Betekenis van het woord circle in het Nederlands
Wat betekent circle in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
circle
US /ˈsɝː.kəl/
UK /ˈsɜː.kəl/
Zelfstandig Naamwoord
1.
2.
kring, groep
a group of people sharing a common interest, profession, or friendship
Voorbeeld:
•
She has a wide circle of friends.
Ze heeft een brede vriendenkring.
•
He's part of the inner circle of the company.
Hij maakt deel uit van de binnenste kring van het bedrijf.
Werkwoord
1.
cirkelen, rondgaan
move all the way around (someone or something) in a circle
Voorbeeld:
•
The vultures circled above the dying animal.
De gieren cirkelden boven het stervende dier.
•
The car circled the block several times.
De auto cirkelde meerdere keren om het blok.
2.
omcirkelen, een cirkel trekken om
draw a circle around (something)
Voorbeeld:
•
Please circle the correct answer.
Gelieve het juiste antwoord te omcirkelen.
•
He circled the important dates on his calendar.
Hij omcirkelde de belangrijke data op zijn kalender.
Gerelateerd Woord: