Vocabulaireverzameling C1 - Gedoemd te Misloopen! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Gedoemd te Misloopen!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) destructief, vernietigend
Voorbeeld:
(adjective) rampzalig, desastreus
Voorbeeld:
(adjective) ongrijpbaar, ontwijkend, moeilijk te vinden
Voorbeeld:
(noun) graf;
(adjective) ernstig, plechtig, zwaar;
(verb) graveren, snijden
Voorbeeld:
(adjective) ineffectief, ondoelmatig
Voorbeeld:
(adjective) ongewenst, onwenselijk;
(noun) ongewenste, onwenselijk persoon
Voorbeeld:
(adjective) overweldigend, enorm, moeilijk te hanteren
Voorbeeld:
(phrase) tevergeefs, vergeefs
Voorbeeld:
(noun) ondergang, noodlot;
(verb) veroordelen, verdoemen
Voorbeeld:
(noun) verwaarlozing, nalatigheid;
(verb) verwaarlozen, nalaten
Voorbeeld:
(verb) overschaduwen, overtreffen, beschaduwen
Voorbeeld:
(noun) pech, storing, inzinking
Voorbeeld:
(noun) last, vracht, verantwoordelijkheid;
(verb) belasten, bezwaren
Voorbeeld:
(noun) catastrofe, ramp, mislukking
Voorbeeld:
(noun) doodlopende weg, blindganger, impasse
Voorbeeld:
(noun) tekort, gebrek, tekortkoming
Voorbeeld:
(verb) falen, mislukken, verzuimen;
(noun) mislukking, falen
Voorbeeld:
(verb) vallen, dalen, afnemen;
(noun) val, daling, herfst
Voorbeeld:
(noun) fout, gebrek, schuld;
(verb) bekritiseren, aanmerken
Voorbeeld:
(noun) horde, hindernis, probleem;
(verb) overspringen, overwinnen, doorstaan
Voorbeeld:
(noun) ongemak, hinder;
(verb) ongemak veroorzaken, hinderen
Voorbeeld:
(noun) storing, defect, malfunctie;
(verb) haperen, niet goed functioneren
Voorbeeld:
(noun) rommel, puinhoop, probleem;
(verb) vervuilen, rommelig maken, verknoeien
Voorbeeld:
(noun) ongelukje, miskleun, tegenslag
Voorbeeld:
(plural noun) kansen, waarschijnlijkheid, noteringen
Voorbeeld:
(noun) omissie, vergissing, fout
Voorbeeld:
(noun) tegenslag, terugslag, revers
Voorbeeld:
(noun) underdog, zwakkere partij
Voorbeeld:
(verb) problemen geven, moeilijkheden veroorzaken
Voorbeeld:
(phrase) zonder resultaat, tevergeefs
Voorbeeld:
(preposition) tegen, aan, tegenover
Voorbeeld:
(phrase) in het aangezicht van, ondanks
Voorbeeld:
(phrase) ten koste van
Voorbeeld:
(verb) evacueren, ontruimen, legen
Voorbeeld:
(phrase) de wet van Murphy
Voorbeeld:
(idiom) op een slappe koord lopen, op een slappe koord balanceren
Voorbeeld: