Betekenis van het woord trumpet in het Nederlands

Wat betekent trumpet in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland

trumpet

US /ˈtrʌm.pət/
UK /ˈtrʌm.pɪt/
"trumpet" picture

Zelfstandig Naamwoord

1.

trompet

a brass musical instrument with a flared bell and a bright, penetrating tone. It has three valves for changing pitch.

Voorbeeld:
He played a beautiful solo on the trumpet.
Hij speelde een prachtige solo op de trompet.
The orchestra features several brass instruments, including the trumpet.
Het orkest omvat verschillende koperblazers, waaronder de trompet.
Synoniem:
2.

trompetstoot, getrompetter

a loud, piercing sound, especially one made by an elephant.

Voorbeeld:
The elephant let out a mighty trumpet.
De olifant liet een machtige trompetstoot horen.
We heard the distant trumpet of the wild elephants.
We hoorden het verre trompetteren van de wilde olifanten.

Werkwoord

trompetteren, rondbazuinen

to proclaim or announce widely or loudly.

Voorbeeld:
They trumpeted their victory to the whole world.
Ze trompetterden hun overwinning aan de hele wereld.
The media trumpeted the news of the discovery.
De media trompetterden het nieuws van de ontdekking.
Gerelateerd Woord: