Vocabulaireverzameling B2 - Algemene Bijvoeglijke Naamwoorden 1 in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Algemene Bijvoeglijke Naamwoorden 1' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) absoluut, volledig, onvoorwaardelijk
Voorbeeld:
(adjective) nauwkeurig, precies, correct
Voorbeeld:
(adjective) werkelijk, feitelijk, eigenlijk
Voorbeeld:
(adjective) aanvullend, extra
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, opmars, voorschot;
(verb) vooruitgaan, vorderen, voorschieten;
(adjective) vooraf, voorlopig
Voorbeeld:
(adjective) duidelijk, klaarblijkelijk, zichtbaar
Voorbeeld:
(adjective) passend, geschikt;
(verb) toe-eigenen, aanwenden, toewijzen
Voorbeeld:
(adjective) blind, onwetend;
(verb) verblinden, blind maken, misleiden;
(noun) jaloezie, blind
Voorbeeld:
(adjective) kort, bondig, beknopt;
(noun) briefing, instructie, slip;
(verb) briefen, informeren
Voorbeeld:
(adjective) breed, uitgebreid;
(noun) vrouw
Voorbeeld:
(adjective) capabel, bekwaam, in staat
Voorbeeld:
(noun) kenmerk, eigenschap;
(adjective) kenmerkend, typisch
Voorbeeld:
(noun) stamhoofd, leider, hoofd;
(adjective) voornaamste, belangrijkste
Voorbeeld:
(adjective) ingewikkeld, complex, moeilijk te begrijpen
Voorbeeld:
(adjective) bezorgd, bekommerd, betrokken
Voorbeeld:
(adjective) verwarrend, onduidelijk
Voorbeeld:
(adjective) bewust, bij bewustzijn, opzettelijk
Voorbeeld:
(adjective) constant, voortdurend, onveranderlijk;
(noun) constante
Voorbeeld:
(adjective) bedrijfs-, zakelijk, vennootschaps-
Voorbeeld:
(adjective) cruciaal, essentieel, doorslaggevend
Voorbeeld:
(adjective) opzettelijk, bewust, bedachtzaam;
(verb) beraadslagen, overwegen
Voorbeeld:
(adjective) gedetailleerd, uitgebreid
Voorbeeld:
(adverb) naar beneden, afwaarts;
(adjective) neerwaarts, dalend
Voorbeeld:
(adjective) efficiënt, doelmatig
Voorbeeld:
(adjective) heel, geheel
Voorbeeld:
(adjective) ethisch, moreel, moreel correct
Voorbeeld:
(adjective) egaal, vlak, even;
(adverb) zelfs, ook;
(verb) egaliseren, vlakken
Voorbeeld:
(noun) leidinggevende, directeur;
(adjective) uitvoerend
Voorbeeld:
(adjective) buitengewoon, uitzonderlijk, opmerkelijk
Voorbeeld:
(adjective) flexibel, buigzaam, aanpasbaar
Voorbeeld:
(noun) vouwen, onderroeren;
(adjective) opvouwbaar, vouw-
Voorbeeld:
(adjective) voormalig, oud, eerste
Voorbeeld:
(adjective) zogenaamd
Voorbeeld:
(adjective) netjes, opgeruimd, puur
Voorbeeld:
(adjective) bizar, vreemd, eigenaardig
Voorbeeld: