Vocabulaireverzameling Bruiloft in Veelvoorkomende woordenschat: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Bruiloft' in 'Veelvoorkomende woordenschat' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) bruid
Voorbeeld:
(noun) gelofte, eed;
(verb) zweren, beloven
Voorbeeld:
(noun) getuige
Voorbeeld:
(noun) bruidegom, paardenverzorger, staljongen;
(verb) verzorgen, poetsen, voorbereiden
Voorbeeld:
(noun) smoking
Voorbeeld:
(noun) feest, partij, groep;
(verb) feesten, partij vieren
Voorbeeld:
(noun) bruiloft, huwelijk
Voorbeeld:
(noun) trouwkaart
Voorbeeld:
(noun) ontvangst, receptie, feest
Voorbeeld:
(noun) champagne
Voorbeeld:
(noun) boeket, bloemstuk, aroma
Voorbeeld:
(adjective) getrouwd;
(past participle) getrouwd
Voorbeeld:
(noun) pasgetrouwde, bruidspaar
Voorbeeld:
(noun) cake, taart, koekje;
(verb) aankoeken, samenkoeken
Voorbeeld:
(noun) ring, cirkel, bel;
(verb) rinkelen, luiden, bellen
Voorbeeld:
(noun) embleem, symbool
Voorbeeld:
(noun) band, strook, bereik;
(verb) banden, vastbinden, verenigen
Voorbeeld:
(noun) felicitatie, gelukwens
Voorbeeld:
(noun) sieraden, juwelen
Voorbeeld:
(noun) wijn;
(verb) wijn drinken, verwennen
Voorbeeld:
(noun) bruidsschat
Voorbeeld:
(noun) huwelijksreis, huwelijksreisperiode, periode van goede wil;
(verb) op huwelijksreis gaan
Voorbeeld:
(noun) jubileum, verjaardag
Voorbeeld:
(noun) zwager
Voorbeeld:
(noun) schoonzus
Voorbeeld:
(adjective) betrokken, bezig, verloofd
Voorbeeld:
(noun) paar, stel, enkele;
(verb) koppelen, verbinden
Voorbeeld:
(noun) echtgenoot, man;
(verb) beheren, sparen, zuinig omgaan met
Voorbeeld:
(noun) vrouw, echtgenote
Voorbeeld:
(noun) ceremonie, plechtigheid, formaliteit
Voorbeeld:
(verb) verloven, uitloven
Voorbeeld: