Vocabulaireverzameling Top 51 - 75 Adjectives in 500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'Top 51 - 75 Adjectives' in '500 Meest Voorkomende Engelse Bijvoeglijke Naamwoorden' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(adjective) vitaal, essentieel, cruciaal
Voorbeeld:
(adjective) vroeg, beginnend;
(adverb) vroeg, in het begin
Voorbeeld:
(adjective) perfect, ideaal, volmaakt;
(verb) perfectioneren, volmaken, verbeteren
Voorbeeld:
(adjective) sociaal, gezellig;
(noun) sociale bijeenkomst, borrel
Voorbeeld:
(adjective) mooi, prachtig
Voorbeeld:
(adjective) fijn, uitstekend, goed;
(noun) boete, geldstraf;
(verb) beboeten, een boete opleggen;
(adverb) prima, goed
Voorbeeld:
(adjective) kort, tekort, onvoldoende;
(adverb) abrupt, plotseling;
(verb) voorschieten, lenen
Voorbeeld:
(adjective) heet, warm, pittig;
(adverb) heet, warm
Voorbeeld:
(adjective) veelvoorkomend, algemeen, gewoon;
(noun) het gewone volk, de massa, meent
Voorbeeld:
(adjective) open, geopend, onbedekt;
(verb) openen, beginnen;
(adverb) open;
(noun) open ruimte, buitenlucht
Voorbeeld:
(adjective) speciaal, bijzonder, bestemd;
(noun) special, speciale uitzending, dagschotel
Voorbeeld:
(adjective) favoriet, lievelings;
(noun) favoriet, lieveling
Voorbeeld:
(adjective) vergelijkbaar, gelijksoortig
Voorbeeld:
(adjective) gek, waanzinnig, enthousiast
Voorbeeld:
(adjective) heel, geheel
Voorbeeld:
(adjective) duidelijk, helder, doorzichtig;
(verb) ruimen, vrijmaken, klaren;
(adverb) helemaal, volledig
Voorbeeld:
(noun) Amerikaan, Amerikaanse;
(adjective) Amerikaans
Voorbeeld:
(adjective) bepaald, specifiek, kieskeurig;
(noun) details, bijzonderheden
Voorbeeld:
(adjective) moeilijk, lastig, problematisch
Voorbeeld:
(verb) sluiten, dichtdoen, afsluiten;
(adjective) dichtbij, nabij, nauwkeurig;
(adverb) dichtbij, nabij
Voorbeeld:
(adjective) rood, blozend;
(noun) rood, de kleur rood
Voorbeeld:
(adjective) vreemd, raar
Voorbeeld:
(adjective) openbaar, publiek;
(noun) het publiek, de gemeenschap
Voorbeeld:
(adjective) diep, intens, laag;
(adverb) diep
Voorbeeld:
(adjective) vreemd, eigenaardig, bijzonder
Voorbeeld: