Vocabulaireverzameling A2 - Gezondheid en Ziekte 2 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Gezondheid en Ziekte 2' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) slecht, onaangenaam, ernstig;
(adverb) slecht, beroerd
Voorbeeld:
(adjective) ziek, misselijk, geweldig;
(verb) overgeven, braken
Voorbeeld:
(adjective) beter;
(adverb) beter;
(verb) verbeteren, overtreffen;
(noun) meerderen, superieuren
Voorbeeld:
(adjective) gebroken, kapot, geschonden;
(past participle) gebroken, verbroken
Voorbeeld:
(adjective) serieus, ernstig, zwaar
Voorbeeld:
(adjective) gevaarlijk
Voorbeeld:
(noun) afspraak, benoeming, aanstelling
Voorbeeld:
(noun) ziekte, aandoening, misselijkheid
Voorbeeld:
(noun) pijn, leed, verdriet;
(verb) pijn doen, kwellen
Voorbeeld:
(noun) ongeluk, ongeval, toeval
Voorbeeld:
(noun) blessure, verwonding, schade
Voorbeeld:
(noun) test, proef, toets;
(verb) testen, uitproberen, op de proef stellen
Voorbeeld:
(verb) onderzoeken, inspecteren, bekijken
Voorbeeld:
(verb) breken, stukmaken, onderbreken;
(noun) pauze, onderbreking, uitbraak
Voorbeeld:
(verb) snijden, knippen, hakken;
(noun) snede, knippen, coupe;
(adjective) gesneden, geknipt
Voorbeeld:
(verb) bezeren, pijn doen, kwetsen;
(noun) pijn, blessure, verdriet;
(adjective) gewond, bezeerd, gekwetst
Voorbeeld:
(verb) verwonden, blesseren, kwetsen
Voorbeeld:
(verb) slaan, raken, treffen;
(noun) slag, treffer, hit
Voorbeeld:
(verb) zien, waarnemen, begrijpen;
(noun) bisdom, zetel;
(exclamation) zie, begrijp
Voorbeeld:
(verb) vangen, grijpen, betrappen;
(noun) vangbal, vangspel, addertje onder het gras
Voorbeeld:
(verb) voorschrijven, bepalen
Voorbeeld:
(verb) niezen;
(noun) nies
Voorbeeld:
(verb) hoesten;
(noun) hoest
Voorbeeld: