Vocabulaireverzameling C1 - Computers bijten niet! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Computers bijten niet!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) toegankelijk, bereikbaar, begrijpelijk
Voorbeeld:
(noun) analoog, tegenhanger;
(adjective) analoog
Voorbeeld:
(noun) antivirus, antivirusprogramma;
(adjective) antivirus
Voorbeeld:
(adjective) compatibel, verenigbaar
Voorbeeld:
(preposition) naar beneden, af, langs;
(adverb) naar beneden, onder, gedaald;
(adjective) naar beneden, omlaag, neerslachtig;
(noun) dons, fijne veren;
(verb) neerslaan, omverwerpen
Voorbeeld:
(adjective) interactief, wederzijds beïnvloedend
Voorbeeld:
(trademark) Bluetooth
Voorbeeld:
(noun) Blu-ray
Voorbeeld:
(abbreviation) USB, Universal Serial Bus
Voorbeeld:
(noun) kilobyte
Voorbeeld:
(noun) megabyte
Voorbeeld:
(noun) gigabyte
Voorbeeld:
(noun) terabyte
Voorbeeld:
(noun) back-up, reservekopie, ondersteuning;
(verb) back-uppen, een reservekopie maken;
(adjective) reserve, back-up
Voorbeeld:
(noun) opslag, bewaring, opslagcapaciteit
Voorbeeld:
(noun) USB-stick, flashdrive
Voorbeeld:
(noun) harde schijf, vaste schijf
Voorbeeld:
(noun) ram, cilinder;
(verb) rammen, proppen
Voorbeeld:
(noun) cyberruimte, virtuele wereld
Voorbeeld:
(noun) gegevensverwerking
Voorbeeld:
(noun) standaard, standaardinstelling, gebreke;
(verb) verzuimen, in gebreke blijven
Voorbeeld:
(noun) cursor
Voorbeeld:
(verb) tonen, tentoonstellen, weergeven;
(noun) tentoonstelling, uitstalling, scherm
Voorbeeld:
(noun) uitklapmenu, dropdownmenu
Voorbeeld:
(noun) hacker, kraker, programmeur
Voorbeeld:
(noun) helpdesk, klantenservice
Voorbeeld:
(noun) interface, koppeling;
(verb) interfacen, koppelen
Voorbeeld:
(noun) microprocessor
Voorbeeld:
(adjective) multimedia;
(noun) multimedia
Voorbeeld:
(noun) pc, personal computer;
(adjective) politiek correct
Voorbeeld:
(noun) werkstation, werkplek
Voorbeeld:
(noun) spreadsheet, rekenblad
Voorbeeld:
(verb) automatiseren, computeriseren
Voorbeeld:
(verb) coderen, versleutelen, omzetten
Voorbeeld:
(noun) formaat, opmaak;
(verb) opmaken, formatteren, initialiseren
Voorbeeld:
(noun) lading, vracht, werkdruk;
(verb) laden, beladen, vullen
Voorbeeld:
(verb) terughalen, ophalen
Voorbeeld:
(noun) upgrade, verbetering;
(verb) upgraden, verbeteren
Voorbeeld:
(noun) spel, sport, wild;
(verb) manipuleren, bedriegen;
(adjective) bereid, enthousiast
Voorbeeld: