Vocabulaireverzameling Top 276 - 300 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 276 - 300 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) gek, waanzinnig, boos
Voorbeeld:
(adjective) vrouwelijk;
(noun) vrouw
Voorbeeld:
(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd
Voorbeeld:
(noun) crimineel, misdadiger;
(adjective) crimineel, strafrechtelijk
Voorbeeld:
(adjective) nerveus, gespannen, angstig
Voorbeeld:
(noun) namaak, vervalsing;
(adjective) nep, vals, namaak;
(verb) faken, veinzen, simuleren
Voorbeeld:
(adjective) typisch, kenmerkend, gebruikelijk
Voorbeeld:
(noun) inwoner, autochtoon;
(adjective) oorspronkelijk, moeder-, geboorte-
Voorbeeld:
(adjective) leeg, zinloos;
(verb) legen, leegmaken
Voorbeeld:
(adjective) religieus, nauwgezet, gewetensvol
Voorbeeld:
(noun) rug, achterkant;
(adverb) terug, achteruit, vroeger;
(adjective) achterste;
(verb) achteruitgaan, steunen, ondersteunen
Voorbeeld:
(adjective) strak, vast, dicht;
(adverb) strak, stevig, vast
Voorbeeld:
(adjective) mooi, knap;
(adverb) redelijk, tamelijk
Voorbeeld:
(noun) onderkant, bodem, billen;
(adjective) onderste, laagste;
(verb) bodem bereiken, minimaliseren
Voorbeeld:
(adjective) prachtig, mooi, heerlijk
Voorbeeld:
(adjective) hongerig, verlangend
Voorbeeld:
(adjective) verschrikkelijk, afschuwelijk, onaangenaam
Voorbeeld:
(adjective) moreel, ethisch, deugdzaam;
(noun) moraal, les
Voorbeeld:
(adjective) beperkt, gelimiteerd, besloten vennootschap
Voorbeeld:
(adjective) nauwkeurig, precies, correct
Voorbeeld:
(noun) vierkant, plein, kwadraat;
(adjective) vierkant, eerlijk, rechtvaardig;
(verb) kwadrateren, rechtmaken, uitlijnen;
(adverb) recht, precies
Voorbeeld:
(adjective) nucleair, kern-, basis-
Voorbeeld:
(adjective) capabel, bekwaam, in staat
Voorbeeld:
(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;
(noun) onafhankelijke, zelfstandige
Voorbeeld:
(adjective) breed, uitgebreid;
(noun) vrouw
Voorbeeld: