Vocabulaireverzameling Top 101 - 125 Nouns in 500 meest voorkomende Engelse zelfstandige naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 101 - 125 Nouns' in '500 meest voorkomende Engelse zelfstandige naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) verandering, wijziging, wisselgeld;
(verb) veranderen, wijzigen, omwisselen
Voorbeeld:
(noun) team, ploeg, span;
(verb) samenwerken, een team vormen
Voorbeeld:
(noun) product, artikel, uitkomst
Voorbeeld:
(noun) kleur, pigment, verf;
(verb) kleuren, verven
Voorbeeld:
(adjective) juist, correct, rechts;
(adverb) rechts, meteen, direct;
(noun) recht, rechten, rechts;
(verb) rechtop zetten, corrigeren;
(interjection) oké, toch
Voorbeeld:
(noun) deal, overeenkomst, hoeveelheid;
(verb) delen, uitdelen, omgaan met
Voorbeeld:
(noun) hoeveelheid, bedrag;
(verb) bedragen, neerkomen op
Voorbeeld:
(noun) lucht, sfeer, uitstraling;
(verb) uiten, uitzenden, ventileren
Voorbeeld:
(noun) hart, gemoed, kern;
(verb) bemoedigen, aanmoedigen
Voorbeeld:
(noun) opmerking, commentaar;
(verb) commentaar geven, opmerken
Voorbeeld:
(noun) top, bovenkant, bovenstuk;
(adjective) bovenste, hoogste, top;
(verb) toppen, overtreffen, afdekken;
(adverb) boven, bovenop
Voorbeeld:
(noun) verschil, effect
Voorbeeld:
(noun) gemeenschap, buurt, samenleving
Voorbeeld:
(noun) antwoord, reactie;
(verb) antwoorden, beantwoorden
Voorbeeld:
(noun) bloed, temperament, aard;
(verb) bloeden, bevlekken met bloed
Voorbeeld:
(noun) president, rector, voorzitter
Voorbeeld:
(noun) baby, zuigeling, schatje;
(verb) verwennen, vertroetelen;
(adjective) klein, mini
Voorbeeld:
(noun) situatie, toestand, omstandigheid
Voorbeeld:
(noun) taal, taalgebruik, stijl
Voorbeeld:
(noun) kanaal, waterweg, richting;
(verb) kanaliseren, leiden, uitdrukken
Voorbeeld:
(noun) tong, taal;
(verb) likken
Voorbeeld:
(noun) dame, vrouw, mevrouw
Voorbeeld:
(noun) soldaat;
(verb) doorgaan, volhouden
Voorbeeld:
(noun) misdaad, criminaliteit, schande
Voorbeeld:
(noun) prijs, kosten, gevolg;
(verb) prijzen, waarderen, een prijs bepalen
Voorbeeld: