Vocabulaireverzameling Eenheid 1: Gezinsleven in Graad 10: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Eenheid 1: Gezinsleven' in 'Graad 10' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) aanpassen, verstellen, zich schikken
Voorbeeld:
(noun) voordeel, nut, profijt;
(verb) profiteren, voordeel trekken uit, ten goede komen
Voorbeeld:
(noun) band, verbinding, obligatie;
(verb) binden, hechten, een band opbouwen
Voorbeeld:
(noun) kostwinner
Voorbeeld:
(noun) karakter, aard, personage
Voorbeeld:
(noun) schade, beschadiging, schadevergoeding;
(verb) beschadigen, schaden
Voorbeeld:
(adverb) gelijkmatig, even, eerlijk
Voorbeeld:
(noun) uitwisseling, ruil, beurs;
(verb) uitwisselen, ruilen
Voorbeeld:
(noun) dankbaarheid
Voorbeeld:
(noun) supermarkt, kruidenierswinkel, boodschappen
Voorbeeld:
(idiom) het zware werk, de grootste inspanning
Voorbeeld:
(noun) huisvrouw, huisman
Voorbeeld:
(noun) huishoudelijk werk, huishouden
Voorbeeld:
(noun) was, wasgoed, wasserette
Voorbeeld:
(adverb) respectievelijk
Voorbeeld:
(noun) verantwoordelijkheid, plicht, taken
Voorbeeld:
(noun) routine, gewoonte, subroutine;
(adjective) routine, gebruikelijk
Voorbeeld:
(noun) afval, vuilnis, onzin;
(verb) afkraken, bekritiseren;
(adjective) waardeloos, slecht
Voorbeeld:
(adverb) vlekkeloos, brandschoon
Voorbeeld:
(verb) versterken, aansterken
Voorbeeld:
(verb) ondersteunen, steunen, onderhouden;
(noun) ondersteuning, steun, draagvlak
Voorbeeld:
(noun) tafelmanieren
Voorbeeld:
(noun) dienstregeling, tijdschema;
(verb) plannen, roosteren
Voorbeeld:
(adjective) waarheidsgetrouw, eerlijk
Voorbeeld:
(noun) waarde, belang, prijs;
(verb) waarderen, schatten, op prijs stellen
Voorbeeld:
(noun) wasmachine
Voorbeeld:
(noun) afwas
Voorbeeld:
(phrasal verb) opvrolijken, opbeuren
Voorbeeld: