Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 15 - Contractonderhandeling: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 15 - Contractonderhandeling' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) achterbank, ondergeschikte rol, tweede plan
Voorbeeld:
(verb) lenen, overnemen, ontlenen
Voorbeeld:
(verb) de moeite nemen, zich inspannen, storen;
(noun) moeite, hinder
Voorbeeld:
(noun) plafond, limiet
Voorbeeld:
(adjective) leeg, zinloos;
(verb) legen, leegmaken
Voorbeeld:
(noun) uitgang, uitrit, vertrek;
(verb) verlaten, uitgaan
Voorbeeld:
(noun) modefotograaf
Voorbeeld:
(phrasal verb) zorgen voor, opletten op
Voorbeeld:
(noun) paar, duo;
(verb) paren, combineren
Voorbeeld:
(phrase) per dag, dagelijks
Voorbeeld:
(noun) professor, hoogleraar
Voorbeeld:
(noun) bewijs, proef, proefdruk;
(verb) bewijzen, waterdicht maken, beschermen;
(adjective) -dicht, -bestendig
Voorbeeld:
(phrasal verb) aantrekken, opzetten, aanzetten
Voorbeeld:
(noun) spray, spuitbus, tak;
(verb) spuiten, verstuiven
Voorbeeld:
(phrasal verb) bedenken, denken aan, vinden
Voorbeeld:
(verb) dragen, slijten, verslijten;
(noun) slijtage, gebruik, kleding
Voorbeeld:
(verb) klimmen, stijgen, moeizaam klimmen;
(noun) klim, beklimming
Voorbeeld:
(verb) ontkennen, loochenen, weigeren
Voorbeeld:
(verb) ontsnappen, ontkomen, lekken;
(noun) ontsnapping, vlucht
Voorbeeld:
(adjective) laatste, definitief, bindend;
(noun) finale, eindexamen
Voorbeeld:
(adverb) meestal, over het algemeen, algemeen
Voorbeeld:
(adjective) los, loszittend, vrij;
(verb) loslaten, vrijlaten
Voorbeeld:
(noun) betekenis, zin, waarde
Voorbeeld:
(noun) buiten het seizoen, laagseizoen;
(adjective) buiten het seizoen, laagseizoen
Voorbeeld:
(adverb) eens, één keer, vroeger;
(conjunction) zodra, wanneer
Voorbeeld:
(noun) product, artikel, uitkomst
Voorbeeld:
(verb) opzeggen, verlaten, stoppen met;
(noun) vertrek, opzegging
Voorbeeld:
(noun) volume, inhoud, geluidssterkte
Voorbeeld: