Avatar of Vocabulary Set Dieranatomie (Vogels)

Vocabulaireverzameling Dieranatomie (Vogels) in Dieren: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Dieranatomie (Vogels)' in 'Dieren' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

wing

/wɪŋ/

(noun) vleugel, gedeelte, factie;

(verb) voorzien van vleugels, in de vleugel raken, improviseren

Voorbeeld:

The bird flapped its wings and soared into the sky.
De vogel klapperde met zijn vleugels en zweefde de lucht in.

web

/web/

(noun) web, spinnenweb, internet;

(verb) bedekken met een web, verbinden

Voorbeeld:

The spider spun a intricate web between the branches.
De spin spon een ingewikkeld web tussen de takken.

wattle

/ˈwɑː.t̬əl/

(noun) vlechtwerk, vlechtwerk van takken, lel;

(verb) vlechten, omheinen met vlechtwerk

Voorbeeld:

The old cottage had walls made of wattle and daub.
Het oude huisje had muren gemaakt van vlechtwerk en leem.

vent

/vent/

(noun) ventilatieopening, opening, uitlaat;

(verb) uiten, luchten, afreageren

Voorbeeld:

The bathroom has a small vent to remove steam.
De badkamer heeft een kleine ventilatieopening om stoom af te voeren.

talon

/ˈtæl.ən/

(noun) klauw, teen

Voorbeeld:

The eagle gripped its prey with sharp talons.
De adelaar greep zijn prooi met scherpe klauwen.

spur

/spɝː/

(noun) spoor, uitloper;

(verb) aansporen, stimuleren, sporen

Voorbeeld:

The cowboy dug his spurs into the horse's flanks.
De cowboy stak zijn sporen in de flanken van het paard.

wing tip

/ˈwɪŋ.tɪp/

(noun) vleugeltip, wingtip

Voorbeeld:

The pilot checked the wing tip for any damage before takeoff.
De piloot controleerde de vleugeltip op schade voor het opstijgen.

ruff

/rʌf/

(noun) kraag, plooikraag, pos;

(verb) blaffen, snauwen

Voorbeeld:

The queen's portrait showed her wearing an elaborate lace ruff.
Het portret van de koningin toonde haar met een uitgebreide kanten kraag.

mandible

/ˈmæn.də.bəl/

(noun) onderkaak, kaakbeen, mandibel

Voorbeeld:

The paleontologist carefully examined the fossilized mandible of the ancient creature.
De paleontoloog onderzocht zorgvuldig de gefossiliseerde onderkaak van het oude wezen.

gizzard

/ˈɡɪz.ɚd/

(noun) spiermaag

Voorbeeld:

The chicken's gizzard helps it digest tough grains.
De spiermaag van de kip helpt het om harde granen te verteren.

crest

/krest/

(noun) kam, kuif, golfkam;

(verb) de top bereiken, oversteken

Voorbeeld:

The rooster had a bright red crest.
De haan had een felrode kam.

comb

/koʊm/

(noun) kam;

(verb) kammen, doorzoeken, uitkammen

Voorbeeld:

She ran a comb through her tangled hair.
Ze haalde een kam door haar verwarde haar.

collar

/ˈkɑː.lɚ/

(noun) kraag, halsband;

(verb) arresteren, pakken

Voorbeeld:

He adjusted the collar of his shirt.
Hij verstelde de kraag van zijn overhemd.

cockscomb

/ˈkɑːks.koʊm/

(noun) hanenkam, hanenkam (plant), celosia

Voorbeeld:

The rooster's bright red cockscomb stood out against its dark feathers.
De felrode hanenkam van de haan stak af tegen zijn donkere veren.

breast

/brest/

(noun) borst, boezem;

(verb) trotseren, doorbreken

Voorbeeld:

The baby nursed from its mother's breast.
De baby zoog aan de borst van zijn moeder.

bill

/bɪl/

(noun) rekening, factuur, wetsvoorstel;

(verb) factureren, rekening sturen, aankondigen

Voorbeeld:

Can I have the bill, please?
Mag ik de rekening, alstublieft?

beak

/biːk/

(noun) snavel, boeg, voorsteven

Voorbeeld:

The parrot used its strong beak to crack nuts.
De papegaai gebruikte zijn sterke snavel om noten te kraken.

wishbone

/ˈwɪʃ.boʊn/

(noun) wensbotje, vorkbeen

Voorbeeld:

After Thanksgiving dinner, we always break the wishbone for good luck.
Na het Thanksgiving-diner breken we altijd het wensbotje voor geluk.

claw

/klɑː/

(noun) klauw, schaar;

(verb) klauwen, krabben

Voorbeeld:

The cat sharpened its claws on the scratching post.
De kat scherpte zijn klauwen aan de krabpaal.

hackle

/ˈhæk.əl/

(noun) nekveer, rughaar;

(verb) hackle, irriteren

Voorbeeld:

The rooster's iridescent hackles shimmered in the sunlight.
De iriserende nekveren van de haan glinsterden in het zonlicht.

crop

/krɑːp/

(noun) gewas, oogst, kort kapsel;

(verb) snoeien, verbouwen, knippen

Voorbeeld:

Wheat is a major crop in this region.
Tarwe is een belangrijk gewas in deze regio.

mantle

/ˈmæn.təl/

(noun) mantel, cape, verantwoordelijkheid;

(verb) bedekken, omhullen

Voorbeeld:

She wrapped herself in a warm wool mantle.
Ze wikkelde zich in een warme wollen mantel.

covert feather

/ˈkʌvərt ˈfɛðər/

(noun) dekveer

Voorbeeld:

The bird's beautiful plumage was highlighted by the iridescent covert feathers.
Het prachtige verenkleed van de vogel werd benadrukt door de iriserende dekveren.

flight feather

/ˈflaɪt ˌfeð.ər/

(noun) slagpen, vliegveer

Voorbeeld:

The eagle soared high, its powerful wings propelled by strong flight feathers.
De adelaar zweefde hoog, zijn krachtige vleugels voortgestuwd door sterke slagpennen.

underwing

/ˈʌndərˌwɪŋ/

(noun) vleugelonderzijde, onderkant van de vleugel

Voorbeeld:

The mechanic inspected the underwing for any damage.
De monteur inspecteerde de onderkant van de vleugel op schade.

covert

/ˈkoʊ.vɝːt/

(adjective) heimelijk, geheim, verborgen;

(noun) schuilplaats, kreupelhout

Voorbeeld:

They conducted a covert operation to gather intelligence.
Ze voerden een heimelijke operatie uit om inlichtingen te verzamelen.

tertial

/ˈtɜːrʃəl/

(noun) tertiaire veer, binnenste vleugelveer;

(adjective) tertiair, met betrekking tot tertiaire veren

Voorbeeld:

The bird's tertial feathers were clearly visible during its flight.
De tertiaire veren van de vogel waren duidelijk zichtbaar tijdens zijn vlucht.

primary

/ˈpraɪ.mer.i/

(adjective) primair, hoofd-, oorspronkelijk;

(noun) voorverkiezing, primaire verkiezing

Voorbeeld:

The primary goal is to reduce costs.
Het primaire doel is om kosten te verlagen.

tarsus

/ˈtɑːr.səs/

(noun) tarsus, voetwortel, voetsegment

Voorbeeld:

The doctor examined the patient's tarsus after the ankle injury.
De dokter onderzocht de tarsus van de patiënt na de enkelblessure.

eyestripe

/ˈaɪ.straɪp/

(noun) oogstreep

Voorbeeld:

The bird's distinctive eyestripe helped identify its species.
De kenmerkende oogstreep van de vogel hielp bij het identificeren van zijn soort.

proventriculus

/ˌproʊ.venˈtrɪk.jə.ləs/

(noun) proventriculus, kliermaag

Voorbeeld:

The proventriculus plays a crucial role in the initial stages of digestion in birds.
De proventriculus speelt een cruciale rol in de beginstadia van de spijsvertering bij vogels.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland