Avatar of Vocabulary Set Anatomie en genetica

Vocabulaireverzameling Anatomie en genetica in SAT Science-woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Anatomie en genetica' in 'SAT Science-woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

diaphragm

/ˈdaɪ.ə.fræm/

(noun) middenrif, membraan, diafragma

Voorbeeld:

The doctor explained how the diaphragm helps us breathe.
De dokter legde uit hoe het middenrif ons helpt ademen.

appendix

/əˈpen.dɪks/

(noun) appendix, blindedarm, bijlage

Voorbeeld:

The surgeon removed his inflamed appendix.
De chirurg verwijderde zijn ontstoken appendix.

intestinal

/ˌɪnˈtes.tɪn.əl/

(adjective) intestinaal, darm-

Voorbeeld:

The doctor diagnosed an intestinal infection.
De dokter diagnosticeerde een intestinale infectie.

prefrontal cortex

/ˌpriːˈfrʌn.təl ˈkɔːr.teks/

(noun) prefrontale cortex

Voorbeeld:

Damage to the prefrontal cortex can affect a person's ability to make sound decisions.
Schade aan de prefrontale cortex kan iemands vermogen om goede beslissingen te nemen beïnvloeden.

spleen

/spliːn/

(noun) milt, gal, wrok

Voorbeeld:

The doctor examined his spleen for any abnormalities.
De dokter onderzocht zijn milt op afwijkingen.

enamel

/ɪˈnæm.əl/

(noun) emaille, glazuur, tandglazuur;

(verb) emailleren, glazuren

Voorbeeld:

The old bathtub had a chipped enamel finish.
Het oude bad had een afgebladderde emaille afwerking.

clavicle

/ˈklæv.ɪ.kəl/

(noun) sleutelbeen

Voorbeeld:

He fractured his clavicle during the football game.
Hij brak zijn sleutelbeen tijdens de voetbalwedstrijd.

cochlea

/ˈkɑːk.li.ə/

(noun) cochlea, slakkenhuis

Voorbeeld:

Sound waves are converted into electrical signals in the cochlea.
Geluidsgolven worden omgezet in elektrische signalen in de cochlea.

cecum

/ˈsiː.kəm/

(noun) caecum, blindedarm

Voorbeeld:

The appendix is a small, finger-shaped organ that projects from the cecum.
De appendix is een klein, vingerachtig orgaan dat uitsteekt uit het caecum.

torso

/ˈtɔːr.soʊ/

(noun) romp, bovenlichaam

Voorbeeld:

The artist sculpted the muscular torso of a male figure.
De kunstenaar beeldhouwde de gespierde romp van een mannelijk figuur.

artery

/ˈɑːr.t̬ɚ.i/

(noun) slagader, verkeersader, hoofdweg

Voorbeeld:

The surgeon carefully repaired the damaged artery.
De chirurg herstelde voorzichtig de beschadigde slagader.

joint

/dʒɔɪnt/

(noun) gewricht, verbinding, voeg;

(adjective) gezamenlijk, gemeenschappelijk;

(verb) verbinden, samenvoegen

Voorbeeld:

My knee joint aches after running.
Mijn kniegewricht doet pijn na het rennen.

spine

/spaɪn/

(noun) ruggengraat, wervelkolom, rug

Voorbeeld:

He injured his spine in a fall.
Hij bezeerde zijn ruggengraat bij een val.

tract

/trækt/

(noun) stuk land, gebied, terrein

Voorbeeld:

The government purchased a large tract of land for the new park.
De overheid kocht een groot stuk land voor het nieuwe park.

coronary

/ˈkɔːr.ə.ner.i/

thyroid

/ˈθaɪ.rɔɪd/

(noun) schildklier;

(adjective) schildklier-

Voorbeeld:

The doctor checked her thyroid during the examination.
De dokter controleerde haar schildklier tijdens het onderzoek.

talus

/ˈteɪ.ləs/

(noun) sprongbeen, talus, puinhelling

Voorbeeld:

The athlete suffered a fracture of the talus during the jump.
De atleet liep tijdens de sprong een breuk op in de talus.

bladder

/ˈblæd.ɚ/

(noun) blaas, luchtzak

Voorbeeld:

The doctor examined the patient's bladder.
De dokter onderzocht de blaas van de patiënt.

reproductive

/ˌriː.prəˈdʌk.t̬ɪv/

(adjective) reproductief, voortplantings-

Voorbeeld:

The study focused on the reproductive health of women.
De studie richtte zich op de reproductieve gezondheid van vrouwen.

sensory

/ˈsen.sər.i/

(adjective) sensorisch, zintuiglijk

Voorbeeld:

The brain processes sensory information from the environment.
De hersenen verwerken sensorische informatie uit de omgeving.

tactile

/ˈtæk.təl/

(adjective) tactiel, tastbaar

Voorbeeld:

The exhibition includes tactile displays for the visually impaired.
De tentoonstelling bevat tactiele displays voor slechtzienden.

retinal

/ˈret.ən.əl/

(adjective) retinaal, netvlies-;

(noun) retinal

Voorbeeld:

The doctor performed a retinal examination.
De arts voerde een retinaal onderzoek uit.

auditory

/ˈɑː.də.tɔːr.i/

(adjective) auditief, gehoor-

Voorbeeld:

The experiment tested the participants' auditory perception.
Het experiment testte de auditieve waarneming van de deelnemers.

optical

/ˈɑːp.tɪ.kəl/

(adjective) optisch

Voorbeeld:

The new telescope has excellent optical performance.
De nieuwe telescoop heeft uitstekende optische prestaties.

chromosome

/ˈkroʊ.mə.soʊm/

(noun) chromosoom

Voorbeeld:

Humans have 23 pairs of chromosomes.
Mensen hebben 23 paar chromosomen.

genome

/ˈdʒiː.noʊm/

(noun) genoom

Voorbeeld:

Scientists are working to map the human genome.
Wetenschappers werken aan het in kaart brengen van het menselijk genoom.

genotype

/ˈdʒen.oʊ.taɪp/

(noun) genotype;

(verb) genotyperen

Voorbeeld:

The researcher analyzed the genotype of the plants to determine their resistance to disease.
De onderzoeker analyseerde het genotype van de planten om hun resistentie tegen ziekten te bepalen.

phenotype

/ˈfiː.noʊ.taɪp/

(noun) fenotype

Voorbeeld:

The color of a flower is a clear phenotype.
De kleur van een bloem is een duidelijk fenotype.

allele

/əˈliːl/

(noun) allel

Voorbeeld:

Each parent contributes one allele for every gene to their offspring.
Elke ouder draagt één allel bij voor elk gen aan hun nakomelingen.

recessive

/rɪˈses.ɪv/

(adjective) recessief

Voorbeeld:

Blue eyes are a recessive trait.
Blauwe ogen zijn een recessief kenmerk.

dominant

/ˈdɑː.mə.nənt/

(adjective) dominant, overheersend

Voorbeeld:

The company has a dominant position in the market.
Het bedrijf heeft een dominante positie in de markt.

expression

/ɪkˈspreʃ.ən/

(noun) uitdrukking, expressie, zegswijze

Voorbeeld:

Art is a form of self-expression.
Kunst is een vorm van zelfexpressie.

modify

/ˈmɑː.də.faɪ/

(verb) aanpassen, wijzigen, beschrijven

Voorbeeld:

The design was modified to include a new safety feature.
Het ontwerp werd aangepast om een nieuwe veiligheidsfunctie op te nemen.

mutation

/mjuːˈteɪ.ʃən/

(noun) mutatie, verandering, genetische verandering

Voorbeeld:

The virus underwent a rapid mutation.
Het virus onderging een snelle mutatie.

inherit

/ɪnˈher.ɪt/

(verb) erven, overerven, overnemen

Voorbeeld:

She inherited a fortune from her grandmother.
Ze erfde een fortuin van haar grootmoeder.

lineage

/ˈlɪn.i.ɪdʒ/

(noun) afkomst, geslacht, stamboom

Voorbeeld:

His noble lineage could be traced back to ancient kings.
Zijn adellijke afkomst kon worden teruggevoerd tot oude koningen.

progenitor

/proʊˈdʒen.ə.t̬ɚ/

(noun) voorouder, grondlegger, oorsprong

Voorbeeld:

The first single-celled organisms were the progenitors of all life on Earth.
De eerste eencellige organismen waren de voorouders van al het leven op Aarde.

transgenic

/trænzˈdʒen.ɪk/

(adjective) transgeen

Voorbeeld:

Scientists developed transgenic crops to be resistant to pests.
Wetenschappers ontwikkelden transgene gewassen om resistent te zijn tegen plagen.

geneticist

/dʒəˈnet̬.ə.sɪst/

(noun) geneticus

Voorbeeld:

The geneticist explained how the trait was passed down through generations.
De geneticus legde uit hoe de eigenschap via generaties werd doorgegeven.

karyotype

/ˈker.i.ə.taɪp/

(noun) karyotype;

(verb) karyotyperen

Voorbeeld:

The doctor ordered a karyotype to check for chromosomal abnormalities.
De arts bestelde een karyotype om te controleren op chromosomale afwijkingen.

eugenics

/juːˈdʒen.ɪks/

(noun) eugenetica

Voorbeeld:

The history of eugenics is fraught with ethical controversies.
De geschiedenis van eugenetica is beladen met ethische controverses.

trisomy

/traɪˈsoʊ.mi/

(noun) trisomie

Voorbeeld:

Down syndrome is the most common form of trisomy in humans.
Het syndroom van Down is de meest voorkomende vorm van trisomie bij mensen.

palindrome

/ˈpæl.ɪn.droʊm/

(noun) palindroom

Voorbeeld:

The word 'level' is a palindrome.
Het woord 'level' is een palindroom.

cytogenetics

/ˌsaɪ.t̬oʊ.dʒəˈnet̬.ɪks/

(noun) cytogenetica

Voorbeeld:

Advances in cytogenetics have greatly improved our understanding of genetic disorders.
Vooruitgang in de cytogenetica heeft ons begrip van genetische aandoeningen aanzienlijk verbeterd.

autosome

/ˈɑː.t̬ə.zoʊm/

(noun) autosoom

Voorbeeld:

Humans have 22 pairs of autosomes and one pair of sex chromosomes.
Mensen hebben 22 paar autosomen en één paar geslachtschromosomen.

genetically

/dʒəˈnet̬.ɪ.kəl.i/

(adverb) genetisch

Voorbeeld:

The disease is genetically inherited.
De ziekte is genetisch erfelijk.

haploid

/ˈhæp.lɔɪd/

(adjective) haploïde;

(noun) haploïde

Voorbeeld:

Gametes are haploid cells, containing only one set of chromosomes.
Gameten zijn haploïde cellen die slechts één set chromosomen bevatten.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland