Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 21 - Bedrijfscompetitie: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 21 - Bedrijfscompetitie' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) tak, filiaal, vestiging;
(verb) vertakken, splitsen
Voorbeeld:
(noun) criticus, recensent, beoordelaar
Voorbeeld:
(phrasal verb) belanden, terechtkomen, uiteindelijk doen
Voorbeeld:
(phrase) in het verleden, vroeger
Voorbeeld:
(adverb) binnen, naar binnen
Voorbeeld:
(adjective) naar binnen, inwaarts, innerlijk;
(adverb) naar binnen, inwaarts
Voorbeeld:
(verb) leunen, hellen, leunen op;
(adjective) slank, mager, schaars
Voorbeeld:
(verb) optillen, opheffen, intrekken;
(noun) lift, heftoestel, rit
Voorbeeld:
(noun) partnerschap, vennootschap, samenwerking
Voorbeeld:
(noun) plein, winkelcentrum
Voorbeeld:
(verb) ontspannen, tot rust komen, versoepelen
Voorbeeld:
(noun) personeel, staf, stok;
(verb) bemannen, personeel leveren
Voorbeeld:
(verb) strekken, uitrekken, rekken;
(noun) rek, strekking, stuk
Voorbeeld:
(noun) schakelaar, verandering, overstap;
(verb) omschakelen, wisselen, aan-/uitzetten
Voorbeeld:
(conjunction) zolang, mits, zolang als
Voorbeeld:
(adverb) correct, juist
Voorbeeld:
(adverb) uitdrukkelijk, speciaal, expliciet
Voorbeeld:
(noun) koorts, opwinding
Voorbeeld:
(noun) oprichter, stichter;
(verb) mislukken, stranden, zinken
Voorbeeld:
(phrase) ondanks, niettegenstaande
Voorbeeld:
(noun) individu, persoon;
(adjective) individueel, afzonderlijk, uniek
Voorbeeld:
(noun) strijken, strijkwerk;
(verb) strijken
Voorbeeld:
(adjective) klein, gering, onbelangrijk;
(noun) minderjarige
Voorbeeld:
(adverb) slecht, inferieur, arm
Voorbeeld:
(noun) regio, gebied, streek
Voorbeeld:
(adverb) scherp, acuut, plotseling
Voorbeeld:
(noun) oppervlak, buitenkant, uiterlijk;
(verb) boven water komen, opduiken, asfalteren
Voorbeeld:
(noun) eenheid, individu, maatstaf
Voorbeeld: