Avatar of Vocabulary Set Top 276 - 300 Adjectives

Vocabulaireverzameling Top 276 - 300 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Top 276 - 300 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

mad

/mæd/

(adjective) gek, waanzinnig, boos

Voorbeeld:

The old man seemed completely mad, talking to himself in the street.
De oude man leek volkomen gek, pratend tegen zichzelf op straat.

female

/ˈfiː.meɪl/

(adjective) vrouwelijk;

(noun) vrouw

Voorbeeld:

The female lioness led the hunt.
De vrouwelijke leeuwin leidde de jacht.

confident

/ˈkɑːn.fə.dənt/

(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd

Voorbeeld:

She felt confident about her presentation.
Ze voelde zich zelfverzekerd over haar presentatie.

criminal

/ˈkrɪm.ə.nəl/

(noun) crimineel, misdadiger;

(adjective) crimineel, strafrechtelijk

Voorbeeld:

The police arrested the criminal after a long chase.
De politie arresteerde de crimineel na een lange achtervolging.

nervous

/ˈnɝː.vəs/

(adjective) nerveus, gespannen, angstig

Voorbeeld:

She felt nervous before her job interview.
Ze voelde zich nerveus voor haar sollicitatiegesprek.

fake

/feɪk/

(noun) namaak, vervalsing;

(adjective) nep, vals, namaak;

(verb) faken, veinzen, simuleren

Voorbeeld:

The painting was a complete fake.
Het schilderij was een complete namaak.

typical

/ˈtɪp.ɪ.kəl/

(adjective) typisch, kenmerkend, gebruikelijk

Voorbeeld:

It was a typical example of his generosity.
Het was een typisch voorbeeld van zijn vrijgevigheid.

native

/ˈneɪ.t̬ɪv/

(noun) inwoner, autochtoon;

(adjective) oorspronkelijk, moeder-, geboorte-

Voorbeeld:

She is a native of Paris.
Zij is een inwoner van Parijs.

empty

/ˈemp.ti/

(adjective) leeg, zinloos;

(verb) legen, leegmaken

Voorbeeld:

The box was completely empty.
De doos was helemaal leeg.

religious

/rɪˈlɪdʒ.əs/

(adjective) religieus, nauwgezet, gewetensvol

Voorbeeld:

She comes from a very religious family.
Ze komt uit een zeer religieuze familie.

back

/bæk/

(noun) rug, achterkant;

(adverb) terug, achteruit, vroeger;

(adjective) achterste;

(verb) achteruitgaan, steunen, ondersteunen

Voorbeeld:

He lay on his back, looking up at the stars.
Hij lag op zijn rug, naar de sterren kijkend.

tight

/taɪt/

(adjective) strak, vast, dicht;

(adverb) strak, stevig, vast

Voorbeeld:

Make sure the lid is tight.
Zorg ervoor dat het deksel goed dicht is.

pretty

/ˈprɪt̬.i/

(adjective) mooi, knap;

(adverb) redelijk, tamelijk

Voorbeeld:

She wore a pretty dress to the party.
Ze droeg een mooie jurk naar het feest.

bottom

/ˈbɑː.t̬əm/

(noun) onderkant, bodem, billen;

(adjective) onderste, laagste;

(verb) bodem bereiken, minimaliseren

Voorbeeld:

The book fell to the bottom of the stairs.
Het boek viel naar de onderkant van de trap.

lovely

/ˈlʌv.li/

(adjective) prachtig, mooi, heerlijk

Voorbeeld:

She wore a lovely dress to the party.
Ze droeg een prachtige jurk naar het feest.

hungry

/ˈhʌŋ.ɡri/

(adjective) hongerig, verlangend

Voorbeeld:

I'm so hungry, I could eat a horse!
Ik heb zo'n honger, ik zou een paard kunnen eten!

horrible

/ˈhɔːr.ə.bəl/

(adjective) verschrikkelijk, afschuwelijk, onaangenaam

Voorbeeld:

The accident was a horrible sight.
Het ongeluk was een verschrikkelijk gezicht.

moral

/ˈmɔːr.əl/

(adjective) moreel, ethisch, deugdzaam;

(noun) moraal, les

Voorbeeld:

It is important to teach children moral values.
Het is belangrijk om kinderen morele waarden bij te brengen.

limited

/ˈlɪm.ɪ.t̬ɪd/

(adjective) beperkt, gelimiteerd, besloten vennootschap

Voorbeeld:

We have a limited supply of this product.
We hebben een beperkte voorraad van dit product.

accurate

/ˈæk.jɚ.ət/

(adjective) nauwkeurig, precies, correct

Voorbeeld:

The report provides an accurate description of the events.
Het rapport geeft een nauwkeurige beschrijving van de gebeurtenissen.

square

/skwer/

(noun) vierkant, plein, kwadraat;

(adjective) vierkant, eerlijk, rechtvaardig;

(verb) kwadrateren, rechtmaken, uitlijnen;

(adverb) recht, precies

Voorbeeld:

Draw a perfect square on the paper.
Teken een perfect vierkant op het papier.

nuclear

/ˈnuː.kliː.ɚ/

(adjective) nucleair, kern-, basis-

Voorbeeld:

Nuclear physics is a complex field of study.
Nucleaire fysica is een complex studiegebied.

capable

/ˈkeɪ.pə.bəl/

(adjective) capabel, bekwaam, in staat

Voorbeeld:

She is capable of handling difficult situations.
Zij is in staat om moeilijke situaties aan te pakken.

independent

/ˌɪn.dɪˈpen.dənt/

(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;

(noun) onafhankelijke, zelfstandige

Voorbeeld:

The country gained its independent status in 1960.
Het land verwierf zijn onafhankelijke status in 1960.

broad

/brɑːd/

(adjective) breed, uitgebreid;

(noun) vrouw

Voorbeeld:

The river was very broad at this point.
De rivier was op dit punt erg breed.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland