Avatar of Vocabulary Set Geometrie

Vocabulaireverzameling Geometrie in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Geometrie' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

cube

/kjuːb/

(noun) kubus, klontje, blokje;

(verb) tot de derde macht verheffen, kuberen, in blokjes snijden

Voorbeeld:

The children were playing with wooden cubes.
De kinderen speelden met houten kubussen.

oval

/ˈoʊ.vəl/

(adjective) ovaal;

(noun) ovaal

Voorbeeld:

The table had an oval top.
De tafel had een ovale bovenkant.

diamond

/ˈdaɪ.ə.mənd/

(noun) diamant, ruit, diamantvorm

Voorbeeld:

She wore a beautiful diamond necklace.
Ze droeg een prachtige diamanten ketting.

angle

/ˈæŋ.ɡəl/

(noun) hoek, invalshoek, perspectief;

(verb) kantelen, richten

Voorbeeld:

The two roads meet at a sharp angle.
De twee wegen komen samen onder een scherpe hoek.

line

/laɪn/

(noun) lijn, rij, wachtrij;

(verb) in de rij staan, bekleden, voeren

Voorbeeld:

Draw a straight line on the paper.
Trek een rechte lijn op het papier.

point

/pɔɪnt/

(noun) punt, uiteinde, plaats;

(verb) wijzen, aanduiden, richten

Voorbeeld:

The point of the knife was very sharp.
De punt van het mes was erg scherp.

pyramid

/ˈpɪr.ə.mɪd/

(noun) piramide

Voorbeeld:

The Great Pyramid of Giza is one of the Seven Wonders of the Ancient World.
De Grote Piramide van Gizeh is een van de Zeven Wereldwonderen van de Oude Wereld.

surface

/ˈsɝː-/

(noun) oppervlak, buitenkant, uiterlijk;

(verb) boven water komen, opduiken, asfalteren

Voorbeeld:

The surface of the table was smooth.
Het oppervlak van de tafel was glad.

heart

/hɑːrt/

(noun) hart, gemoed, kern;

(verb) bemoedigen, aanmoedigen

Voorbeeld:

The doctor listened to her heart with a stethoscope.
De dokter luisterde met een stethoscoop naar haar hart.

circle

/ˈsɝː.kəl/

(noun) cirkel, kring, groep;

(verb) cirkelen, rondgaan, omcirkelen

Voorbeeld:

Draw a circle on the paper.
Teken een cirkel op het papier.

square

/skwer/

(noun) vierkant, plein, kwadraat;

(adjective) vierkant, eerlijk, rechtvaardig;

(verb) kwadrateren, rechtmaken, uitlijnen;

(adverb) recht, precies

Voorbeeld:

Draw a perfect square on the paper.
Teken een perfect vierkant op het papier.

arch

/ɑːrtʃ/

(noun) boog, voetboog;

(verb) buigen, welven;

(adjective) ondeugend, schelmachtig

Voorbeeld:

The bridge has a beautiful stone arch.
De brug heeft een prachtige stenen boog.

zigzag

/ˈzɪɡ.zæɡ/

(noun) zigzag;

(adjective) zigzag, kronkelig;

(adverb) zigzag;

(verb) zigzaggen

Voorbeeld:

The path followed a steep zigzag up the hillside.
Het pad volgde een steile zigzag de heuvel op.

semicircle

/ˈsem.iˌsɝː.kəl/

(noun) halve cirkel, semicirkel

Voorbeeld:

The sun set, casting a perfect semicircle of light on the horizon.
De zon ging onder en wierp een perfecte halve cirkel van licht op de horizon.

spiral

/ˈspaɪr.əl/

(noun) spiraal, neerwaartse spiraal;

(verb) spiralen, kronkelen, verslechteren;

(adjective) spiraalvormig

Voorbeeld:

The staircase wound upwards in a graceful spiral.
De trap draaide sierlijk omhoog in een spiraal.

curve

/kɝːv/

(noun) bocht, kromme, curve;

(verb) buigen, krommen

Voorbeeld:

The road has a sharp curve ahead.
De weg heeft een scherpe bocht vooruit.

disk

/dɪsk/

(noun) schijf, harde schijf

Voorbeeld:

The sun appeared as a bright disk in the sky.
De zon verscheen als een heldere schijf aan de hemel.

hemisphere

/ˈhem.ə.sfɪr/

(noun) halfrond, helft, hersenhelft

Voorbeeld:

The Amazon rainforest is primarily located in the Southern Hemisphere.
Het Amazoneregenwoud bevindt zich voornamelijk op het zuidelijk halfrond.

lobe

/loʊb/

(noun) kwab, oorlel

Voorbeeld:

The frontal lobe is involved in planning and decision-making.
De frontale kwab is betrokken bij planning en besluitvorming.

rectangle

/ˈrek.tæŋ.ɡəl/

(noun) rechthoek

Voorbeeld:

The table has a rectangle top.
De tafel heeft een rechthoekig blad.

triangle

/ˈtraɪ.æŋ.ɡəl/

(noun) driehoek, triangel

Voorbeeld:

The architect used a triangle to measure the angles.
De architect gebruikte een driehoek om de hoeken te meten.

acute angle

/əˈkjuːt ˈæŋ.ɡəl/

(noun) scherpe hoek

Voorbeeld:

A triangle with three acute angles is called an acute triangle.
Een driehoek met drie scherpe hoeken wordt een scherpe driehoek genoemd.

obtuse angle

/əbˈtuːs ˈæŋ.ɡəl/

(noun) stompe hoek

Voorbeeld:

In geometry, an obtuse angle is wider than a right angle.
In de meetkunde is een stompe hoek breder dan een rechte hoek.

right angle

/ˌraɪt ˈæŋ.ɡəl/

(noun) rechte hoek

Voorbeeld:

The two walls meet at a perfect right angle.
De twee muren ontmoeten elkaar in een perfecte rechte hoek.

straight angle

/streɪt ˈæŋ.ɡəl/

(noun) gestrekte hoek

Voorbeeld:

A straight angle is exactly half of a full rotation.
Een gestrekte hoek is precies de helft van een volledige rotatie.

axis

/ˈæk.sɪs/

(noun) as, alliantie

Voorbeeld:

The Earth rotates on its axis.
De aarde draait om haar as.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland