Vocabulaireverzameling Een Argument Maken 1 in Mening en Argument: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Een Argument Maken 1' in 'Mening en Argument' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(idiom) zwakke plek, achilleshiel
Voorbeeld:
(adjective) ad hominem, op de persoon gericht;
(adverb) ad hominem, persoonlijk
Voorbeeld:
(noun) munitie, argumenten, bewijsmateriaal
Voorbeeld:
(adverb) hoe dan ook, toch, bovendien
Voorbeeld:
(noun) apologie, verdediging
Voorbeeld:
(adjective) betwistbaar, discutabel, verdedigbaar
Voorbeeld:
(adverb) aantoonbaar, waarschijnlijk
Voorbeeld:
(verb) betogen, pleiten, ruziën
Voorbeeld:
(noun) ruzie, discussie, geschil
Voorbeeld:
(noun) argumentatie, redenering
Voorbeeld:
(adjective) argumentatief, twistziek
Voorbeeld:
(idiom) een stok om iemand mee te slaan, een reden tot kritiek
Voorbeeld:
(phrase) tegelijkertijd, gelijktijdig, desondanks
Voorbeeld:
(verb) dragen, vervoeren, bezitten;
(noun) bereik, vlucht
Voorbeeld:
(noun) geval, koffer, doos;
(verb) verpakken, inpakken, observeren
Voorbeeld:
(adjective) rond, cirkelvormig, circulair;
(noun) circulaire, rondschrijven
Voorbeeld:
(noun) rondheid, circulariteit, cirkelredenering
Voorbeeld:
(verb) beweren, aanspraak maken op, opeisen;
(noun) bewering, claim, aanspraak
Voorbeeld:
(phrasal verb) afdalen, naar beneden klimmen, bakzeil halen
Voorbeeld:
(noun) doorslaggevende factor, beslissend argument
Voorbeeld:
(verb) toegeven, erkennen, toestaan
Voorbeeld:
(adverb) consistent, altijd, op dezelfde manier
Voorbeeld:
(verb) worstelen, strijden, beweren
Voorbeeld:
(noun) gevolg, uitvloeisel
Voorbeeld:
(verb) tellen, meetellen, inclusief zijn;
(noun) telling, aantal, aanklacht
Voorbeeld:
(noun) tegenargument, weerlegging
Voorbeeld:
(noun) tegenvoorbeeld
Voorbeeld:
(adjective) geloofwaardig, aannemelijk, betrouwbaar
Voorbeeld:
(noun) verdediging, bescherming, pleidooi
Voorbeeld:
(verb) verdedigen, beschermen, pleiten voor
Voorbeeld:
(adjective) verdedigbaar, gerechtvaardigd
Voorbeeld:
(noun) dialectiek, redeneerkunst, tegenstelling
Voorbeeld:
(adjective) dialectisch
Voorbeeld:
(idiom) duidelijk maken, benadrukken, inprenten
Voorbeeld:
(noun) bewijs, aanwijzing;
(verb) aantonen, bewijzen, aangeven
Voorbeeld:
(verb) vlakken, platdrukken, egaliseren
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitwerken, aanvullen, concretiseren
Voorbeeld:
(idiom) wat dat betreft, trouwens
Voorbeeld:
(adverb) bovendien, verder
Voorbeeld: