Vocabulaireverzameling 800 punten in Dag 5 - Geheime wapens: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling '800 punten' in 'Dag 5 - Geheime wapens' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) archief;
(verb) archiveren
Voorbeeld:
(phrase) onwelwillend zijn om te doen, niet bereid zijn om te doen
Voorbeeld:
(phrase) laat opblijven, tot laat wakker zijn
Voorbeeld:
(noun) stroomstoring, verduistering, flauwte;
(verb) verduisteren, black-outen
Voorbeeld:
(noun) bestuursvergadering, directievergadering
Voorbeeld:
(noun) raad van bestuur, directiecomité
Voorbeeld:
(idiom) armen over elkaar slaan, armen kruisen
Voorbeeld:
(adjective) deprimerend, somber
Voorbeeld:
(verb) slepen, trekken, voortslepen;
(noun) sleep, weerstand, drag
Voorbeeld:
(phrase) dubbelvouwen
Voorbeeld:
(adjective) opklapbaar, vouw-
Voorbeeld:
(verb) bang maken, schrikken
Voorbeeld:
(phrasal verb) doorgaan, voortgaan
Voorbeeld:
(adjective) langetermijn, langdurig
Voorbeeld:
(phrasal verb) opzoeken, nazoeken, verbeteren
Voorbeeld:
(phrasal verb) opkijken naar, bewonderen
Voorbeeld:
(collocation) een presentatie geven, presenteren
Voorbeeld:
(phrase) herzien, een herziening maken
Voorbeeld:
(phrase) een fout maken, zich vergissen
Voorbeeld:
(phrase) de deadline halen, op tijd af krijgen
Voorbeeld:
(phrase) aan de vereisten voldoen, aan de eisen voldoen
Voorbeeld:
(phrasal verb) verknoeien, verprutsen, rommelig maken
Voorbeeld:
(phrase) mijn schema laat het niet toe
Voorbeeld:
(adjective) duidelijk, evident, klaar
Voorbeeld:
(plural noun) kantoorbenodigdheden, kantoorartikelen
Voorbeeld:
(verb) over het hoofd zien, negeren, uitkijken op;
(noun) uitzichtpunt, uitkijkpunt
Voorbeeld:
(adverb) overnacht, gedurende de nacht, plotseling;
(adjective) nachtelijk, overnacht
Voorbeeld:
(plural noun) papieren, documenten, papers
Voorbeeld:
(verb) proeflezen, corrigeren
Voorbeeld:
(verb) herschikken, herordenen
Voorbeeld:
(verb) reviseren, opknappen
Voorbeeld:
(idiom) de kin op de hand laten rusten, de kin in de hand leggen
Voorbeeld:
(noun) kruk, ontlasting, feces;
(verb) ontlasten, poepen
Voorbeeld:
(noun) tijdkaart, prikklokkaart
Voorbeeld:
(verb) vegen, afvegen, verwijderen;
(noun) veeg, afveegbeurt
Voorbeeld:
(phrase) extra uren werken, overwerken
Voorbeeld:
(noun) werkdienst, ploegendienst
Voorbeeld:
(adjective) lastig, zwaar, bezwarend
Voorbeeld:
(verb) circuleren, rondgaan, verspreiden
Voorbeeld:
(verb) prijzen, loven, aanbevelen
Voorbeeld:
(noun) bedrijf, onderneming, gezelschap
Voorbeeld:
(verb) ontmoedigen, afschrikken, afhouden
Voorbeeld:
(noun) afleiding
Voorbeeld:
(noun) falen, mislukking, nalatigheid
Voorbeeld:
(phrase) gevolgd door
Voorbeeld:
(noun) onderbreking, storing
Voorbeeld:
(verb) ervoor zorgen, zorgen dat
Voorbeeld:
(adjective) verkeerd geëtiketteerd, foutief gelabeld
Voorbeeld:
(adjective) opmerkzaam, alert, aandachtig
Voorbeeld:
(verb) overtuigen, overhalen, doen geloven
Voorbeeld:
(adjective) voorgesteld, geopperd;
(verb) voorgesteld, geopperd
Voorbeeld:
(verb) herformuleren, anders zeggen
Voorbeeld:
(adverb) beknopt, kort en bondig
Voorbeeld:
(noun) afkeuring, afwijzing
Voorbeeld:
(verb) afkeuren, afwijzen
Voorbeeld:
(idiom) een plezier doen, een gunst bewijzen
Voorbeeld:
(idiom) goed werk leveren, het goed doen
Voorbeeld:
(idiom) een onderscheid maken tussen
Voorbeeld:
(adjective) blootgesteld, onbeschut, ontmaskerd
Voorbeeld:
(adjective) intensief, grondig, uitgebreid
Voorbeeld:
(adjective) problematisch, moeilijk
Voorbeeld:
(noun) projectcoördinator
Voorbeeld:
(noun) projectmanagement
Voorbeeld:
(noun) zitcapaciteit, aantal zitplaatsen
Voorbeeld:
(phrasal verb) zorgen voor, verzorgen, regelen
Voorbeeld:
(phrasal verb) aannemen, op zich nemen, in dienst nemen
Voorbeeld:
(adjective) enorm, geweldig, reusachtig
Voorbeeld:
(phrase) onder het nieuwe management
Voorbeeld: