Vocabulaireverzameling B2 - Meet tweemaal, knip eenmaal! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Meet tweemaal, knip eenmaal!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) boog, kromming, lichtboog;
(verb) buigen, een boog maken
Voorbeeld:
(noun) gebied, streek, oppervlakte
Voorbeeld:
(noun) punt, uiteinde, plaats;
(verb) wijzen, aanduiden, richten
Voorbeeld:
(verb) zetten, leggen, plaatsen;
(noun) set, reeks, stand;
(adjective) vastgesteld, vast
Voorbeeld:
(noun) ruimte, plek, heelal;
(verb) verspreiden, uit elkaar plaatsen
Voorbeeld:
(noun) volume, inhoud, geluidssterkte
Voorbeeld:
(noun) toevoeging, aanvulling, optellen
Voorbeeld:
(noun) aftrek, korting, deductie
Voorbeeld:
(noun) verdeling, scheiding, afdeling
Voorbeeld:
(noun) vermenigvuldiging, toename
Voorbeeld:
(noun) fractie, deel, breuk
Voorbeeld:
(noun) percentage, aandeel
Voorbeeld:
(noun) waarschijnlijkheid, kans, kansberekening
Voorbeeld:
(noun) gelijkheidsteken, isgelijkteken
Voorbeeld:
(phrasal verb) neerkomen op, gelijkstaan aan, bedragen
Voorbeeld:
(noun) cijfer, vinger, teen
Voorbeeld:
(preposition) min, onder, negatief;
(noun) minpunt, nadeel;
(adjective) min, negatief
Voorbeeld:
(preposition) plus, en;
(noun) pluspunt, voordeel;
(adverb) bovendien, daarbij;
(adjective) plus, positief
Voorbeeld:
(noun) grafiek, diagram;
(verb) grafisch weergeven, plotten
Voorbeeld:
(noun) staafdiagram
Voorbeeld:
(noun) cirkeldiagram
Voorbeeld:
(noun) lijngrafiek
Voorbeeld:
(noun) wiskundige
Voorbeeld:
(verb) meten, opmeten, bedragen;
(noun) maatstaf, meetmethode, maatregel
Voorbeeld:
(noun) acre, hectare
Voorbeeld:
(noun) mate, graad, diploma
Voorbeeld:
(noun) statistiek, gegeven
Voorbeeld:
(noun) rang, positie, niveau;
(verb) rangschikken, classificeren;
(adjective) stinkend, vies, weelderig
Voorbeeld:
(noun) tarief, snelheid, percentage;
(verb) beoordelen, schatten, inschatten
Voorbeeld:
(adjective) massief, enorm, aanzienlijk
Voorbeeld:
(adjective) meervoudig, meerdere;
(noun) veelvoud
Voorbeeld:
(adjective) talloos, talrijk
Voorbeeld:
(adjective) uitgestrekt, enorm, immens
Voorbeeld:
(noun) sectie, gedeelte, afdeling;
(verb) verdelen, indelen
Voorbeeld: