Vocabulaireverzameling B1 - Recht en Politiek in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B1 - Recht en Politiek' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) politiek, interne politiek, machtspelletjes
Voorbeeld:
(noun) kandidaat, examinandus
Voorbeeld:
(noun) grens, rand, boord;
(verb) begrenzen, omzomen
Voorbeeld:
(noun) congres, vergadering, Congres
Voorbeeld:
(noun) raad, bestuur, vergadering
Voorbeeld:
(noun) provincie, graafschap
Voorbeeld:
(noun) rechtbank, gerechtshof, baan;
(verb) versieren, winnen
Voorbeeld:
(noun) diplomatie, tact, beleid
Voorbeeld:
(noun) verkiezing, keuze, selectie
Voorbeeld:
(verb) kiezen, verkiezen, besluiten;
(adjective) gekozen, uitverkoren;
(noun) de uitverkorenen, de gekozenen
Voorbeeld:
(noun) ambassade, diplomatieke missie, ambassadepersoneel
Voorbeeld:
(noun) regering, overheid, regeringsvorm
Voorbeeld:
(noun) lokale overheid, gemeentebestuur
Voorbeeld:
(noun) gouverneur, bestuurder, regelaar
Voorbeeld:
(noun) wet, recht, principe
Voorbeeld:
(noun) burgemeester
Voorbeeld:
(noun) parlement, wetgevende macht
Voorbeeld:
(noun) feest, partij, groep;
(verb) feesten, partij vieren
Voorbeeld:
(adjective) politiek
Voorbeeld:
(noun) president, rector, voorzitter
Voorbeeld:
(adjective) openbaar, publiek;
(noun) het publiek, de gemeenschap
Voorbeeld:
(noun) straf, bestraffing
Voorbeeld:
(adjective) juist, correct, rechts;
(adverb) rechts, meteen, direct;
(noun) recht, rechten, rechts;
(verb) rechtop zetten, corrigeren;
(interjection) oké, toch
Voorbeeld:
(noun) Senaat, senaat (universiteit)
Voorbeeld:
(verb) arresteren, aanhouden, stoppen;
(noun) arrestatie, aanhouding, stop
Voorbeeld:
(verb) verbieden, uitbannen;
(noun) verbod, ban
Voorbeeld:
(noun) staat, toestand;
(verb) verklaren, stellen
Voorbeeld:
(verb) plegen, begaan, verbinden
Voorbeeld:
(verb) ontsnappen, ontkomen, lekken;
(noun) ontsnapping, vlucht
Voorbeeld:
(verb) onderzoeken, uitzoeken
Voorbeeld:
(noun) moord, marteling, hel;
(verb) vermoorden, doden, verpesten
Voorbeeld:
(verb) straffen, bestraffen, afstraffen
Voorbeeld:
(noun) regel, voorschrift, heerschappij;
(verb) regeren, heersen, beheersen
Voorbeeld:
(noun) stem, stemming;
(verb) stemmen, kiezen
Voorbeeld:
(noun) dief
Voorbeeld:
(noun) conferentie, vergadering;
(verb) vergaderen, confereren
Voorbeeld:
(noun) verklaring, uitspraak, afschrift
Voorbeeld: