Vocabulaireverzameling B2 - Inspector Gadget in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Inspector Gadget' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) gadget, apparaatje
Voorbeeld:
(noun) apparaat, toestel, plan
Voorbeeld:
(adjective) mechanisch, werktuigkundig, automatisch
Voorbeeld:
(adjective) elektronisch
Voorbeeld:
(adjective) ingenieus, vindingrijk, slim
Voorbeeld:
(adjective) intuïtief, instinctief, gebruiksvriendelijk
Voorbeeld:
(adjective) laatste, nieuwste, meest recente;
(adverb) uiterlijk, op zijn laatst
Voorbeeld:
(adjective) verouderd, achterhaald;
(verb) verouderen, achterhaald maken
Voorbeeld:
(adjective) verouderd, achterhaald
Voorbeeld:
(noun) roman, boek;
(adjective) nieuw, origineel, ongebruikelijk
Voorbeeld:
(noun) kracht, vermogen, macht;
(verb) aandrijven, van stroom voorzien
Voorbeeld:
(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;
(noun) kosten, vergoeding, aanklacht
Voorbeeld:
(verb) opladen, herladen, energie opdoen
Voorbeeld:
(verb) afvoeren, leegpompen, aftappen;
(noun) afvoer, goot, riool
Voorbeeld:
(noun) laars, kofferbak;
(verb) schoppen, eruit gooien, opstarten
Voorbeeld:
(phrasal verb) opstarten, aanslaan, oprichten;
(noun) start-up, beginnend bedrijf
Voorbeeld:
(phrasal verb) sluiten, stopzetten, afsluiten
Voorbeeld:
(verb) updaten, bijwerken, op de hoogte brengen;
(noun) update, bijwerking, laatste informatie
Voorbeeld:
(noun) batterij, accu, mishandeling
Voorbeeld:
(noun) capaciteit, inhoud, vermogen
Voorbeeld:
(noun) signaal, teken, golf;
(verb) seinen, een teken geven
Voorbeeld:
(noun) generatie, opwekking, afstamming
Voorbeeld:
(noun) proces, gang van zaken, natuurlijk proces;
(verb) verwerken, bewerken, afhandelen
Voorbeeld:
(noun) oplader, aanvaller, bestormer
Voorbeeld:
(noun) kabel, touw, draad;
(verb) kabelen, telegraferen
Voorbeeld:
(noun) geheugen, herinneringsvermogen, herinnering
Voorbeeld:
(noun) scherm, paravent, hor;
(verb) vertonen, uitzenden, screenen
Voorbeeld:
(noun) aanraakscherm, touchscreen
Voorbeeld:
(noun) controller, beheerder, bediening
Voorbeeld:
(noun) bedieningspaneel, controlepaneel, Configuratiescherm
Voorbeeld:
(noun) microscoop
Voorbeeld:
(noun) vergrootglas
Voorbeeld:
(noun) drone, gezoem, gedreun;
(verb) zoemen, dreunen, monotoon praten
Voorbeeld:
(noun) kompas, passer, bereik;
(verb) omcirkelen, omringen, bereiken
Voorbeeld: