Avatar of Vocabulary Set Commando en autorisatie

Vocabulaireverzameling Commando en autorisatie in Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7): Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Commando en autorisatie' in 'Algemene IELTS-woordenschat (band 6-7)' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

dictate

/ˈdɪk.teɪt/

(verb) dicteren, voorschrijven

Voorbeeld:

She will dictate the letter to her assistant.
Zij zal de brief aan haar assistent dicteren.

instruct

/ɪnˈstrʌkt/

(verb) instrueren, onderwijzen, opdragen

Voorbeeld:

She will instruct the new employees on company policies.
Zij zal de nieuwe medewerkers instrueren over het bedrijfsbeleid.

supervise

/ˈsuː.pɚ.vaɪz/

(verb) superviseren, toezicht houden op, begeleiden

Voorbeeld:

She was hired to supervise the construction of the new building.
Ze werd aangenomen om de bouw van het nieuwe gebouw te superviseren.

obey

/oʊˈbeɪ/

(verb) gehoorzamen, opvolgen, reageren op

Voorbeeld:

All citizens must obey the law.
Alle burgers moeten de wet gehoorzamen.

adhere

/ədˈhɪr/

(verb) hechten, kleven, zich houden aan

Voorbeeld:

The labels adhere to the plastic.
De etiketten hechten aan het plastic.

disobey

/ˌdɪs.əˈbeɪ/

(verb) ongehoorzaam zijn, niet gehoorzamen, overtreden

Voorbeeld:

Children who disobey their parents often face consequences.
Kinderen die hun ouders ongehoorzaam zijn, krijgen vaak te maken met gevolgen.

rebel

/ˈreb.əl/

(noun) rebel, opstandeling, dwarsligger;

(verb) rebelleren, in opstand komen, zich verzetten

Voorbeeld:

The rebels stormed the capital city.
De rebellen bestormden de hoofdstad.

comply

/kəmˈplaɪ/

(verb) voldoen aan, gehoorzamen

Voorbeeld:

All citizens must comply with the law.
Alle burgers moeten voldoen aan de wet.

conform

/kənˈfɔːrm/

(verb) voldoen aan, zich conformeren aan, overeenkomen

Voorbeeld:

All products must conform to safety standards.
Alle producten moeten voldoen aan de veiligheidsnormen.

authorize

/ˈɑː.θɚ.aɪz/

(verb) autoriseren, toestemming geven

Voorbeeld:

The committee decided to authorize the new project.
De commissie besloot het nieuwe project te autoriseren.

sanction

/ˈsæŋk.ʃən/

(noun) goedkeuring, toestemming, sanctie;

(verb) sanctioneren, goedkeuren, straffen

Voorbeeld:

The government gave its sanction to the new trade agreement.
De regering gaf haar goedkeuring aan de nieuwe handelsovereenkomst.

entitle

/ɪnˈtaɪ.t̬əl/

(verb) recht geven op, gerechtigd zijn tot, betitelen

Voorbeeld:

The pass entitles you to free entry.
De pas geeft u recht op gratis toegang.

empower

/-ˈpaʊr/

(verb) machtigen, bevoegdheid geven, versterken

Voorbeeld:

The new law will empower local communities to make their own decisions.
De nieuwe wet zal lokale gemeenschappen machtigen om hun eigen beslissingen te nemen.

license

/ˈlaɪ.səns/

(noun) licentie, vergunning, vrijheid;

(verb) licentiëren, vergunnen

Voorbeeld:

You need a valid driver's license to operate a car.
Je hebt een geldig rijbewijs nodig om een auto te besturen.

grant

/ɡrænt/

(verb) verlenen, toestaan, toestemmen;

(noun) subsidie, toelage

Voorbeeld:

The committee decided to grant him immunity from prosecution.
De commissie besloot hem immuniteit van vervolging te verlenen.

suppress

/səˈpres/

(verb) onderdrukken, neerslaan, bedwingen

Voorbeeld:

The government moved quickly to suppress the rebellion.
De regering handelde snel om de opstand te onderdrukken.

embargo

/ɪmˈbɑːr.ɡoʊ/

(noun) embargo, handelsverbod, publicatieverbod;

(verb) embargoën, verbieden

Voorbeeld:

The government imposed an embargo on arms sales to the region.
De regering legde een embargo op wapenverkoop aan de regio.

disallow

/ˌdɪs.əˈlaʊ/

(verb) afkeuren, weigeren, niet toestaan

Voorbeeld:

The referee decided to disallow the goal.
De scheidsrechter besloot het doelpunt af te keuren.

impel

/ɪmˈpel/

(verb) drijven, aanzetten, nopen

Voorbeeld:

I feel impelled to help those in need.
Ik voel me gedreven om mensen in nood te helpen.

pressure

/ˈpreʃ.ɚ/

(noun) druk, spanning, dwang;

(verb) onder druk zetten, dwingen

Voorbeeld:

The deep sea diver experienced immense pressure.
De diepzeeduiker ervoer immense druk.

obligate

/ˈɑːb.lɪ.ɡeɪt/

(verb) verplichten, binden;

(adjective) verplicht, gebonden

Voorbeeld:

The contract obligates us to complete the work by next month.
Het contract verplicht ons om het werk volgende maand af te ronden.

oblige

/əˈblaɪdʒ/

(verb) verplichten, dwingen, helpen

Voorbeeld:

Doctors are obliged to keep patients' records confidential.
Artsen zijn verplicht om patiëntendossiers vertrouwelijk te houden.

consent

/kənˈsent/

(noun) toestemming, instemming;

(verb) instemmen, toestemmen

Voorbeeld:

The patient gave her consent for the surgery.
De patiënt gaf haar toestemming voor de operatie.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland