Betekenis van het woord zigzag in het Nederlands
Wat betekent zigzag in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
zigzag
US /ˈzɪɡ.zæɡ/
UK /ˈzɪɡ.zæɡ/

Zelfstandig Naamwoord
1.
zigzag
a line or course having abrupt alternate right and left turns
Voorbeeld:
•
The path followed a steep zigzag up the hillside.
Het pad volgde een steile zigzag de heuvel op.
•
The lightning bolt formed a sharp zigzag across the sky.
De bliksemflits vormde een scherpe zigzag aan de hemel.
Bijvoeglijk Naamwoord
1.
zigzag, kronkelig
having a zigzag shape or course
Voorbeeld:
•
The children drew zigzag lines on the paper.
De kinderen tekenden zigzaglijnen op het papier.
•
We followed the zigzag trail through the forest.
We volgden het zigzagpad door het bos.
Bijwoord
1.
zigzag
in a zigzag course or pattern
Voorbeeld:
•
The rabbit ran zigzag across the field to escape the fox.
Het konijn rende zigzag over het veld om aan de vos te ontsnappen.
•
The skier moved zigzag down the slope.
De skiër bewoog zigzag de helling af.
Werkwoord
1.
zigzaggen
to move or proceed in a zigzag course or pattern
Voorbeeld:
•
The car had to zigzag through the cones on the road.
De auto moest zigzaggen door de pionnen op de weg.
•
The drunk man began to zigzag down the street.
De dronken man begon de straat af te zigzaggen.
Leer dit woord op Lingoland