Vocabulaireverzameling Rekenkunde en statistiek in SAT-woordenschat voor wiskunde en logica: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Rekenkunde en statistiek' in 'SAT-woordenschat voor wiskunde en logica' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) gemengd getal
Voorbeeld:
(noun) priemgetal
Voorbeeld:
(noun) rationaal getal
Voorbeeld:
(noun) irrationaal getal
Voorbeeld:
(noun) complex getal
Voorbeeld:
(noun) reëel getal
Voorbeeld:
(noun) geheel getal
Voorbeeld:
(noun) geheel getal
Voorbeeld:
(noun) fractie, deel, breuk
Voorbeeld:
(adjective) decimaal;
(noun) decimaal, kommagetal
Voorbeeld:
(noun) onechte breuk
Voorbeeld:
(verb) betekenen, bedoelen, van plan zijn;
(adjective) gemeen, vals, gierig;
(noun) gemiddelde
Voorbeeld:
(adjective) deelbaar
Voorbeeld:
(noun) wortel, oorzaak, grondslag;
(verb) wortelen, zich vestigen, doen wortelen
Voorbeeld:
(noun) bereik, scala, gamma;
(verb) variëren, reiken, rangschikken
Voorbeeld:
(noun) vierkant, plein, kwadraat;
(adjective) vierkant, eerlijk, rechtvaardig;
(verb) kwadrateren, rechtmaken, uitlijnen;
(adverb) recht, precies
Voorbeeld:
(noun) gemiddelde, doorsnee;
(adjective) gemiddeld, doorsnee;
(verb) gemiddeld zijn, een gemiddelde bereiken
Voorbeeld:
(noun) oplossing
Voorbeeld:
(noun) product, artikel, uitkomst
Voorbeeld:
(noun) quotiënt, graad
Voorbeeld:
(noun) factor, oorzaak, deler;
(verb) meenemen, incalculeren, ontbinden
Voorbeeld:
(noun) waarde, belang, prijs;
(verb) waarderen, schatten, op prijs stellen
Voorbeeld:
(noun) ongelijkheid
Voorbeeld:
(noun) vergelijking, gelijkstelling
Voorbeeld:
(noun) minimum, het minste;
(adjective) minimaal, geringst
Voorbeeld:
(adjective) exponentieel
Voorbeeld:
(adjective) lineair, rechtlijnig, opeenvolgend
Voorbeeld:
(noun) gemeenschappelijk veelvoud
Voorbeeld:
(noun) gemeenschappelijke deler, gemeenschappelijke factor
Voorbeeld:
(noun) gemene deler
Voorbeeld:
(noun) kleinste gemene noemer, kleinste gemene deler
Voorbeeld:
(noun) waarschijnlijkheid, kans, kansberekening
Voorbeeld:
(noun) schatting, raming;
(verb) schatten, ramen
Voorbeeld:
(noun) rekenkundige rij
Voorbeeld:
(noun) frequentie, regelmaat, golflengte
Voorbeeld:
(noun) distributie, verdeling, spreiding
Voorbeeld:
(noun) mediaan, middenberm, scheidingsstrook;
(adjective) mediaan
Voorbeeld:
(noun) modus, wijze, stand
Voorbeeld:
(noun) standaarddeviatie, standaardafwijking
Voorbeeld:
(noun) foutmarge
Voorbeeld:
(noun) trendlijn
Voorbeeld: