Avatar of Vocabulary Set Basis 1

Vocabulaireverzameling Basis 1 in Dag 10 - Deskundige shoppers: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Basis 1' in 'Dag 10 - Deskundige shoppers' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

purchase

/ˈpɝː.tʃəs/

(noun) aankoop, koop, grip;

(verb) kopen, aanschaffen

Voorbeeld:

She made a large purchase at the department store.
Ze deed een grote aankoop in het warenhuis.

installment

/ɪnˈstɑːl.mənt/

(noun) termijn, afbetaling, aflevering

Voorbeeld:

She paid for the car in monthly installments.
Ze betaalde de auto in maandelijkse termijnen.

affordable

/əˈfɔːr.də.bəl/

(adjective) betaalbaar, voordelig

Voorbeeld:

The store offers a wide range of affordable clothing.
De winkel biedt een breed scala aan betaalbare kleding.

exactly

/ɪɡˈzækt.li/

(adverb) precies, exact, inderdaad

Voorbeeld:

The measurements must be exactly right.
De metingen moeten precies kloppen.

auction

/ˈɑːk.ʃən/

(noun) veiling;

(verb) veilen

Voorbeeld:

The painting was sold at auction for a record price.
Het schilderij werd op veiling verkocht voor een recordprijs.

authentic

/ɑːˈθen.t̬ɪk/

(adjective) authentiek, echt, betrouwbaar

Voorbeeld:

The painting is an authentic Picasso.
Het schilderij is een authentieke Picasso.

charge

/tʃɑːrdʒ/

(verb) aanrekenen, in rekening brengen, aanklagen;

(noun) kosten, vergoeding, aanklacht

Voorbeeld:

The restaurant charged us for water we didn't order.
Het restaurant rekende ons water aan dat we niet hadden besteld.

notice

/ˈnoʊ.t̬ɪs/

(noun) aandacht, opmerking, kennisgeving;

(verb) opmerken, waarnemen

Voorbeeld:

He didn't take any notice of my warnings.
Hij schonk geen aandacht aan mijn waarschuwingen.

experienced

/ɪkˈspɪr.i.ənst/

(adjective) ervaren, deskundig

Voorbeeld:

She is an experienced teacher with over 20 years in the classroom.
Zij is een ervaren lerares met meer dan 20 jaar ervaring in de klas.

instruction

/ɪnˈstrʌk.ʃən/

(noun) instructie, aanwijzing, onderwijs

Voorbeeld:

Follow the instructions carefully.
Volg de instructies zorgvuldig op.

expert

/ˈek.spɝːt/

(noun) expert, deskundige;

(adjective) deskundig, bekwaam

Voorbeeld:

She is an expert in ancient history.
Zij is een expert in oude geschiedenis.

warranty

/ˈwɔːr.ən.t̬i/

(noun) garantie

Voorbeeld:

The new laptop comes with a one-year warranty.
De nieuwe laptop wordt geleverd met één jaar garantie.

refund

/ˈriː.fʌnd/

(noun) terugbetaling, restitutie;

(verb) terugbetalen, restitueren

Voorbeeld:

I asked for a full refund because the product was defective.
Ik vroeg om een volledige terugbetaling omdat het product defect was.

subscriber

/səbˈskraɪ.bɚ/

(noun) abonnee, inschrijver, donateur

Voorbeeld:

The magazine has over a million subscribers worldwide.
Het tijdschrift heeft wereldwijd meer dan een miljoen abonnees.

delivery

/dɪˈlɪv.ɚ.i/

(noun) bezorging, levering, bevalling

Voorbeeld:

The package is out for delivery today.
Het pakket is vandaag voor bezorging.

price

/praɪs/

(noun) prijs, kosten, gevolg;

(verb) prijzen, waarderen, een prijs bepalen

Voorbeeld:

The price of the car is too high for me.
De prijs van de auto is te hoog voor mij.

receipt

/rɪˈsiːt/

(noun) bon, kwitantie, ontvangst

Voorbeeld:

Can I have a receipt for this purchase?
Kan ik een bonnetje krijgen voor deze aankoop?

offer

/ˈɑː.fɚ/

(verb) aanbieden, offreren, voorstellen;

(noun) aanbod, bod, aanbieding

Voorbeeld:

He offered her a cup of tea.
Hij bood haar een kopje thee aan.

carefully

/ˈker.fəl.i/

(adverb) voorzichtig, zorgvuldig, aandachtig

Voorbeeld:

She picked up the delicate vase carefully.
Ze pakte de delicate vaas voorzichtig op.

benefit

/ˈben.ə.fɪt/

(noun) voordeel, nut, profijt;

(verb) profiteren, voordeel trekken uit, ten goede komen

Voorbeeld:

The new policy will bring many benefits to the community.
Het nieuwe beleid zal veel voordelen voor de gemeenschap opleveren.

exclusively

/ɪkˈskluː.sɪv.li/

(adverb) uitsluitend, exclusief

Voorbeeld:

This offer is available exclusively to our members.
Deze aanbieding is uitsluitend beschikbaar voor onze leden.

description

/dɪˈskrɪp.ʃən/

(noun) beschrijving, omschrijving

Voorbeeld:

The witness gave a detailed description of the suspect.
De getuige gaf een gedetailleerde beschrijving van de verdachte.

relatively

/ˈrel.ə.t̬ɪv.li/

(adverb) relatief, vergeleken met

Voorbeeld:

The cost of living in this city is relatively high.
De kosten van levensonderhoud in deze stad zijn relatief hoog.

spare

/sper/

(adjective) reserve, extra, mager;

(verb) missen, ontberen, sparen;

(noun) reserveonderdeel, reservewiel

Voorbeeld:

Do you have a spare key?
Heb je een reserve sleutel?

preparation

/ˌprep.əˈreɪ.ʃən/

(noun) voorbereiding, gereedmaken, bereiding

Voorbeeld:

The preparation of the meal took several hours.
De voorbereiding van de maaltijd duurde enkele uren.

area

/ˈer.i.ə/

(noun) gebied, streek, oppervlakte

Voorbeeld:

The city has a large industrial area.
De stad heeft een groot industrieel gebied.

clearance

/ˈklɪr.əns/

(noun) ruiming, opruiming, goedkeuring

Voorbeeld:

The clearance of the old building took several weeks.
De ruiming van het oude gebouw duurde enkele weken.

alter

/ˈɑːl.tɚ/

(verb) veranderen, aanpassen

Voorbeeld:

The tailor will alter the dress to fit you perfectly.
De kleermaker zal de jurk aanpassen zodat hij perfect past.

apply

/əˈplaɪ/

(verb) solliciteren, aanvragen, aanbrengen

Voorbeeld:

You should apply for the job by Friday.
Je moet voor vrijdag op de baan solliciteren.

mutually

/ˈmjuː.tʃu.ə.li/

(adverb) wederzijds, onderling

Voorbeeld:

They agreed to help each other mutually.
Ze kwamen overeen elkaar wederzijds te helpen.

method

/ˈmeθ.əd/

(noun) methode, werkwijze

Voorbeeld:

The scientific method involves observation, hypothesis, and experimentation.
De wetenschappelijke methode omvat observatie, hypothese en experimenten.

acceptable

/əkˈsept.ə.bəl/

(adjective) aanvaardbaar, acceptabel, toelaatbaar

Voorbeeld:

The terms of the contract are acceptable.
De voorwaarden van het contract zijn aanvaardbaar.

desire

/dɪˈzaɪr/

(noun) verlangen, wens, begeerte;

(verb) verlangen, wensen, begeerte hebben

Voorbeeld:

He expressed a strong desire to travel the world.
Hij uitte een sterk verlangen om de wereld rond te reizen.

redeemable

/rɪˈdiː.mə.bəl/

(adjective) inwisselbaar, verzilverbaar, verlosbaar

Voorbeeld:

This coupon is redeemable for a free dessert.
Deze coupon is inwisselbaar voor een gratis dessert.

officially

/əˈfɪʃ.əl.i/

(adverb) officieel, volgens de regels

Voorbeeld:

The new policy was officially announced yesterday.
Het nieuwe beleid werd gisteren officieel aangekondigd.

consumption

/kənˈsʌmp.ʃən/

(noun) verbruik, consumptie, inname

Voorbeeld:

Water consumption increases during summer.
Waterverbruik neemt toe in de zomer.

qualify

/ˈkwɑː.lə.faɪ/

(verb) kwalificeren, in aanmerking komen, nuanceren

Voorbeeld:

You may qualify for a discount if you are a student.
U kunt in aanmerking komen voor korting als u student bent.

fabric

/ˈfæb.rɪk/

(noun) stof, textiel, structuur

Voorbeeld:

The dress was made of a soft, flowing fabric.
De jurk was gemaakt van een zachte, soepelvallende stof.

valid

/ˈvæl.ɪd/

(adjective) geldig, gegrond, redelijk

Voorbeeld:

The argument he presented was logically valid.
Het argument dat hij presenteerde was logisch geldig.

vendor

/ˈven.dɚ/

(noun) verkoper, leverancier

Voorbeeld:

The street vendor was selling hot dogs and pretzels.
De straatverkoper verkocht hotdogs en pretzels.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland