Vocabulaireverzameling Eenheid 3: Muziek in Graad 10: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 3: Muziek' in 'Graad 10' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) antisociaal, asociaal, maatschappijvijandig
Voorbeeld:
(verb) een beroep doen op, oproep, aanspreken;
(noun) oproep, verzoek, aantrekkingskracht
Voorbeeld:
(noun) gezang, chant;
(verb) zingen, scanderen
Voorbeeld:
(noun) opmerking, commentaar;
(verb) commentaar geven, opmerken
Voorbeeld:
(noun) concurrentie, wedijver, wedstrijd
Voorbeeld:
(noun) concert, overeenstemming, harmonie;
(verb) afstemmen, coördineren
Voorbeeld:
(noun) decoratie, versiering, onderscheiding
Voorbeeld:
(verb) vertragen, uitstellen, aarzelen;
(noun) vertraging, uitstel
Voorbeeld:
(verb) downloaden;
(noun) download, gedownload bestand
Voorbeeld:
(verb) elimineren, verwijderen, uitsluiten
Voorbeeld:
(noun) gong;
(verb) gong slaan
Voorbeeld:
(noun) gitarist
Voorbeeld:
(verb) aarzelen, twijfelen
Voorbeeld:
(noun) afgod, beeld, idool
Voorbeeld:
(noun) rechter, beoordelaar, kenner;
(verb) beoordelen, oordelen, schatten
Voorbeeld:
(verb) leven, wonen, verblijven;
(adjective) live, rechtstreeks, levend;
(adverb) live, rechtstreeks
Voorbeeld:
(noun) locatie, plek, locatiebepaling
Voorbeeld:
(noun) muziekinstrument
Voorbeeld:
(adverb) aan, verder, vooruit
Voorbeeld:
(noun) deelnemer, participant
Voorbeeld:
(noun) prestatie, uitvoering, voorstelling
Voorbeeld:
(adjective) helderziend, paranormaal;
(noun) helderziende, medium
Voorbeeld:
(verb) reiken, bereiken, aankomen;
(noun) bereik, reikwijdte, toegang
Voorbeeld:
(noun) realityshow, realityprogramma
Voorbeeld:
(noun) reggae
Voorbeeld:
(adjective) ontspannen, relaxed, soepel
Voorbeeld:
(noun) ritme, regelmaat
Voorbeeld:
(noun) tweede, runner-up
Voorbeeld:
(noun) heilige, goed mens;
(verb) heilig verklaren, canoniseren
Voorbeeld:
(noun) halve finale
Voorbeeld:
(noun) serie, reeks
Voorbeeld:
(noun) bladmuziek
Voorbeeld:
(adjective) enkel, enig, alleenstaand;
(noun) enkel, eenpersoons;
(verb) een honkslag slaan
Voorbeeld:
(noun) sociale media
Voorbeeld:
(adjective) getalenteerd, begaafd
Voorbeeld:
(noun) theater, theaterkunst, toneel
Voorbeeld:
(noun) trompet, trompetstoot, getrompetter;
(verb) trompetteren, rondbazuinen
Voorbeeld:
(verb) uploaden;
(noun) upload, uploadbestand
Voorbeeld:
(noun) eredienst, verering, bewondering;
(verb) aanbidden, vereren, bewonderen
Voorbeeld:
(noun) jongere, kind
Voorbeeld:
(phrasal verb) verkleden, opdoffen, opknappen
Voorbeeld:
(phrasal verb) in slaap vallen
Voorbeeld:
(phrase) op zoek naar
Voorbeeld: