Vocabulaireverzameling Anatomie en genetica in SAT Science-woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Anatomie en genetica' in 'SAT Science-woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) middenrif, membraan, diafragma
Voorbeeld:
(noun) appendix, blindedarm, bijlage
Voorbeeld:
(adjective) intestinaal, darm-
Voorbeeld:
(noun) prefrontale cortex
Voorbeeld:
(noun) milt, gal, wrok
Voorbeeld:
(noun) emaille, glazuur, tandglazuur;
(verb) emailleren, glazuren
Voorbeeld:
(noun) sleutelbeen
Voorbeeld:
(noun) cochlea, slakkenhuis
Voorbeeld:
(noun) caecum, blindedarm
Voorbeeld:
(noun) romp, bovenlichaam
Voorbeeld:
(noun) slagader, verkeersader, hoofdweg
Voorbeeld:
(noun) gewricht, verbinding, voeg;
(adjective) gezamenlijk, gemeenschappelijk;
(verb) verbinden, samenvoegen
Voorbeeld:
(noun) ruggengraat, wervelkolom, rug
Voorbeeld:
(noun) stuk land, gebied, terrein
Voorbeeld:
(noun) schildklier;
(adjective) schildklier-
Voorbeeld:
(noun) sprongbeen, talus, puinhelling
Voorbeeld:
(noun) blaas, luchtzak
Voorbeeld:
(adjective) reproductief, voortplantings-
Voorbeeld:
(adjective) sensorisch, zintuiglijk
Voorbeeld:
(adjective) tactiel, tastbaar
Voorbeeld:
(adjective) retinaal, netvlies-;
(noun) retinal
Voorbeeld:
(adjective) auditief, gehoor-
Voorbeeld:
(adjective) optisch
Voorbeeld:
(noun) chromosoom
Voorbeeld:
(noun) genoom
Voorbeeld:
(noun) genotype;
(verb) genotyperen
Voorbeeld:
(noun) fenotype
Voorbeeld:
(noun) allel
Voorbeeld:
(adjective) recessief
Voorbeeld:
(adjective) dominant, overheersend
Voorbeeld:
(noun) uitdrukking, expressie, zegswijze
Voorbeeld:
(verb) aanpassen, wijzigen, beschrijven
Voorbeeld:
(noun) mutatie, verandering, genetische verandering
Voorbeeld:
(verb) erven, overerven, overnemen
Voorbeeld:
(noun) afkomst, geslacht, stamboom
Voorbeeld:
(noun) voorouder, grondlegger, oorsprong
Voorbeeld:
(adjective) transgeen
Voorbeeld:
(noun) geneticus
Voorbeeld:
(noun) karyotype;
(verb) karyotyperen
Voorbeeld:
(noun) eugenetica
Voorbeeld:
(noun) trisomie
Voorbeeld:
(noun) palindroom
Voorbeeld:
(noun) cytogenetica
Voorbeeld:
(noun) autosoom
Voorbeeld:
(adverb) genetisch
Voorbeeld:
(adjective) haploïde;
(noun) haploïde
Voorbeeld: