Avatar of Vocabulary Set C1 - Grammatica is belangrijk!

Vocabulaireverzameling C1 - Grammatica is belangrijk! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Grammatica is belangrijk!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

linguistic

/lɪŋˈɡwɪs.tɪk/

(adjective) linguïstisch, taalkundig

Voorbeeld:

The study of linguistic diversity is fascinating.
De studie van linguïstische diversiteit is fascinerend.

infinitive

/ɪnˈfɪn.ə.t̬ɪv/

(noun) infinitief

Voorbeeld:

In the sentence 'I want to go home,' 'to go' is an infinitive.
In de zin 'Ik wil naar huis gaan' is 'gaan' een infinitief.

gerund

/ˈdʒer.ənd/

(noun) gerundium

Voorbeeld:

The word 'swimming' is a gerund in the sentence 'Swimming is good exercise.'
Het woord 'swimming' is een gerundium in de zin 'Swimming is good exercise.'

transitive verb

/ˈtræn.sɪ.tɪv ˈvɜrb/

(noun) overgankelijk werkwoord

Voorbeeld:

In the sentence 'She eats an apple,' 'eats' is a transitive verb.
In de zin 'Zij eet een appel' is 'eet' een overgankelijk werkwoord.

intransitive verb

/ɪnˌtrænzɪtɪv ˈvɜrb/

(noun) intransitief werkwoord

Voorbeeld:

The baby slept soundly.
De baby sliep diep.

number

/ˈnʌm.bɚ/

(noun) getal, nummer, aantal;

(verb) bedragen, tellen, nummeren

Voorbeeld:

Write down your phone number.
Schrijf je telefoonnummer op.

person

/ˈpɝː.sən/

(noun) persoon, individu, personage

Voorbeeld:

She is a very kind person.
Zij is een heel aardig persoon.

voice

/vɔɪs/

(noun) stem, inspraak;

(verb) uiten, uitspreken

Voorbeeld:

Her voice was clear and strong.
Haar stem was helder en krachtig.

gender

/ˈdʒen.dɚ/

(noun) gender, geslacht;

(verb) genderen, geslachtelijk maken

Voorbeeld:

The company is committed to promoting gender equality in the workplace.
Het bedrijf zet zich in voor het bevorderen van gendergelijkheid op de werkplek.

feminine

/ˈfem.ə.nɪn/

(adjective) vrouwelijk

Voorbeeld:

She has a very gentle and feminine voice.
Ze heeft een heel zachte en vrouwelijke stem.

masculine

/ˈmæs.kjə.lɪn/

(adjective) mannelijk

Voorbeeld:

He has a very masculine voice.
Hij heeft een zeer mannelijke stem.

subjunctive

/səbˈdʒʌŋk.tɪv/

(adjective) aanvoegende wijs;

(noun) aanvoegende wijs

Voorbeeld:

The sentence 'If I were a bird' uses the subjunctive mood.
De zin 'Als ik een vogel was' gebruikt de aanvoegende wijs.

phonetics

/foʊˈnet̬.ɪks/

(noun) fonetiek

Voorbeeld:

She is studying phonetics to improve her pronunciation.
Ze studeert fonetiek om haar uitspraak te verbeteren.

intonation

/ˌɪn.təˈneɪ.ʃən/

(noun) intonatie, stembuiging

Voorbeeld:

Her voice had a peculiar intonation that made her sound foreign.
Haar stem had een eigenaardige intonatie waardoor ze buitenlands klonk.

dialect

/ˈdaɪ.ə.lekt/

(noun) dialect, streektaal

Voorbeeld:

The local dialect is quite different from the standard language.
Het lokale dialect is heel anders dan de standaardtaal.

proverb

/ˈprɑː.vɝːb/

(noun) spreekwoord, gezegde

Voorbeeld:

The old proverb says, "Actions speak louder than words."
Het oude spreekwoord zegt: "Daden spreken luider dan woorden."

idiom

/ˈɪd.i.əm/

(noun) idioom, zegswijze

Voorbeeld:

Learning English idioms can be challenging but rewarding.
Engelse idiomen leren kan uitdagend maar lonend zijn.

jargon

/ˈdʒɑːr.ɡən/

(noun) jargon, vakjargon

Voorbeeld:

The legal document was full of technical jargon.
Het juridische document stond vol met technisch jargon.

slang

/slæŋ/

(noun) slang, straattaal;

(verb) slangen, straattaal gebruiken

Voorbeeld:

The teenagers were speaking in a lot of slang I didn't understand.
De tieners spraken veel straattaal die ik niet begreep.

euphemism

/ˈjuː.fə.mɪ.zəm/

(noun) eufemisme

Voorbeeld:

'Passed away' is a euphemism for 'died'.
'Overleden' is een eufemisme voor 'gestorven'.

punctuate

/ˈpʌŋk.tuː.eɪt/

(verb) interpuncteren, van leestekens voorzien, onderbreken

Voorbeeld:

Remember to punctuate your sentences correctly.
Vergeet niet je zinnen correct te interpuncteren.

colon

/ˈkoʊ.lən/

(noun) dubbelepunt, dikke darm, colon

Voorbeeld:

The recipe requires the following ingredients: flour, sugar, and eggs.
Het recept vereist de volgende ingrediënten: bloem, suiker en eieren.

semicolon

/ˈsem.iˌkoʊ.lən/

(noun) puntkomma

Voorbeeld:

Use a semicolon to connect two closely related independent clauses.
Gebruik een puntkomma om twee nauw verwante onafhankelijke zinnen te verbinden.

parenthesis

/pəˈren.θə.sɪs/

(noun) parenthese, tussenvoegsel, haakje

Voorbeeld:

The author used a parenthesis to add extra information.
De auteur gebruikte een haakje om extra informatie toe te voegen.

hyphen

/ˈhaɪ.fən/

(noun) koppelteken;

(verb) koppelen

Voorbeeld:

Use a hyphen to connect 'well' and 'known' in 'well-known author'.
Gebruik een koppelteken om 'well' en 'known' te verbinden in 'well-known author'.

slash

/slæʃ/

(noun) snede, insnijding, schuine streep;

(verb) snijden, doorsnijden, verlagen

Voorbeeld:

He made a deep slash across the canvas.
Hij maakte een diepe snede over het canvas.

interjection

/ˌɪn.t̬ɚˈdʒek.ʃən/

(noun) uitroep, tussenwerpsel

Voorbeeld:

Ouch!” he cried, after hitting his thumb with a hammer.
Au!” riep hij, nadat hij zijn duim met een hamer had geraakt.

particle

/ˈpɑːr.t̬ə.kəl/

(noun) deeltje, spoor, subatomair deeltje;

(particle) partikel, voegwoord

Voorbeeld:

There wasn't a particle of dust in the room.
Er was geen deeltje stof in de kamer.

ungrammatical

/ˌʌn.ɡrəˈmæt̬.ɪ.kəl/

(adjective) ongrammaticaal

Voorbeeld:

The sentence 'He don't like it' is ungrammatical.
De zin 'He don't like it' is ongrammaticaal.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland