb) overeenkomen, corresponderen, briefwisseling hebben

Voorbeeld:

The results of the experiment correspond with our predictions.
De resultaten van het experiment komen overeen met onze voorspellingen.

term

/tɝːm/

(noun) term, uitdrukking, termijn;

(verb) noemen, betitelen

Voorbeeld:

The legal term 'habeas corpus' is often misunderstood.
De juridische term 'habeas corpus' wordt vaak verkeerd begrepen.

axis

/ˈæk.sɪs/

(noun) as, alliantie

Voorbeeld:

The Earth rotates on its axis.
De aarde draait om haar as.

satisfy

/ˈsæt̬.ɪs.faɪ/

(verb) bevredigen, voldoen aan, overtuigen

Voorbeeld:

The new policy aims to satisfy both employees and management.
Het nieuwe beleid is erop gericht zowel werknemers als management te bevredigen.

coefficient

/ˌkoʊ.ɪˈfɪʃ.ənt/

(noun) coëfficiënt, factor

Voorbeeld:

In the expression 3x + 2y, 3 is the coefficient of x.
In de uitdrukking 3x + 2y is 3 de coëfficiënt van x.

quadratic

/kwɑˈdrætɪk/

(adjective) kwadratisch;

(noun) kwadratische vergelijking, kwadratische functie

Voorbeeld:

We need to solve the quadratic equation.
We moeten de kwadratische vergelijking oplossen.

regression

/rɪˈɡreʃ.ən/

(noun) regressie, terugval, regressieanalyse

Voorbeeld:

After a period of improvement, the patient showed signs of regression.
Na een periode van verbetering vertoonde de patiënt tekenen van regressie.

equidistant

/ˌiː.kwəˈdɪs.tənt/

(adjective) op gelijke afstand

Voorbeeld:

The town is equidistant from the two major cities.
De stad ligt op gelijke afstand van de twee grote steden.

collinear

/kəˈlɪn.i.ɚ/

(adjective) collineair

Voorbeeld:

In geometry, three or more points are said to be collinear if they all lie on a single straight line.
In de meetkunde worden drie of meer punten collineair genoemd als ze allemaal op één rechte lijn liggen.

theorem

/ˈθiː.rəm/

(noun) stelling, theorema

Voorbeeld:

Pythagorean theorem is fundamental in geometry.
De stelling van Pythagoras is fundamenteel in de meetkunde.

period

/ˈpɪr.i.əd/

(noun) periode, tijdperk, punt;

(exclamation) punt uit, klaar

Voorbeeld:

The Roman Empire lasted for a long period.
Het Romeinse Rijk duurde een lange periode.

evaluate

/ɪˈvæl.ju.eɪt/

(verb) evalueren, beoordelen, schatten

Voorbeeld:

It's impossible to evaluate these results without knowing more about the research methods.
Het is onmogelijk om deze resultaten te evalueren zonder meer te weten over de onderzoeksmethoden.

scientific notation

/ˌsaɪənˈtɪf.ɪk noʊˈteɪ.ʃən/

(noun) wetenschappelijke notatie

Voorbeeld:

The distance to the sun is often written in scientific notation.
De afstand tot de zon wordt vaak in de wetenschappelijke notatie geschreven.

diagram

/ˈdaɪ.ə.ɡræm/

(noun) diagram, schema, tekening;

(verb) diagrammeren, schematiseren

Voorbeeld:

The teacher drew a diagram of the human heart on the board.
De leraar tekende een diagram van het menselijk hart op het bord.

matrix

/ˈmeɪ.trɪks/

(noun) matrix, omgeving, context

Voorbeeld:

In linear algebra, a matrix is a fundamental concept.
In lineaire algebra is een matrix een fundamenteel concept.

factorial

/fækˈtɔːr.i.əl/

(noun) faculteit;

(adjective) faculteits-

Voorbeeld:

The calculation involves finding the factorial of a number.
De berekening omvat het vinden van de faculteit van een getal.

vector

/ˈvek.tɚ/

(noun) vector, drager;

(verb) vectoriseren, richten

Voorbeeld:

The displacement of the car can be represented as a vector.
De verplaatsing van de auto kan worden voorgesteld als een vector.

determinant

/dɪˈtɝː.mɪ.nənt/

(noun) bepalende factor, determinant, determinant (wiskunde);

(adjective) bepalend, doorslaggevend

Voorbeeld:

Hard work is a key determinant of success.
Hard werken is een belangrijke bepalende factor voor succes.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland