Avatar of Vocabulary Set B2 - Inspector Gadget

Vocabulaireverzameling B2 - Inspector Gadget in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Inspector Gadget' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

gadget

/ˈɡædʒ.ət/

(noun) gadget, apparaatje

Voorbeeld:

He loves to buy the latest tech gadgets.
Hij koopt graag de nieuwste tech gadgets.

device

/dɪˈvaɪs/

(noun) apparaat, toestel, plan

Voorbeeld:

This new device can translate languages in real-time.
Dit nieuwe apparaat kan talen in realtime vertalen.

mechanical

/məˈkæn.ɪ.kəl/

(adjective) mechanisch, werktuigkundig, automatisch

Voorbeeld:

The car had a mechanical problem.
De auto had een mechanisch probleem.

electronic

/iˌlekˈtrɑː.nɪk/

(adjective) elektronisch

Voorbeeld:

Modern cars have many electronic systems.
Moderne auto's hebben veel elektronische systemen.

ingenious

/ɪnˈdʒiː.ni.əs/

(adjective) ingenieus, vindingrijk, slim

Voorbeeld:

She devised an ingenious plan to solve the problem.
Ze bedacht een ingenieus plan om het probleem op te lossen.

intuitive

/ɪnˈtuː.ɪ.t̬ɪv/

(adjective) intuïtief, instinctief, gebruiksvriendelijk

Voorbeeld:

She had an intuitive understanding of the child's needs.
Ze had een intuïtief begrip van de behoeften van het kind.

latest

/ˈleɪ.t̬ɪst/

(adjective) laatste, nieuwste, meest recente;

(adverb) uiterlijk, op zijn laatst

Voorbeeld:

Have you heard the latest news?
Heb je het laatste nieuws gehoord?

obsolete

/ˌɑːb.səlˈiːt/

(adjective) verouderd, achterhaald;

(verb) verouderen, achterhaald maken

Voorbeeld:

Typewriters are now largely obsolete.
Typemachines zijn nu grotendeels verouderd.

outdated

/ˌaʊtˈdeɪ.t̬ɪd/

(adjective) verouderd, achterhaald

Voorbeeld:

These maps are outdated; we need new ones.
Deze kaarten zijn verouderd; we hebben nieuwe nodig.

novel

/ˈnɑː.vəl/

(noun) roman, boek;

(adjective) nieuw, origineel, ongebruikelijk

Voorbeeld:

She spent her evenings reading a historical novel.
Ze bracht haar avonden door met het lezen van een historische roman.

power

/ˈpaʊ.ɚ/

(noun) kracht, vermogen, macht;

(verb) aandrijven, van stroom voorzien

Voorbeeld:

The engine lacks sufficient power to climb the steep hill.
De motor mist voldoende vermogen om de steile heuvel te beklimmen.

charge

/tʃɑːrdʒ/

(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;

(noun) kosten, vergoeding, aanklacht

Voorbeeld:

The restaurant charged us for water we didn't order.
Het restaurant rekende ons water aan dat we niet hadden besteld.

recharge

/ˌriːˈtʃɑːrdʒ/

(verb) opladen, herladen, energie opdoen

Voorbeeld:

I need to recharge my phone battery.
Ik moet mijn telefoonbatterij opladen.

drain

/dreɪn/

(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;

(noun) afvoer, goot, riool

Voorbeeld:

She drained the pasta in a colander.
Ze goot de pasta af in een vergiet.

boot

/buːt/

(noun) laars, kofferbak;

(verb) schoppen, eruit gooien, opstarten

Voorbeeld:

She wore leather boots for hiking.
Ze droeg leren laarzen om te wandelen.

start up

/ˈstɑːrt ʌp/

(phrasal verb) opstarten, aanslaan, oprichten;

(noun) start-up, beginnend bedrijf

Voorbeeld:

The engine finally started up after several attempts.
De motor startte uiteindelijk na verschillende pogingen.

shut down

/ʃʌt daʊn/

(phrasal verb) sluiten, stopzetten, afsluiten

Voorbeeld:

The factory decided to shut down due to financial difficulties.
De fabriek besloot te sluiten vanwege financiële moeilijkheden.

update

/ʌpˈdeɪt/

(verb) updaten, bijwerken, op de hoogte brengen;

(noun) update, bijwerking, laatste informatie

Voorbeeld:

We need to update our software to the latest version.
We moeten onze software updaten naar de nieuwste versie.

battery

/ˈbæt̬.ɚ.i/

(noun) batterij, accu, mishandeling

Voorbeeld:

My phone's battery is low.
De batterij van mijn telefoon is bijna leeg.

capacity

/kəˈpæs.ə.t̬i/

(noun) capaciteit, inhoud, vermogen

Voorbeeld:

The hall has a seating capacity of 500 people.
De zaal heeft een zitcapaciteit van 500 personen.

signal

/ˈsɪɡ.nəl/

(noun) signaal, teken, golf;

(verb) seinen, een teken geven

Voorbeeld:

He gave a signal to the driver to stop.
Hij gaf een signaal aan de chauffeur om te stoppen.

generation

/ˌdʒen.əˈreɪ.ʃən/

(noun) generatie, opwekking, afstamming

Voorbeeld:

The younger generation is more tech-savvy.
De jongere generatie is meer technisch onderlegd.

process

/ˈprɑː.ses/

(noun) proces, gang van zaken, natuurlijk proces;

(verb) verwerken, bewerken, afhandelen

Voorbeeld:

The application process takes about two weeks.
Het aanvraagproces duurt ongeveer twee weken.

charger

/ˈtʃɑːr.dʒɚ/

(noun) oplader, aanvaller, bestormer

Voorbeeld:

I need to find my phone charger.
Ik moet mijn telefoonoplader vinden.

cable

/ˈkeɪ.bəl/

(noun) kabel, touw, draad;

(verb) kabelen, telegraferen

Voorbeeld:

The bridge is supported by strong steel cables.
De brug wordt ondersteund door sterke stalen kabels.

memory

/ˈmem.ər.i/

(noun) geheugen, herinneringsvermogen, herinnering

Voorbeeld:

She has an excellent memory for faces.
Ze heeft een uitstekend geheugen voor gezichten.

screen

/skriːn/

(noun) scherm, paravent, hor;

(verb) vertonen, uitzenden, screenen

Voorbeeld:

The movie was projected onto a large screen.
De film werd op een groot scherm geprojecteerd.

touch screen

/ˈtʌtʃ skriːn/

(noun) aanraakscherm, touchscreen

Voorbeeld:

My new smartphone has a large touch screen.
Mijn nieuwe smartphone heeft een groot aanraakscherm.

controller

/kənˈtroʊ.lɚ/

(noun) controller, beheerder, bediening

Voorbeeld:

The air traffic controller guided the plane safely to the runway.
De luchtverkeersleider leidde het vliegtuig veilig naar de landingsbaan.

control panel

/kənˈtroʊl ˌpæn.əl/

(noun) bedieningspaneel, controlepaneel, Configuratiescherm

Voorbeeld:

The pilot adjusted the settings on the aircraft's control panel.
De piloot paste de instellingen aan op het bedieningspaneel van het vliegtuig.

microscope

/ˈmaɪ.krə.skoʊp/

(noun) microscoop

Voorbeeld:

The scientist used a microscope to examine the bacteria.
De wetenschapper gebruikte een microscoop om de bacteriën te onderzoeken.

magnifying glass

/ˈmæɡ.nɪ.faɪ.ɪŋ ˌɡlæs/

(noun) vergrootglas

Voorbeeld:

He used a magnifying glass to read the small print.
Hij gebruikte een vergrootglas om de kleine lettertjes te lezen.

drone

/droʊn/

(noun) drone, gezoem, gedreun;

(verb) zoemen, dreunen, monotoon praten

Voorbeeld:

The company uses drones to deliver packages.
Het bedrijf gebruikt drones om pakketten te bezorgen.

compass

/ˈkʌm.pəs/

(noun) kompas, passer, bereik;

(verb) omcirkelen, omringen, bereiken

Voorbeeld:

He used a compass to find his way through the forest.
Hij gebruikte een kompas om zijn weg door het bos te vinden.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland