Vocabulaireverzameling Algemene financiële en economische terminologie in Financiën en Bankwezen: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Algemene financiële en economische terminologie' in 'Financiën en Bankwezen' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) interesse, aandacht, rente;
(verb) interesseren, boeien
Voorbeeld:
(noun) wisselkoers
Voorbeeld:
(noun) inflatie, opblazing, zwelling
Voorbeeld:
(noun) deflatie, leegloop, ontluchting
Voorbeeld:
(abbreviation) bbp, bruto binnenlands product
Voorbeeld:
(abbreviation) bruto nationaal product, BNP
Voorbeeld:
(noun) betalingsbalans
Voorbeeld:
(noun) handelsbalans
Voorbeeld:
(noun) tarief, douanerecht, prijslijst;
(verb) tariferen, belasten met douanerechten
Voorbeeld:
(noun) handelstekort
Voorbeeld:
(noun) handelsoverschot
Voorbeeld:
(noun) begrotingstekort
Voorbeeld:
(noun) begrotingsoverschot
Voorbeeld:
(noun) begrotingsbeleid, fiscale politiek
Voorbeeld:
(noun) monetair beleid
Voorbeeld:
(noun) vraag en aanbod
Voorbeeld:
(noun) marktevenwicht
Voorbeeld:
(noun) monopolie, Monopoly, bordspel Monopoly
Voorbeeld:
(noun) oligopolie
Voorbeeld:
(noun) concurrentie, wedijver, wedstrijd
Voorbeeld:
(noun) elasticiteit, rekbaarheid, flexibiliteit
Voorbeeld:
(noun) recessie, economische neergang, terugtrekking
Voorbeeld:
(noun) depressie, economische crisis, verzakking
Voorbeeld:
(noun) werkloosheid
Voorbeeld:
(noun) arbeidsmarkt
Voorbeeld:
(noun) stimulans, prikkel, aansporing
Voorbeeld:
(noun) subsidie, toelage
Voorbeeld:
(noun) belasting, belastingheffing
Voorbeeld:
(noun) progressieve belasting
Voorbeeld:
(noun) regelgeving, voorschrift, reglement
Voorbeeld:
(noun) deregulering, ontregeling
Voorbeeld:
(noun) koopkracht
Voorbeeld:
(noun) rentevoet, rentetarief
Voorbeeld:
(noun) hoofdstad, kapitaal, vermogen;
(adjective) kapitaal, doodstraf, uitstekend
Voorbeeld:
(noun) investering, belegging, waardevolle aankoop
Voorbeeld:
(noun) ondernemerschap
Voorbeeld:
(noun) risico, gevaar;
(verb) riskeren, wagen
Voorbeeld:
(noun) winst, profijt, voordeel;
(verb) profiteren, winst maken, baten
Voorbeeld:
(noun) verlies, tekort
Voorbeeld:
(plural noun) fusies en overnames
Voorbeeld:
(noun) dividend, winstuitkering, deeltal
Voorbeeld:
(noun) economie, zuinigheid, besparing
Voorbeeld:
(noun) markt;
(verb) op de markt brengen, vermarkten
Voorbeeld:
(noun) aandelenmarkt, beurs
Voorbeeld:
(noun) obligatiemarkt, effectenmarkt
Voorbeeld:
(noun) valutamarkt, forexmarkt
Voorbeeld:
(noun) kapitaalmarkt
Voorbeeld:
(noun) faillissement
Voorbeeld:
(noun) werkloosheidscijfer, werkloosheidspercentage
Voorbeeld:
(noun) Consumentenprijsindex
Voorbeeld:
(noun) producentenprijsindex
Voorbeeld:
(noun) bruto binnenlands product
Voorbeeld:
(noun) Bruto Nationaal Product, BNP
Voorbeeld:
(noun) bruto nationaal inkomen
Voorbeeld:
(noun) staatsschuld, overheidsschuld
Voorbeeld:
(noun) buitenlandse directe investering
Voorbeeld:
(plural noun) spaargeld, besparingen, besparing
Voorbeeld:
(noun) infrastructuur
Voorbeeld:
(noun) toeleveringsketen, supply chain
Voorbeeld:
(noun) externaliteit, extern effect
Voorbeeld:
(noun) economische groei
Voorbeeld:
(noun) stagnatie, stilstand
Voorbeeld:
(noun) globalisering
Voorbeeld:
(noun) protectionisme
Voorbeeld:
(noun) handelsbarrière
Voorbeeld:
(noun) vrijhandel
Voorbeeld:
(noun) deviezenreserves
Voorbeeld:
(noun) productiviteit, doelmatigheid
Voorbeeld:
(noun) economische indicator
Voorbeeld:
(noun) economisch model
Voorbeeld:
(noun) economisch systeem
Voorbeeld: