Avatar of Vocabulary Set Eenheid 8: Nieuwe manieren om te leren

Vocabulaireverzameling Eenheid 8: Nieuwe manieren om te leren in Graad 10: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'Eenheid 8: Nieuwe manieren om te leren' in 'Graad 10' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

absent

/ˈæb.sənt/

(adjective) afwezig, ontbrekend, vrij van;

(verb) afwezig zijn, wegblijven

Voorbeeld:

She was absent from work for a week.
Ze was een week afwezig van haar werk.

assignment

/əˈsaɪn.mənt/

(noun) opdracht, taak, toewijzing

Voorbeeld:

The teacher gave us a difficult math assignment.
De leraar gaf ons een moeilijke wiskundeopdracht.

audiobook

/ˈɑː.di.oʊ.bʊk/

(noun) audioboek

Voorbeeld:

She listens to audiobooks during her commute.
Ze luistert naar audioboeken tijdens haar woon-werkverkeer.

audio-visual

/ˌɑː.di.oʊˈvɪʒ.u.əl/

(adjective) audiovisueel;

(noun) audiovisueel, audiovisuele middelen

Voorbeeld:

The classroom is equipped with modern audio-visual aids.
Het klaslokaal is uitgerust met moderne audiovisuele hulpmiddelen.

blended learning

/ˈblen.dɪd ˈlɜːr.nɪŋ/

(noun) blended learning, gemengd leren

Voorbeeld:

Many universities are now adopting blended learning models.
Veel universiteiten nemen nu blended learning modellen aan.

communicate

/kəˈmjuː.nə.keɪt/

(verb) communiceren, overbrengen, verspreiden

Voorbeeld:

They communicate primarily through email.
Ze communiceren voornamelijk via e-mail.

control

/kənˈtroʊl/

(noun) controle, beheersing, bediening;

(verb) controleren, beheersen, beperken

Voorbeeld:

She has excellent control over her emotions.
Ze heeft uitstekende controle over haar emoties.

digital

/ˈdɪdʒ.ə.t̬əl/

(adjective) digitaal, vinger-

Voorbeeld:

The company is investing heavily in digital transformation.
Het bedrijf investeert zwaar in digitale transformatie.

distraction

/dɪˈstræk.ʃən/

(noun) afleiding

Voorbeeld:

Loud music can be a major distraction when you're trying to study.
Harde muziek kan een grote afleiding zijn als je probeert te studeren.

exchange

/ɪksˈtʃeɪndʒ/

(noun) uitwisseling, ruil, beurs;

(verb) uitwisselen, ruilen

Voorbeeld:

We made an exchange of gifts.
We hebben een uitwisseling van cadeaus gedaan.

face-to-face

/ˌfeɪs.təˈfeɪs/

(adjective) face-to-face, persoonlijk;

(adverb) face-to-face, persoonlijk

Voorbeeld:

They had a face-to-face meeting to discuss the project.
Ze hadden een face-to-face ontmoeting om het project te bespreken.

flow chart

/ˈfloʊ tʃɑːrt/

(noun) stroomdiagram, flowchart

Voorbeeld:

The engineer used a flow chart to illustrate the manufacturing process.
De ingenieur gebruikte een stroomdiagram om het productieproces te illustreren.

focus

/ˈfoʊ.kəs/

(noun) focus, aandachtspunt, scherpte;

(verb) focussen, concentreren, scherpstellen

Voorbeeld:

The focus of the meeting was on budget cuts.
De focus van de vergadering lag op bezuinigingen.

folder

/ˈfoʊl.dɚ/

(noun) map, ordner, directory

Voorbeeld:

Please put all the documents in the blue folder.
Leg alle documenten alstublieft in de blauwe map.

high-speed

/ˌhaɪˈspiːd/

(adjective) hogesnelheids, snel

Voorbeeld:

The new train is a high-speed model.
De nieuwe trein is een hogesnelheidsmodel.

immediately

/ɪˈmiː.di.ət.li/

(adverb) onmiddellijk, direct, meteen

Voorbeeld:

Please respond immediately.
Gelieve onmiddellijk te reageren.

install

/ɪnˈstɑːl/

(verb) installeren, plaatsen, aanstellen

Voorbeeld:

We need to install the new washing machine today.
We moeten vandaag de nieuwe wasmachine installeren.

lifelong

/ˈlaɪf.lɑːŋ/

(adjective) levenslang, voor het leven

Voorbeeld:

She has been my lifelong friend.
Ze is mijn levenslange vriendin geweest.

original

/əˈrɪdʒ.ən.əl/

(adjective) origineel, oorspronkelijk, creatief;

(noun) origineel, oorspronkelijk werk

Voorbeeld:

The original plan was to leave early.
Het oorspronkelijke plan was om vroeg te vertrekken.

outline

/ˈaʊt.laɪn/

(noun) schets, overzicht, hoofdlijnen;

(verb) schetsen, omlijnen, aftekenen

Voorbeeld:

He drew an outline of the proposed building.
Hij tekende een schets van het voorgestelde gebouw.

real-world

/ˈriːəl.wɜːrld/

(adjective) reëel, praktisch

Voorbeeld:

The software needs to be tested in real-world conditions.
De software moet worden getest onder reële omstandigheden.

recorder

/rɪˈkɔːr.dɚ/

(noun) recorder, opnameapparaat, registrator

Voorbeeld:

He used a voice recorder to capture the interview.
Hij gebruikte een stemrecorder om het interview op te nemen.

resource

/ˈriː.sɔːrs/

(noun) middel, hulpbron, vindingrijkheid;

(verb) voorzien van middelen, uitrusten

Voorbeeld:

The company has limited financial resources.
Het bedrijf heeft beperkte financiële middelen.

schedule

/ˈskedʒ.uːl/

(noun) schema, rooster, tijdschema;

(verb) plannen, inplannen

Voorbeeld:

I need to check my schedule for next week.
Ik moet mijn schema voor volgende week controleren.

strategy

/ˈstræt̬.ə.dʒi/

(noun) strategie, plan, militaire strategie

Voorbeeld:

The company developed a new marketing strategy.
Het bedrijf ontwikkelde een nieuwe marketingstrategie.

tablet

/ˈtæb.lət/

(noun) tablet, plaat, pil

Voorbeeld:

Ancient civilizations used clay tablets to record their history.
Oude beschavingen gebruikten kleitabletten om hun geschiedenis vast te leggen.

teamwork

/ˈtiːm.wɝːk/

(noun) teamwork, samenwerking

Voorbeeld:

Effective teamwork is essential for the success of any project.
Effectief teamwork is essentieel voor het succes van elk project.

log in

/lɑːɡ ˈɪn/

(phrasal verb) inloggen

Voorbeeld:

Please log in to your account to continue.
Gelieve in te loggen op uw account om verder te gaan.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland