Vocabulaireverzameling Kleding verzorgen in Kleding en Mode: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Kleding verzorgen' in 'Kleding en Mode' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) wasmand, kledingmand
Voorbeeld:
(noun) kledinghanger, hanger
Voorbeeld:
(noun) waslijn, clothesline (worstelbeweging);
(verb) clotheslinen
Voorbeeld:
(noun) droogrek, wasrek, modefanaat
Voorbeeld:
(noun) wasknijper
Voorbeeld:
(noun) wasknijper, knijper
Voorbeeld:
(noun) kledinghanger, kleerhanger
Voorbeeld:
(noun) wasmiddel
Voorbeeld:
(noun) mand, wasmand;
(verb) belemmeren, hinderen
Voorbeeld:
(noun) hanger, kledinghanger, ophanger
Voorbeeld:
(noun) strijkplank
Voorbeeld:
(noun) wasmand
Voorbeeld:
(noun) lucht, sfeer, uitstraling;
(verb) uiten, uitzenden, ventileren
Voorbeeld:
(noun) linnenkast, droogkast
Voorbeeld:
(noun) pin, haak, plug;
(verb) vastzetten, bevestigen, ophangen
Voorbeeld:
(plural noun) zeepvlokken
Voorbeeld:
(noun) waspoeder, zeep poeder
Voorbeeld:
(noun) wasbord, wasbordbuik, strakke buikspieren
Voorbeeld:
(noun) waslijn
Voorbeeld:
(noun) waspoeder
Voorbeeld:
(noun) wasmachine
Voorbeeld:
(noun) droger, wasdroger, haardroger
Voorbeeld:
(noun) bleekmiddel, bleekwater;
(verb) bleken, ontkleuren
Voorbeeld:
(noun) ijzer, strijkijzer;
(verb) strijken;
(adjective) ijzeren
Voorbeeld:
(adjective) gerimpeld, verfrommeld;
(past participle) kreukelde, verfrommelde
Voorbeeld:
(verb) lossen, uitladen, ontladen
Voorbeeld:
(verb) vouwen, opvouwen, failliet gaan;
(noun) vouw, kudde, groep
Voorbeeld:
(noun) stomerij
Voorbeeld:
(verb) druppelvrij drogen, strijkvrij drogen;
(adjective) druppelvrij, strijkvrij
Voorbeeld:
(verb) stomen, chemisch reinigen
Voorbeeld:
(noun) strijken, strijkwerk;
(verb) strijken
Voorbeeld:
(verb) wassen en strijken, wassen, witwassen
Voorbeeld:
(noun) wasserette, wasmachinerie
Voorbeeld:
(noun) was, wasgoed, wasserette
Voorbeeld:
(noun) lading, vracht, werkdruk;
(verb) laden, beladen, vullen
Voorbeeld:
(verb) drukken, persen, strijken;
(noun) pers, media, drukpers
Voorbeeld:
(adjective) wasbaar
Voorbeeld:
(adjective) bevlekt, gekleurd;
(verb) bevlekken, beitsen
Voorbeeld:
(adjective) schoon, rein, zuiver;
(verb) schoonmaken, reinigen;
(adverb) schoon, helemaal
Voorbeeld:
(adjective) nat, vochtig, regenachtig;
(verb) natmaken, bevochtigen
Voorbeeld:
(adjective) droog, dor, dorstig;
(verb) drogen
Voorbeeld:
(adjective) vuil, vies, oneerlijk;
(verb) vuil maken, bevuilen
Voorbeeld:
(verb) ontrafelen, uithalen, uitpluizen
Voorbeeld:
(verb) uitvouwen, ontvouwen, onthullen
Voorbeeld:
(noun) stomerij
Voorbeeld: