Vocabulaireverzameling C1 - Godvrezende Mensen in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Godvrezende Mensen' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) vader, papa, pater;
(verb) verwekken, vader zijn van, oprichten
Voorbeeld:
(noun) Christus;
(exclamation) Christus, jemig
Voorbeeld:
(noun) Jezus;
(exclamation) Jezus, jeetje
Voorbeeld:
(noun) heilige, goed mens;
(verb) heilig verklaren, canoniseren
Voorbeeld:
(noun) paus
Voorbeeld:
(noun) bisschop, loper
Voorbeeld:
(noun) pastor, dominee;
(verb) pastoreren, leiden
Voorbeeld:
(noun) broer, broeder, kameraad
Voorbeeld:
(noun) missionaris;
(adjective) missionaris, zendings-
Voorbeeld:
(noun) monnik
Voorbeeld:
(noun) non
Voorbeeld:
(adjective) katholiek, breed, universeel;
(noun) katholiek
Voorbeeld:
(noun) protestant;
(adjective) protestants
Voorbeeld:
(noun) verzameling, bijeenkomst, gemeente
Voorbeeld:
(noun) parochie, parochianen, gemeenteleden
Voorbeeld:
(verb) omzetten, verbouwen, converteren;
(noun) bekeerling, overtuigde
Voorbeeld:
(noun) volger, aanhanger, achtervolger
Voorbeeld:
(noun) pelgrim, Pilgrims, eerste kolonisten
Voorbeeld:
(noun) doop, doopsel, naamgeving
Voorbeeld:
(noun) zegen, voordeel, geluk
Voorbeeld:
(noun) boeddhist;
(adjective) boeddhistisch
Voorbeeld:
(noun) begrafenis, uitvaart
Voorbeeld:
(noun) cultus, sekte, religieuze groep;
(adjective) sekte-, cultus-
Voorbeeld:
(noun) lot, bestemming, uitkomst;
(verb) voorbestemd, gedoemd
Voorbeeld:
(noun) Islam
Voorbeeld:
(noun) Mohammed
Voorbeeld:
(noun) klooster
Voorbeeld:
(noun) heiligdom, schrijn, gedenkteken;
(verb) insluiten, vereren
Voorbeeld:
(noun) ritueel, ceremonie, gewoonte;
(adjective) ritueel
Voorbeeld:
(adjective) goddelijk, heerlijk, prachtig;
(verb) raden, doorgronden
Voorbeeld:
(adjective) heilig, gewijd, onaantastbaar
Voorbeeld:
(adjective) seculier, wereldlijk, wereldgeestelijk
Voorbeeld:
(verb) preken, prediken, verkondigen
Voorbeeld:
(noun) offer, opoffering, offering;
(verb) opofferen, offeren, slachten
Voorbeeld:
(noun) zonde, schande;
(verb) zondigen
Voorbeeld:
(noun) eredienst, verering, bewondering;
(verb) aanbidden, vereren, bewonderen
Voorbeeld:
(noun) aartsbisschop
Voorbeeld:
(adjective) godvrezend, vroom
Voorbeeld:
(noun) angst, vrees, ontzag;
(verb) vrezen, bang zijn voor, bezorgd zijn om
Voorbeeld:
(adjective) goddeloos, atheïstisch, immoreel
Voorbeeld: