Avatar of Vocabulary Set Basisvoedingsstoffen

Vocabulaireverzameling Basisvoedingsstoffen in Voedseltechnologie: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basisvoedingsstoffen' in 'Voedseltechnologie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

calorie

/ˈkæl.ɚ.i/

(noun) calorie

Voorbeeld:

A typical apple contains about 95 calories.
Een typische appel bevat ongeveer 95 calorieën.

carbohydrate

/ˌkɑːr.boʊˈhaɪ.dreɪt/

(noun) koolhydraat

Voorbeeld:

Pasta is a good source of carbohydrates.
Pasta is een goede bron van koolhydraten.

cholesterol

/kəˈles.tə.rɑːl/

(noun) cholesterol

Voorbeeld:

Eating a healthy diet can help manage your cholesterol levels.
Een gezond dieet kan helpen om uw cholesterolgehalte te beheersen.

enzyme

/ˈen.zaɪm/

(noun) enzym

Voorbeeld:

Digestion relies on various enzymes to break down food.
De spijsvertering is afhankelijk van verschillende enzymen om voedsel af te breken.

fatty acid

/ˈfæt.i ˌæs.ɪd/

(noun) vetzuur

Voorbeeld:

Omega-3 fatty acids are essential for brain health.
Omega-3 vetzuren zijn essentieel voor de gezondheid van de hersenen.

fiber

/ˈfaɪ.bɚ/

(noun) vezel, voedingsvezel

Voorbeeld:

Cotton fibers are used to make fabric.
Katoenvezels worden gebruikt om stof te maken.

fructose

/ˈfrʊk.toʊs/

(noun) fructose, vruchtensuiker

Voorbeeld:

Many fruits are rich in fructose.
Veel fruit is rijk aan fructose.

glucose

/ˈɡluː.koʊs/

(noun) glucose, druivensuiker

Voorbeeld:

The body converts carbohydrates into glucose for energy.
Het lichaam zet koolhydraten om in glucose voor energie.

gluten

/ˈɡluː.t̬ən/

(noun) gluten

Voorbeeld:

Many people are choosing to eat foods that are free of gluten.
Veel mensen kiezen ervoor om voedingsmiddelen te eten die vrij zijn van gluten.

lipid

/ˈlɪp.ɪd/

(noun) lipide, vetstof

Voorbeeld:

The cell membrane is primarily composed of a bilayer of lipids.
Het celmembraan is voornamelijk opgebouwd uit een dubbellaag van lipiden.

fat

/fæt/

(noun) vet;

(adjective) dik, vet, groot

Voorbeeld:

The chef trimmed the excess fat from the meat.
De chef sneed het overtollige vet van het vlees.

mineral

/ˈmɪn.ər.əl/

(noun) mineraal, voedingsstof;

(adjective) mineraal

Voorbeeld:

Quartz is a common mineral found in many rocks.
Kwarts is een veelvoorkomend mineraal dat in veel gesteenten wordt gevonden.

protein

/ˈproʊ.tiːn/

(noun) eiwit, proteïne

Voorbeeld:

Meat, eggs, and beans are good sources of protein.
Vlees, eieren en bonen zijn goede bronnen van eiwit.

saturated fat

/ˌsætʃ.ə.reɪ.t̬ɪd ˈfæt/

(noun) verzadigd vet

Voorbeeld:

Foods high in saturated fat can increase cholesterol levels.
Voedingsmiddelen met veel verzadigd vet kunnen het cholesterolgehalte verhogen.

sucrose

/ˈsuː.kroʊs/

(noun) sucrose, sacharose

Voorbeeld:

Sucrose is a disaccharide composed of glucose and fructose.
Sucrose is een disaccharide, samengesteld uit glucose en fructose.

trans fat

/ˈtræns fæt/

(noun) transvet

Voorbeeld:

Many fast foods contain high levels of trans fat.
Veel fastfood bevat veel transvet.

vitamin

/ˈvaɪ.t̬ə-/

(noun) vitamine

Voorbeeld:

Citrus fruits are rich in vitamin C.
Citrusvruchten zijn rijk aan vitamine C.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland