Avatar of Vocabulary Set B2 - Algemene Bijvoeglijke Naamwoorden 1

Vocabulaireverzameling B2 - Algemene Bijvoeglijke Naamwoorden 1 in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Algemene Bijvoeglijke Naamwoorden 1' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

absolute

/ˈæb.sə.luːt/

(adjective) absoluut, volledig, onvoorwaardelijk

Voorbeeld:

She has absolute trust in him.
Ze heeft absoluut vertrouwen in hem.

accurate

/ˈæk.jɚ.ət/

(adjective) nauwkeurig, precies, correct

Voorbeeld:

The report provides an accurate description of the events.
Het rapport geeft een nauwkeurige beschrijving van de gebeurtenissen.

actual

/ˈæk.tʃu.əl/

(adjective) werkelijk, feitelijk, eigenlijk

Voorbeeld:

The actual cost was much higher than estimated.
De werkelijke kosten waren veel hoger dan geschat.

additional

/əˈdɪʃ.ən.əl/

(adjective) aanvullend, extra

Voorbeeld:

We need additional information before we can proceed.
We hebben aanvullende informatie nodig voordat we verder kunnen gaan.

advance

/ədˈvæns/

(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;

(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;

(adjective) vooraf, voorlopig

Voorbeeld:

The army made a rapid advance towards the enemy lines.
Het leger maakte een snelle opmars richting de vijandelijke linies.

apparent

/əˈper.ənt/

(adjective) duidelijk, klaarblijkelijk, zichtbaar

Voorbeeld:

It was apparent that she was tired.
Het was duidelijk dat ze moe was.

appropriate

/əˈproʊ.pri.ət/

(adjective) passend, geschikt;

(verb) toe-eigenen, aanwenden, toewijzen

Voorbeeld:

Please wear appropriate attire for the ceremony.
Draag alstublieft passende kleding voor de ceremonie.

blind

/blaɪnd/

(adjective) blind, onwetend;

(verb) verblinden, blind maken, misleiden;

(noun) jaloezie, blind

Voorbeeld:

She has been blind since birth.
Ze is al sinds haar geboorte blind.

brief

/briːf/

(adjective) kort, bondig, beknopt;

(noun) briefing, instructie, slip;

(verb) briefen, informeren

Voorbeeld:

We had a brief chat before the meeting.
We hadden een kort praatje voor de vergadering.

broad

/brɑːd/

(adjective) breed, uitgebreid;

(noun) vrouw

Voorbeeld:

The river was very broad at this point.
De rivier was op dit punt erg breed.

capable

/ˈkeɪ.pə.bəl/

(adjective) capabel, bekwaam, in staat

Voorbeeld:

She is capable of handling difficult situations.
Zij is in staat om moeilijke situaties aan te pakken.

characteristic

/ˌker.ək.təˈrɪs.tɪk/

(noun) kenmerk, eigenschap;

(adjective) kenmerkend, typisch

Voorbeeld:

One characteristic of a good leader is integrity.
Een kenmerk van een goede leider is integriteit.

chief

/tʃiːf/

(noun) stamhoofd, leider, hoofd;

(adjective) voornaamste, belangrijkste

Voorbeeld:

The chief of the tribe made an important announcement.
De stamhoofd deed een belangrijke aankondiging.

complicated

/ˈkɑːm.plə.keɪ.t̬ɪd/

(adjective) ingewikkeld, complex, moeilijk te begrijpen

Voorbeeld:

The instructions were too complicated for me to follow.
De instructies waren te ingewikkeld voor mij om te volgen.

concerned

/kənˈsɝːnd/

(adjective) bezorgd, bekommerd, betrokken

Voorbeeld:

She was very concerned about her son's health.
Ze was erg bezorgd over de gezondheid van haar zoon.

confusing

/kənˈfjuː.zɪŋ/

(adjective) verwarrend, onduidelijk

Voorbeeld:

The instructions were very confusing.
De instructies waren erg verwarrend.

conscious

/ˈkɑːn.ʃəs/

(adjective) bewust, bij bewustzijn, opzettelijk

Voorbeeld:

The patient was fully conscious after the surgery.
De patiënt was volledig bij bewustzijn na de operatie.

constant

/ˈkɑːn.stənt/

(adjective) constant, voortdurend, onveranderlijk;

(noun) constante

Voorbeeld:

The machine makes a constant humming noise.
De machine maakt een constant zoemend geluid.

corporate

/ˈkɔːr.pɚ.ət/

(adjective) bedrijfs-, zakelijk, vennootschaps-

Voorbeeld:

The company announced a new corporate strategy.
Het bedrijf kondigde een nieuwe bedrijfsstrategie aan.

crucial

/ˈkruː.ʃəl/

(adjective) cruciaal, essentieel, doorslaggevend

Voorbeeld:

It is crucial that we act immediately.
Het is cruciaal dat we onmiddellijk handelen.

deliberate

/dɪˈlɪb.ɚ.ət/

(adjective) opzettelijk, bewust, bedachtzaam;

(verb) beraadslagen, overwegen

Voorbeeld:

The fire was a result of deliberate arson.
De brand was het gevolg van opzettelijke brandstichting.

detailed

/ˈdiː.teɪld/

(adjective) gedetailleerd, uitgebreid

Voorbeeld:

The report provided a detailed analysis of the market trends.
Het rapport gaf een gedetailleerde analyse van de markttrends.

downward

/ˈdaʊn.wɚd/

(adverb) naar beneden, afwaarts;

(adjective) neerwaarts, dalend

Voorbeeld:

The ball rolled downward.
De bal rolde naar beneden.

efficient

/ɪˈfɪʃ.ənt/

(adjective) efficiënt, doelmatig

Voorbeeld:

The new system is much more efficient.
Het nieuwe systeem is veel efficiënter.

entire

/ɪnˈtaɪr/

(adjective) heel, geheel

Voorbeeld:

He ate the entire pizza by himself.
Hij at de hele pizza zelf op.

ethical

/ˈeθ.ɪ.kəl/

(adjective) ethisch, moreel, moreel correct

Voorbeeld:

The company has a strong ethical code.
Het bedrijf heeft een sterke ethische code.

even

/ˈiː.vən/

(adjective) egaal, vlak, even;

(adverb) zelfs, ook;

(verb) egaliseren, vlakken

Voorbeeld:

The road surface was perfectly even.
Het wegdek was perfect egaal.

executive

/ɪɡˈzek.jə.t̬ɪv/

(noun) leidinggevende, directeur;

(adjective) uitvoerend

Voorbeeld:

The company's chief executive announced a new strategy.
De chief executive van het bedrijf kondigde een nieuwe strategie aan.

extraordinary

/ɪkˈstrɔːr.dən.er.i/

(adjective) buitengewoon, uitzonderlijk, opmerkelijk

Voorbeeld:

She has an extraordinary talent for music.
Ze heeft een buitengewoon talent voor muziek.

flexible

/ˈflek.sə.bəl/

(adjective) flexibel, buigzaam, aanpasbaar

Voorbeeld:

The yoga instructor showed us how to make our bodies more flexible.
De yogaleraar liet ons zien hoe we ons lichaam flexibeler kunnen maken.

folding

/ˈfoʊl.dɪŋ/

(noun) vouwen, onderroeren;

(adjective) opvouwbaar, vouw-

Voorbeeld:

The recipe calls for a gentle folding of the egg whites into the batter.
Het recept vraagt om een voorzichtig vouwen van het eiwit door het beslag.

former

/ˈfɔːr.mɚ/

(adjective) voormalig, oud, eerste

Voorbeeld:

The former president gave a speech.
De voormalige president hield een toespraak.

so-called

/ˈsoʊ.kɔːld/

(adjective) zogenaamd

Voorbeeld:

His so-called friends abandoned him when he needed them most.
Zijn zogenaamde vrienden lieten hem in de steek toen hij ze het meest nodig had.

neat

/niːt/

(adjective) netjes, opgeruimd, puur

Voorbeeld:

Her desk is always very neat and organized.
Haar bureau is altijd erg netjes en georganiseerd.

bizarre

/bəˈzɑːr/

(adjective) bizar, vreemd, eigenaardig

Voorbeeld:

The artist's latest work is truly bizarre.
Het nieuwste werk van de kunstenaar is werkelijk bizar.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland