Vocabulaireverzameling A2 - Geest in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Geest' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) geest, verstand, aandacht;
(verb) erg vinden, bezwaar hebben tegen, opletten
Voorbeeld:
(adjective) mentaal, geestelijk, geestelijk ziek;
(noun) geestelijk zieke, patiënt met psychische aandoening
Voorbeeld:
(verb) denken, vinden, nadenken;
(noun) gedachte, overweging
Voorbeeld:
(noun) talent, aanleg, getalenteerde mensen
Voorbeeld:
(noun) vaardigheid, bekwaamheid
Voorbeeld:
(noun) kennis, wetenschap, bewustzijn
Voorbeeld:
(verb) raden, gissen;
(noun) gok, schatting
Voorbeeld:
(verb) geloven, geloven in
Voorbeeld:
(noun) geloof, overtuiging, principe
Voorbeeld:
(noun) geheugen, herinneringsvermogen, herinnering
Voorbeeld:
(verb) herinneren, zich herinneren, onthouden
Voorbeeld:
(verb) vergeten, veronachtzamen, over het hoofd zien
Voorbeeld:
(noun) idee, voorstel, concept
Voorbeeld:
(adjective) favoriet, lievelings;
(noun) favoriet, lieveling
Voorbeeld:
(noun) suggestie, voorstel, ingeving
Voorbeeld:
(verb) voorstellen, suggereren, impliceren
Voorbeeld:
(noun) doel, streven, doelpunt
Voorbeeld:
(noun) plan, ontwerp, plattegrond;
(verb) plannen, organiseren
Voorbeeld:
(noun) hoop, verwachting;
(verb) hopen, verwachten
Voorbeeld:
(verb) voorstellen, verbeelden, aannemen
Voorbeeld:
(noun) droom, aspiratie, ideaal;
(verb) dromen, aspireren
Voorbeeld:
(verb) genieten van, beschikken over
Voorbeeld:
(adjective) bezorgd, ongerust
Voorbeeld:
(adjective) nerveus, gespannen, angstig
Voorbeeld:
(adjective) kalm, rustig, windstil;
(verb) kalmeren, tot rust brengen;
(noun) kalmte, rust
Voorbeeld:
(adjective) bang, bevreesd, helaas
Voorbeeld:
(noun) ervaring, belevenis;
(verb) ervaren, ondervinden
Voorbeeld:
(noun) materie, stof, zaak;
(verb) er toe doen, belangrijk zijn
Voorbeeld:
(verb) kiezen, uitkiezen, beslissen
Voorbeeld:
(verb) beslissen, besluiten, doen besluiten
Voorbeeld:
(noun) beslissing
Voorbeeld:
(noun) kracht, vermogen, macht;
(verb) aandrijven, van stroom voorzien
Voorbeeld:
(adjective) duidelijk, helder, doorzichtig;
(verb) ruimen, vrijmaken, klaren;
(adverb) helemaal, volledig
Voorbeeld:
(noun) keuze, beste keuze, topkwaliteit;
(adjective) uitstekend, top
Voorbeeld: