Avatar of Vocabulary Set C1 - Aan de slag!

Vocabulaireverzameling C1 - Aan de slag! in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'C1 - Aan de slag!' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

acquisition

/ˌæk.wəˈzɪʃ.ən/

(noun) verwerving, aanleren, aanwinst

Voorbeeld:

Language acquisition is a complex process.
Taalverwerving is een complex proces.

mba

/ˌem.biːˈeɪ/

(abbreviation) MBA, Master of Business Administration

Voorbeeld:

She decided to pursue an MBA to advance her career.
Ze besloot een MBA te volgen om haar carrière te bevorderen.

associate

/əˈsoʊ.ʃi.eɪt/

(verb) associëren, verbinden, zich aansluiten bij;

(noun) partner, collega;

(adjective) geassocieerd, adjunct

Voorbeeld:

Most people associate the name 'Coca-Cola' with a popular soft drink.
De meeste mensen associëren de naam 'Coca-Cola' met een populaire frisdrank.

retailer

/ˈriː.teɪ.lɚ/

(noun) retailer, detailhandelaar

Voorbeeld:

The new clothing brand is partnering with several online retailers.
Het nieuwe kledingmerk werkt samen met verschillende online retailers.

commodity

/kəˈmɑː.də.t̬i/

(noun) grondstof, handelswaar, goed

Voorbeeld:

Oil is a valuable commodity in the global market.
Olie is een waardevolle grondstof op de wereldmarkt.

merchandise

/ˈmɝː.tʃən.daɪz/

(noun) koopwaar, handelswaar;

(verb) promoten, verkopen

Voorbeeld:

The store offers a wide variety of merchandise.
De winkel biedt een breed scala aan koopwaar.

cooperative

/koʊˈɑː.pɚ.ə.t̬ɪv/

(adjective) coöperatief, samenwerkend, meewerkend;

(noun) coöperatie

Voorbeeld:

The project was a success due to the cooperative efforts of the team.
Het project was een succes dankzij de coöperatieve inspanningen van het team.

audit

/ˈɑː.dɪt/

(noun) audit, controle;

(verb) auditen, controleren

Voorbeeld:

The company is undergoing a financial audit this month.
Het bedrijf ondergaat deze maand een financiële audit.

deficit

/ˈdef.ə.sɪt/

(noun) tekort, deficiëntie, beperking

Voorbeeld:

The company reported a budget deficit of $5 million.
Het bedrijf rapporteerde een begrotingstekort van $5 miljoen.

expenditure

/ɪkˈspen.də.tʃɚ/

(noun) uitgave, uitgaven, verbruik

Voorbeeld:

The government's expenditure on education has increased.
De uitgaven van de overheid aan onderwijs zijn toegenomen.

invoice

/ˈɪn.vɔɪs/

(noun) factuur;

(verb) factureren

Voorbeeld:

Please send me an invoice for the services rendered.
Stuur me alstublieft een factuur voor de geleverde diensten.

margin

/ˈmɑːr.dʒɪn/

(noun) marge, rand, winstmarge;

(verb) marges aanbrengen

Voorbeeld:

Write your notes in the margin of the page.
Schrijf je aantekeningen in de marge van de pagina.

turnover

/ˈtɝːnˌoʊ.vɚ/

(noun) omzet, personeelsverloop, verloop

Voorbeeld:

The company reported a significant turnover increase this quarter.
Het bedrijf rapporteerde dit kwartaal een aanzienlijke stijging van de omzet.

yield

/jiːld/

(verb) opleveren, produceren, opbrengen;

(noun) opbrengst, productie, rendement

Voorbeeld:

The apple trees yielded a bountiful harvest this year.
De appelbomen leverden dit jaar een overvloedige oogst op.

enterprise

/ˈen.t̬ɚ.praɪz/

(noun) onderneming, project, bedrijf

Voorbeeld:

Starting a new business is a challenging enterprise.
Een nieuw bedrijf starten is een uitdagende onderneming.

franchise

/ˈfræn.tʃaɪz/

(noun) franchise, licentie, stemrecht;

(verb) franchisen, licentiëren, stemrecht verlenen

Voorbeeld:

The company operates several fast-food franchises.
Het bedrijf exploiteert verschillende fastfoodfranchises.

start-up

/ˈstɑːrt.ʌp/

(noun) start-up, beginnend bedrijf

Voorbeeld:

Many young entrepreneurs dream of launching their own start-up.
Veel jonge ondernemers dromen ervan hun eigen start-up te lanceren.

ltd

/lɪmˈɪtɪd/

(abbreviation) B.V., Ltd

Voorbeeld:

The company, Smith & Sons Ltd, announced its annual results.
Het bedrijf, Smith & Sons B.V., kondigde zijn jaarresultaten aan.

venture

/ˈven.tʃɚ/

(noun) onderneming, avontuur, risicovolle onderneming;

(verb) wagen, zich wagen aan, ondernemen

Voorbeeld:

Their latest business venture failed.
Hun laatste zakelijke onderneming mislukte.

net

/net/

(noun) net, het internet, het net;

(verb) vangen, netten, netto verdienen;

(adjective) netto

Voorbeeld:

The fisherman cast his net into the sea.
De visser wierp zijn net in de zee.

incorporated

/ɪnˈkɔːr.pə.reɪ.t̬ɪd/

(adjective) geïncorporeerd, opgericht, opgenomen;

(verb) opnemen, integreren, incorporeren

Voorbeeld:

The company was incorporated in 2005.
Het bedrijf werd in 2005 opgericht.

managerial

/ˌmæn.əˈdʒɪr.i.əl/

(adjective) management-, bestuurlijk

Voorbeeld:

She has excellent managerial skills.
Ze heeft uitstekende managementvaardigheden.

profitable

/ˈprɑː.fɪ.t̬ə.bəl/

(adjective) winstgevend, rendabel, voordelig

Voorbeeld:

The new business venture proved to be very profitable.
De nieuwe zakelijke onderneming bleek zeer winstgevend te zijn.

administer

/ədˈmɪn.ə.stɚ/

(verb) besturen, beheren, toedienen

Voorbeeld:

The school is administered by a board of governors.
De school wordt bestuurd door een raad van bestuur.

close

/kloʊz/

(verb) sluiten, dichtdoen, afsluiten;

(adjective) dichtbij, nabij, nauwkeurig;

(adverb) dichtbij, nabij

Voorbeeld:

Please close the door when you leave.
Gelieve de deur te sluiten wanneer u vertrekt.

endorse

/ɪnˈdɔːrs/

(verb) onderschrijven, steunen, endosseren

Voorbeeld:

The celebrity agreed to endorse the new product.
De beroemdheid stemde ermee in het nieuwe product te onderschrijven.

merge

/mɝːdʒ/

(verb) fuseren, samenvoegen, verenigen

Voorbeeld:

The two companies decided to merge.
De twee bedrijven besloten te fuseren.

publicize

/ˈpʌb.lə.saɪz/

(verb) publiceren, bekendmaken, reclame maken voor

Voorbeeld:

The company decided to publicize its new product through social media.
Het bedrijf besloot zijn nieuwe product via sociale media te publiceren.

take over

/ˈteɪk ˌoʊ.vər/

(phrasal verb) overnemen, de controle overnemen, overheersen

Voorbeeld:

She will take over as CEO next month.
Zij zal volgende maand de functie van CEO overnemen.

patent

/ˈpæt.ənt/

(noun) octrooi, patent;

(verb) patenteren, octrooieren;

(adjective) duidelijk, klaarblijkelijk

Voorbeeld:

He applied for a patent for his new invention.
Hij vroeg een octrooi aan voor zijn nieuwe uitvinding.

pr

/ˌpiːˈɑːr/

(abbreviation) PR, public relations

Voorbeeld:

The company hired a new PR firm to improve its image.
Het bedrijf huurde een nieuw PR-bureau in om zijn imago te verbeteren.

shipping

/ˈʃɪp.ɪŋ/

(noun) verzending, scheepvaart, zeevervoer;

(verb) verzenden, binnenlaten

Voorbeeld:

The company offers free shipping on all orders over $50.
Het bedrijf biedt gratis verzending aan voor alle bestellingen boven $50.

warehouse

/ˈwer.haʊs/

(noun) magazijn, opslagplaats;

(verb) opslaan, magazineren

Voorbeeld:

The company stores its products in a large warehouse.
Het bedrijf slaat zijn producten op in een groot magazijn.

operational

/ˌɑː.pəˈreɪ.ʃən.əl/

(adjective) operationeel, werkend, bedrijfsmatig

Voorbeeld:

The new system is fully operational.
Het nieuwe systeem is volledig operationeel.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland