Avatar of Vocabulary Set Commando en autorisatie

Vocabulaireverzameling Commando en autorisatie in IELTS Academische Woordenschat (Band 5): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Commando en autorisatie' in 'IELTS Academische Woordenschat (Band 5)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

command

/kəˈmænd/

(noun) bevel, opdracht, beheersing;

(verb) bevelen, gebieden, bevel voeren over

Voorbeeld:

The officer gave a clear command to his troops.
De officier gaf een duidelijk bevel aan zijn troepen.

manage

/ˈmæn.ədʒ/

(verb) beheren, leiden, redden

Voorbeeld:

She manages a team of ten employees.
Zij beheert een team van tien medewerkers.

control

/kənˈtroʊl/

(noun) controle, beheersing, bediening;

(verb) controleren, beheersen, beperken

Voorbeeld:

She has excellent control over her emotions.
Ze heeft uitstekende controle over haar emoties.

rule

/ruːl/

(noun) regel, voorschrift, heerschappij;

(verb) regeren, heersen, beheersen

Voorbeeld:

The first rule of the club is to always be on time.
De eerste regel van de club is om altijd op tijd te zijn.

order

/ˈɔːr.dɚ/

(noun) bevel, opdracht, volgorde;

(verb) bevelen, opdragen, bestellen

Voorbeeld:

The general gave the order to advance.
De generaal gaf het bevel om op te rukken.

allow

/əˈlaʊ/

(verb) toestaan, toelaten, mogelijk maken

Voorbeeld:

My parents don't allow me to stay out late.
Mijn ouders staan me niet toe om laat buiten te blijven.

let

/let/

(verb) laten, toestaan, let;

(noun) huur, verhuur

Voorbeeld:

She wouldn't let him go.
Ze wilde hem niet laten gaan.

prohibit

/prəˈhɪb.ɪt/

(verb) verbieden, verhinderen

Voorbeeld:

The law prohibits discrimination based on age.
De wet verbiedt discriminatie op basis van leeftijd.

forbid

/fɚˈbɪd/

(verb) verbieden

Voorbeeld:

The rules forbid smoking in the building.
De regels verbieden roken in het gebouw.

ban

/bæn/

(verb) verbieden, uitbannen;

(noun) verbod, ban

Voorbeeld:

The government decided to ban smoking in all public places.
De overheid besloot roken in alle openbare plaatsen te verbieden.

restrict

/rɪˈstrɪkt/

(verb) beperken, inperken, begrenzen

Voorbeeld:

We need to restrict access to sensitive information.
We moeten de toegang tot gevoelige informatie beperken.

limit

/ˈlɪm.ɪt/

(noun) limiet, grens, maximum;

(verb) beperken, begrenzen

Voorbeeld:

There's a speed limit on this road.
Er is een snelheidslimiet op deze weg.

force

/fɔːrs/

(noun) kracht, energie, geweld;

(verb) dwingen, forceren

Voorbeeld:

He pushed the door with great force.
Hij duwde de deur met grote kracht.

push

/pʊʃ/

(verb) duwen, stoten, zich een weg banen;

(noun) duw, stoot, inspanning

Voorbeeld:

She tried to push the heavy door open.
Ze probeerde de zware deur open te duwen.

enforce

/ɪnˈfɔːrs/

(verb) handhaven, afdwingen

Voorbeeld:

The police are responsible for enforcing traffic laws.
De politie is verantwoordelijk voor het handhaven van verkeerswetten.

compel

/kəmˈpel/

(verb) dwingen, noodzaken, teweegbrengen

Voorbeeld:

The law will compel employers to provide health insurance.
De wet zal werkgevers dwingen om een ziektekostenverzekering aan te bieden.

press

/pres/

(verb) drukken, persen, strijken;

(noun) pers, media, drukpers

Voorbeeld:

Press the button to start the machine.
Druk op de knop om de machine te starten.

insist

/ɪnˈsɪst/

(verb) insisteren, aandringen, benadrukken

Voorbeeld:

She insisted on paying for the meal.
Ze insisteerde erop om voor de maaltijd te betalen.

permit

/pɚˈmɪt/

(noun) vergunning, toestemming;

(verb) toestaan, vergunnen

Voorbeeld:

You need a permit to park here.
Je hebt een vergunning nodig om hier te parkeren.

follow

/ˈfɑː.loʊ/

(verb) volgen, opvolgen, naleven;

(noun) aanhang, volgers

Voorbeeld:

The dog followed its owner everywhere.
De hond volgde zijn baasje overal.

impose

/ɪmˈpoʊz/

(verb) opleggen, afdwingen, misbruik maken van

Voorbeeld:

The government decided to impose a new tax on luxury goods.
De regering besloot een nieuwe belasting op luxegoederen op te leggen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland