Vocabulaireverzameling Winkelen in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Winkelen' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) label, etiket, stukje;
(verb) labelen, merken, tikken
Voorbeeld:
(noun) prijs, kosten, gevolg;
(verb) prijzen, waarderen, een prijs bepalen
Voorbeeld:
(noun) barcode
Voorbeeld:
(noun) korting, reductie;
(verb) korting geven, afprijzen, negeren
Voorbeeld:
(noun) stopcontact, wandcontactdoos, verkooppunt
Voorbeeld:
(noun) boetiek, modewinkel, gespecialiseerd;
(adjective) boetiek, gespecialiseerd
Voorbeeld:
(noun) kiosk, kraampje, informatiekiosk
Voorbeeld:
(noun) verkoper, leverancier
Voorbeeld:
(noun) vlooienmarkt
Voorbeeld:
(noun) trolley, winkelwagen, karretje
Voorbeeld:
(noun) terugbetaling, restitutie;
(verb) terugbetalen, restitueren
Voorbeeld:
(noun) kassa, afrekenbalie, uitchecken;
(verb) afrekenen, betalen, uitchecken
Voorbeeld:
(noun) hebbedingetje, extraatje, gratis geschenk
Voorbeeld:
(noun) coupon, kortingsbon
Voorbeeld:
(noun) bon, waardebon, bewijs;
(verb) bevestigen, garanderen
Voorbeeld:
(noun) veiling;
(verb) veilen
Voorbeeld:
(noun) uiterste verkoopdatum
Voorbeeld:
(noun) koopverslaafde, shopaholic
Voorbeeld:
(noun) brochure, folder
Voorbeeld:
(noun) tussenpersoon, tussenhandelaar, bemiddelaar
Voorbeeld:
(noun) zwarte markt;
(adjective) zwarte markt, illegaal
Voorbeeld:
(noun) pre-order, voorbestelling;
(verb) voorbestellen, pre-orderen
Voorbeeld:
(verb) doorverkopen, wederverkopen
Voorbeeld:
(noun) schip, vaartuig;
(verb) verzenden, vervoeren
Voorbeeld:
(verb) wikkelen, inpakken, afronden;
(noun) omslagdoek, wikkel, wrap
Voorbeeld:
(verb) importeren, invoeren;
(noun) import, invoer
Voorbeeld:
(verb) exporteren, uitvoeren;
(noun) export, uitvoerproduct
Voorbeeld:
(noun) koopje, aanbieding, overeenkomst;
(verb) onderhandelen, afdingen
Voorbeeld:
(verb) produceren, vervaardigen, verzinnen;
(noun) productie, fabricage
Voorbeeld:
(verb) veroorloven, bieden, verschaffen
Voorbeeld:
(noun) bod, offerte, poging;
(verb) bieden, een bod doen, groeten
Voorbeeld:
(verb) prijzen vergelijken, vergelijkend winkelen
Voorbeeld:
(verb) ruilen, barteren;
(noun) ruilhandel, barter
Voorbeeld: