Avatar of Vocabulary Set A2 - Letter G

Vocabulaireverzameling A2 - Letter G in Oxford 3000 - A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Letter G' in 'Oxford 3000 - A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

gallery

/ˈɡæl.ɚ.i/

(noun) galerie, kunstgalerie, galerij

Voorbeeld:

The new art gallery features local artists.
De nieuwe kunstgalerie toont lokale kunstenaars.

gap

/ɡæp/

(noun) opening, gat, kloof;

(verb) gaten maken, spleet maken

Voorbeeld:

There's a small gap in the fence.
Er zit een kleine opening in het hek.

gas

/ɡæs/

(noun) gas, benzine, brandstof;

(verb) gas geven, tanken

Voorbeeld:

Natural gas is used for heating homes.
Aardgas wordt gebruikt voor het verwarmen van huizen.

gate

/ɡeɪt/

(noun) hek, poort, gate;

(verb) gaten, regelen

Voorbeeld:

Please close the gate behind you.
Sluit alstublieft het hek achter u.

general

/ˈdʒen.ər.əl/

(adjective) algemeen, wijdverspreid, niet-gespecialiseerd;

(noun) generaal

Voorbeeld:

There is a general feeling of optimism.
Er is een algemeen gevoel van optimisme.

gift

/ɡɪft/

(noun) cadeau, geschenk, gave;

(verb) schenken, geven

Voorbeeld:

She received a beautiful gift for her birthday.
Ze kreeg een prachtig cadeau voor haar verjaardag.

goal

/ɡoʊl/

(noun) doel, streven, doelpunt

Voorbeeld:

My main goal is to finish this project on time.
Mijn belangrijkste doel is om dit project op tijd af te krijgen.

god

/ɡɑːd/

(noun) God, god, godheid;

(exclamation) God, hemel

Voorbeeld:

Many people believe in one God.
Veel mensen geloven in één God.

gold

/ɡoʊld/

(noun) goud, goudkleur;

(adjective) gouden, goudkleurig, goud

Voorbeeld:

The ring is made of pure gold.
De ring is gemaakt van puur goud.

golf

/ɡɑːlf/

(noun) golf;

(verb) golfen

Voorbeeld:

He enjoys playing golf every weekend.
Hij speelt elk weekend graag golf.

good

/ɡʊd/

(adjective) goed, leuk, aangenaam;

(adverb) goed;

(noun) het goede, welzijn;

(exclamation) goed

Voorbeeld:

She's a very good student.
Ze is een hele goede student.

government

/ˈɡʌv.ɚn.mənt/

(noun) regering, overheid, regeringsvorm

Voorbeeld:

The government announced new policies to boost the economy.
De regering kondigde nieuwe beleidsmaatregelen aan om de economie te stimuleren.

grass

/ɡræs/

(noun) gras, wiet, marihuana;

(verb) verlinken, klikken

Voorbeeld:

The sheep were grazing on the fresh grass.
De schapen graasden op het verse gras.

greet

/ɡriːt/

(verb) begroeten, verwelkomen, ontvangen

Voorbeeld:

She was there to greet us at the door.
Ze stond klaar om ons bij de deur te begroeten.

ground

/ɡraʊnd/

(noun) grond, aarde, veld;

(verb) aan de grond houden, vliegverbod opleggen, binnen houden;

(adjective) nuchter, realistisch, geaard

Voorbeeld:

He fell to the ground.
Hij viel op de grond.

guest

/ɡest/

(noun) gast, hotelgast;

(verb) gastoptreden, te gast zijn

Voorbeeld:

We had several guests over for dinner last night.
We hadden gisteravond verschillende gasten voor het avondeten.

guide

/ɡaɪd/

(noun) gids, handleiding;

(verb) leiden, begeleiden, sturen

Voorbeeld:

Our tour guide was very knowledgeable about the city's history.
Onze reisgids was zeer goed geïnformeerd over de geschiedenis van de stad.

gun

/ɡʌn/

(noun) geweer, pistool, wapen;

(verb) neerschieten, doodschieten, gas geven

Voorbeeld:

The police officer drew his gun.
De politieagent trok zijn geweer.

guy

/ɡaɪ/

(noun) kerel, gast, jongens;

(verb) bespotten, voor de gek houden

Voorbeeld:

He's a really nice guy.
Hij is echt een aardige kerel.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland