Avatar of Vocabulary Set A2 - Geest

Vocabulaireverzameling A2 - Geest in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Geest' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

mind

/maɪnd/

(noun) geest, verstand, aandacht;

(verb) erg vinden, bezwaar hebben tegen, opletten

Voorbeeld:

She has a brilliant mind.
Ze heeft een briljante geest.

mental

/ˈmen.təl/

(adjective) mentaal, geestelijk, geestelijk ziek;

(noun) geestelijk zieke, patiënt met psychische aandoening

Voorbeeld:

She's suffering from mental fatigue.
Ze lijdt aan mentale vermoeidheid.

think

/θɪŋk/

(verb) denken, vinden, nadenken;

(noun) gedachte, overweging

Voorbeeld:

What do you think about the new policy?
Wat denk je van het nieuwe beleid?

talent

/ˈtæl.ənt/

(noun) talent, aanleg, getalenteerde mensen

Voorbeeld:

She has a natural talent for music.
Ze heeft een natuurlijk talent voor muziek.

skill

/skɪl/

(noun) vaardigheid, bekwaamheid

Voorbeeld:

He has excellent communication skills.
Hij heeft uitstekende communicatievaardigheden.

knowledge

/ˈnɑː.lɪdʒ/

(noun) kennis, wetenschap, bewustzijn

Voorbeeld:

Her knowledge of ancient history is impressive.
Haar kennis van de oude geschiedenis is indrukwekkend.

guess

/ɡes/

(verb) raden, gissen;

(noun) gok, schatting

Voorbeeld:

Can you guess how many candies are in the jar?
Kun je raden hoeveel snoepjes er in de pot zitten?

believe

/bɪˈliːv/

(verb) geloven, geloven in

Voorbeeld:

I believe that he is telling the truth.
Ik geloof dat hij de waarheid spreekt.

belief

/bɪˈliːf/

(noun) geloof, overtuiging, principe

Voorbeeld:

His belief in God is unwavering.
Zijn geloof in God is onwankelbaar.

memory

/ˈmem.ər.i/

(noun) geheugen, herinneringsvermogen, herinnering

Voorbeeld:

She has an excellent memory for faces.
Ze heeft een uitstekend geheugen voor gezichten.

remember

/rɪˈmem.bɚ/

(verb) herinneren, zich herinneren, onthouden

Voorbeeld:

I can't remember where I put my keys.
Ik kan me niet herinneren waar ik mijn sleutels heb gelaten.

forget

/fɚˈɡet/

(verb) vergeten, veronachtzamen, over het hoofd zien

Voorbeeld:

I always forget people's names.
Ik vergeet altijd namen van mensen.

idea

/aɪˈdiː.ə/

(noun) idee, voorstel, concept

Voorbeeld:

That's a great idea!
Dat is een geweldig idee!

favorite

/ˈfeɪ.vər.ət/

(adjective) favoriet, lievelings;

(noun) favoriet, lieveling

Voorbeeld:

What's your favorite color?
Wat is je favoriete kleur?

suggestion

/səˈdʒes.tʃən/

(noun) suggestie, voorstel, ingeving

Voorbeeld:

Do you have any suggestions for dinner tonight?
Heb je nog suggesties voor het avondeten vanavond?

suggest

/səˈdʒest/

(verb) voorstellen, suggereren, impliceren

Voorbeeld:

I suggest we take a break.
Ik stel voor dat we een pauze nemen.

goal

/ɡoʊl/

(noun) doel, streven, doelpunt

Voorbeeld:

My main goal is to finish this project on time.
Mijn belangrijkste doel is om dit project op tijd af te krijgen.

plan

/plæn/

(noun) plan, ontwerp, plattegrond;

(verb) plannen, organiseren

Voorbeeld:

We need a solid plan to finish this project on time.
We hebben een solide plan nodig om dit project op tijd af te krijgen.

hope

/hoʊp/

(noun) hoop, verwachting;

(verb) hopen, verwachten

Voorbeeld:

She has high hopes for her future.
Ze heeft hoge verwachtingen voor haar toekomst.

imagine

/ɪˈmædʒ.ɪn/

(verb) voorstellen, verbeelden, aannemen

Voorbeeld:

Can you imagine a world without internet?
Kun je je een wereld zonder internet voorstellen?

dream

/driːm/

(noun) droom, aspiratie, ideaal;

(verb) dromen, aspireren

Voorbeeld:

I had a strange dream last night.
Ik had een vreemde droom gisteravond.

enjoy

/ɪnˈdʒɔɪ/

(verb) genieten van, beschikken over

Voorbeeld:

I really enjoy spending time with my family.
Ik geniet echt van tijd doorbrengen met mijn familie.

worried

/ˈwɝː.id/

(adjective) bezorgd, ongerust

Voorbeeld:

She was worried about her son's health.
Ze was bezorgd over de gezondheid van haar zoon.

nervous

/ˈnɝː.vəs/

(adjective) nerveus, gespannen, angstig

Voorbeeld:

She felt nervous before her job interview.
Ze voelde zich nerveus voor haar sollicitatiegesprek.

calm

/kɑːm/

(adjective) kalm, rustig, windstil;

(verb) kalmeren, tot rust brengen;

(noun) kalmte, rust

Voorbeeld:

She remained calm despite the chaos around her.
Ze bleef kalm ondanks de chaos om haar heen.

afraid

/əˈfreɪd/

(adjective) bang, bevreesd, helaas

Voorbeeld:

She was afraid of the dark.
Ze was bang in het donker.

experience

/ɪkˈspɪr.i.əns/

(noun) ervaring, belevenis;

(verb) ervaren, ondervinden

Voorbeeld:

He has a lot of experience in teaching.
Hij heeft veel ervaring in het lesgeven.

matter

/ˈmæt̬.ɚ/

(noun) materie, stof, zaak;

(verb) er toe doen, belangrijk zijn

Voorbeeld:

All living things are composed of matter.
Alle levende wezens zijn samengesteld uit materie.

choose

/tʃuːz/

(verb) kiezen, uitkiezen, beslissen

Voorbeeld:

You can choose any book you like from the shelf.
Je kunt elk boek kiezen dat je wilt uit de kast.

decide

/dɪˈsaɪd/

(verb) beslissen, besluiten, doen besluiten

Voorbeeld:

I need to decide what to wear for the party.
Ik moet beslissen wat ik naar het feest aantrek.

decision

/dɪˈsɪʒ.ən/

(noun) beslissing

Voorbeeld:

We need to make a decision soon.
We moeten snel een beslissing nemen.

power

/ˈpaʊ.ɚ/

(noun) kracht, vermogen, macht;

(verb) aandrijven, van stroom voorzien

Voorbeeld:

The engine lacks sufficient power to climb the steep hill.
De motor mist voldoende vermogen om de steile heuvel te beklimmen.

clear

/klɪr/

(adjective) duidelijk, helder, doorzichtig;

(verb) ruimen, vrijmaken, klaren;

(adverb) helemaal, volledig

Voorbeeld:

The instructions were very clear.
De instructies waren erg duidelijk.

choice

/tʃɔɪs/

(noun) keuze, beste keuze, topkwaliteit;

(adjective) uitstekend, top

Voorbeeld:

You have a choice between coffee and tea.
Je hebt een keuze tussen koffie en thee.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland