Avatar of Vocabulary Set C1 - Geschiedenis is verleden politiek!

Vocabulaireverzameling C1 - Geschiedenis is verleden politiek! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Geschiedenis is verleden politiek!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

archive

/ˈɑːr.kaɪv/

(noun) archief;

(verb) archiveren

Voorbeeld:

The university maintains a vast archive of historical manuscripts.
De universiteit onderhoudt een uitgebreid archief van historische manuscripten.

bibliography

/ˌbɪb.liˈɑː.ɡrə.fi/

(noun) bibliografie, literatuurlijst, boekwetenschap

Voorbeeld:

The student included a comprehensive bibliography at the end of her thesis.
De student nam een uitgebreide bibliografie op aan het einde van haar scriptie.

abolition

/ˌæb.əˈlɪʃ.ən/

(noun) afschaffing, opheffing

Voorbeeld:

The abolition of slavery was a monumental achievement.
De afschaffing van de slavernij was een monumentale prestatie.

battlefield

/ˈbæt̬.əl.fiːld/

(noun) slagveld, strijdtoneel, arena

Voorbeeld:

The soldiers advanced across the muddy battlefield.
De soldaten rukten op over het modderige slagveld.

shield

/ʃiːld/

(noun) schild, bescherming, afscherming;

(verb) beschermen, afschermen

Voorbeeld:

The knight raised his shield to block the arrow.
De ridder hief zijn schild op om de pijl te blokkeren.

spear

/spɪr/

(noun) speer, lans, scheut;

(verb) spiesen, doorboren

Voorbeeld:

The hunter carried a spear for protection.
De jager droeg een speer ter bescherming.

tomahawk

/ˈtɑː.mə.hɑːk/

(noun) tomahawk, strijdbijl;

(verb) tomahawken, met een tomahawk slaan

Voorbeeld:

The warrior carried a sharp tomahawk.
De krijger droeg een scherpe tomahawk.

bow

/baʊ/

(noun) strik, lus, boog;

(verb) buigen, neigen, krommen

Voorbeeld:

She tied her hair back with a pretty pink bow.
Ze bond haar haar vast met een mooie roze strik.

dagger

/ˈdæɡ.ɚ/

(noun) dolk, ponjaard

Voorbeeld:

He pulled a dagger from his belt.
Hij trok een dolk uit zijn riem.

cannon

/ˈkæn.ən/

(noun) kanon, geschut;

(verb) kanonneren, hard slaan

Voorbeeld:

The ancient fortress still had several old cannons on display.
Het oude fort had nog steeds verschillende oude kanonnen tentoongesteld.

carriage

/ˈker.ɪdʒ/

(noun) koets, rijtuig, wagon

Voorbeeld:

The royal family arrived in a magnificent horse-drawn carriage.
De koninklijke familie arriveerde in een prachtige paardenkoets.

chariot

/ˈtʃer.i.ət/

(noun) strijdwagen, ros, wagen;

(verb) in een strijdwagen vervoeren, met een strijdwagen rijden

Voorbeeld:

The ancient Egyptians used chariots in battle.
De oude Egyptenaren gebruikten strijdwagens in de strijd.

dungeon

/ˈdʌn.dʒən/

(noun) kerker, ondergrondse gevangenis

Voorbeeld:

The prisoner was thrown into the dark dungeon.
De gevangene werd in de donkere kerker gegooid.

fort

/fɔːrt/

(noun) fort, vesting, burcht

Voorbeeld:

The soldiers defended the fort against the enemy attack.
De soldaten verdedigden het fort tegen de vijandelijke aanval.

conqueror

/ˈkɑːŋ.kɚ.ɚ/

(noun) veroveraar, overwinnaar, bedwinger

Voorbeeld:

Alexander the Great was a famous conqueror.
Alexander de Grote was een beroemde veroveraar.

successor

/səkˈses.ɚ/

(noun) opvolger, erfgenaam

Voorbeeld:

The vice president is the natural successor to the president.
De vicepresident is de natuurlijke opvolger van de president.

reign

/reɪn/

(noun) regering, regeerperiode, heerschappij;

(verb) regeren, heersen, domineren

Voorbeeld:

Queen Victoria's reign lasted for 63 years.
De regering van koningin Victoria duurde 63 jaar.

crown

/kraʊn/

(noun) kroon, Kroon, monarchie;

(verb) kronen, bekronen, toppen

Voorbeeld:

The queen wore a magnificent crown during the ceremony.
De koningin droeg een prachtige kroon tijdens de ceremonie.

peasant

/ˈpez.ənt/

(noun) boer, landarbeider, lomperik

Voorbeeld:

The peasants toiled in the fields from dawn till dusk.
De boeren zwoegden op de velden van zonsopgang tot zonsondergang.

primitive

/ˈprɪm.ə.t̬ɪv/

(adjective) primitief, oorspronkelijk, onontwikkeld;

(noun) primitief, oermens

Voorbeeld:

Early humans used primitive tools for hunting.
Vroege mensen gebruikten primitieve werktuigen om te jagen.

datable

/ˈdeɪtəbl/

(adjective) dateerbaar, geschikt om mee uit te gaan

Voorbeeld:

The artifact is clearly datable to the Roman period.
Het artefact is duidelijk dateerbaar tot de Romeinse periode.

prehistoric

/ˌpriː.hɪˈstɔːr.ɪk/

(adjective) prehistorisch, ouderwets, primitief

Voorbeeld:

Dinosaurs lived in prehistoric times.
Dinosaurussen leefden in prehistorische tijden.

ice age

/ˈaɪs ˌeɪdʒ/

(noun) ijstijd

Voorbeeld:

The last Ice Age ended about 10,000 years ago.
De laatste ijstijd eindigde ongeveer 10.000 jaar geleden.

stone age

/ˈstoʊn ˌeɪdʒ/

(noun) Steentijd, achterlijke tijd, primitieve tijd

Voorbeeld:

Humans lived in caves during the Stone Age.
Mensen leefden in grotten tijdens de Steentijd.

the Bronze Age

/ðə ˈbrɑːnz eɪdʒ/

(noun) Bronstijd

Voorbeeld:

Archaeologists found artifacts from the Bronze Age.
Archeologen vonden artefacten uit de Bronstijd.

the Iron Age

/ðə ˈaɪərn eɪdʒ/

(noun) IJzertijd

Voorbeeld:

Archaeologists have found many artifacts from the Iron Age.
Archeologen hebben veel artefacten uit de IJzertijd gevonden.

golden age

/ˈɡoʊl.dən ˌeɪdʒ/

(noun) gouden eeuw, gouden tijdperk

Voorbeeld:

The 1950s are often considered the golden age of Hollywood.
De jaren 50 worden vaak beschouwd als de gouden eeuw van Hollywood.

medieval

/ˌmed.iˈiː.vəl/

(adjective) middeleeuws, ouderwets, primitief

Voorbeeld:

They visited a well-preserved medieval castle.
Ze bezochten een goed bewaard gebleven middeleeuws kasteel.

enlightenment

/ɪnˈlaɪ.t̬ən.mənt/

(noun) verlichting, inzicht, Verlichting

Voorbeeld:

Reading widely can lead to intellectual enlightenment.
Veel lezen kan leiden tot intellectuele verlichting.

civil war

/ˌsɪv.əl ˈwɔːr/

(noun) burgeroorlog

Voorbeeld:

The country was plunged into a devastating civil war.
Het land werd gestort in een verwoestende burgeroorlog.

colonial

/kəˈloʊ.ni.əl/

(adjective) koloniaal

Voorbeeld:

The country gained independence from colonial rule.
Het land verkreeg onafhankelijkheid van de koloniale heerschappij.

imperial

/ɪmˈpɪr.i.əl/

(adjective) keizerlijk, imperiaal, imperiaal (maatsysteem)

Voorbeeld:

The Roman Empire had a vast imperial army.
Het Romeinse Rijk had een uitgestrekt keizerlijk leger.

mythology

/mɪˈθɑː.lə.dʒi/

(noun) mythologie, studie van mythen

Voorbeeld:

Greek mythology is rich with gods, goddesses, and heroes.
De Griekse mythologie is rijk aan goden, godinnen en helden.

the industrial revolution

/ðə ɪnˈdʌstriəl rɛvəˈluːʃən/

(noun) Industriële Revolutie

Voorbeeld:

The Industrial Revolution led to significant social and economic changes.
De Industriële Revolutie leidde tot aanzienlijke sociale en economische veranderingen.

pharaoh

/ˈfer.oʊ/

(noun) farao

Voorbeeld:

The ancient Egyptians revered their pharaohs as divine.
De oude Egyptenaren vereerden hun farao's als goddelijk.

archeology

/ˌɑːr.kiˈɑː.lə.dʒi/

(noun) archeologie

Voorbeeld:

She decided to major in archeology at university.
Ze besloot archeologie te studeren aan de universiteit.

bloodline

/ˈblʌd.laɪn/

(noun) bloedlijn, afstamming

Voorbeeld:

The royal bloodline has been traced back for centuries.
De koninklijke bloedlijn is eeuwenlang terug te voeren.

artifact

/ˈɑːr.t̬ə.fækt/

(noun) artefact, voorwerp, verstoring

Voorbeeld:

The museum displayed ancient Roman artifacts.
Het museum toonde oude Romeinse artefacten.

war-torn

/ˈwɔːr.tɔːrn/

(adjective) door oorlog verscheurd, oorlogsgetroffen

Voorbeeld:

The international community sent aid to the war-torn region.
De internationale gemeenschap stuurde hulp naar de door oorlog verscheurde regio.

ranged weapon

/ˈreɪndʒd ˈwep.ən/

(noun) afstandswapen, projectielwapen

Voorbeeld:

Archers primarily use ranged weapons like bows and arrows.
Boogschutters gebruiken voornamelijk afstandswapens zoals pijl en boog.

melee weapon

/ˈmeɪ.leɪ ˌwep.ən/

(noun) slagwapen, nabijgevechtswapen

Voorbeeld:

The knight preferred a melee weapon like his trusty sword for close encounters.
De ridder gaf de voorkeur aan een slagwapen zoals zijn trouwe zwaard voor gevechten van dichtbij.

machete

/məˈʃet̬.i/

(noun) kapmes

Voorbeeld:

He used a machete to clear a path through the dense jungle.
Hij gebruikte een kapmes om een pad door de dichte jungle te banen.

spartan

/ˈspɑːr.tən/

(adjective) Spartaans, streng, sober;

(noun) Spartaan, inwoner van Sparta

Voorbeeld:

The ancient Spartan warriors were known for their rigorous training.
De oude Spartaanse krijgers stonden bekend om hun strenge training.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland