Vocabulaireverzameling Basis 2 in Dag 14 - Doel van de zakenreis: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Basis 2' in 'Dag 14 - Doel van de zakenreis' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) agent, vertegenwoordiger, middel
Voorbeeld:
(noun) luchthaven, vliegveld
Voorbeeld:
(noun) strand;
(verb) aan land brengen, stranden
Voorbeeld:
(noun) boot, vaartuig;
(verb) varen, bootje varen
Voorbeeld:
(noun) businessclass, zakenklasse
Voorbeeld:
(verb) verbinden, aansluiten, verbinding maken
Voorbeeld:
(noun) vertrektijd
Voorbeeld:
(noun) taxfreeshop, belastingvrije winkel
Voorbeeld:
(noun) eerste klas, cum laude;
(adjective) eersteklas, uitstekend;
(adverb) eerste klas
Voorbeeld:
(noun) vlucht, zwerm, trap
Voorbeeld:
(phrase) op vakantie gaan
Voorbeeld:
(noun) reisgids, gids
Voorbeeld:
(noun) reis, tocht, proces;
(verb) reizen, trekken
Voorbeeld:
(noun) rechtstreekse vlucht, non-stopvlucht
Voorbeeld:
(noun) pak, rugzak, bundel;
(verb) inpakken, verpakken, vullen
Voorbeeld:
(noun) paspoort, toegang, middel
Voorbeeld:
(noun) piloot, loods, pilotaflevering;
(verb) besturen, loodsen;
(adjective) pilot, proef
Voorbeeld:
(noun) salon, schoonheidssalon, ontvangstkamer
Voorbeeld:
(noun) overspanning, duur, bereik;
(verb) overspannen, bestrijken
Voorbeeld:
(noun) reis, uitstapje, struikelpartij;
(verb) struikelen, vallen, reizen
Voorbeeld:
(noun) grens, rand, boord;
(verb) begrenzen, omzomen
Voorbeeld:
(adjective) centraal, midden, essentieel
Voorbeeld:
(adjective) veilig, beveiligd, onschadelijk;
(noun) kluis, brandkast
Voorbeeld:
(adjective) plotseling, abrupt
Voorbeeld:
(verb) reizen, verplaatsen, zich voortbewegen;
(noun) reis, reizen
Voorbeeld:
(adjective) onderwater;
(adverb) onderwater
Voorbeeld:
(adjective) uniek, enig in zijn soort, bijzonder
Voorbeeld:
(noun) bezoeker, gast
Voorbeeld: