Vocabulaireverzameling C1 - Verlangen naar succes in Niveau C1: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'C1 - Verlangen naar succes' in 'Niveau C1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) prestatie, verwezenlijking, voltooiing
Voorbeeld:
(noun) vooruitgang, bevordering, promotie
Voorbeeld:
(noun) aspiratie, ambitie, streven
Voorbeeld:
(noun) dreun, knal, boom;
(verb) dreunen, galmen, bloeien;
(adjective) bloeiend, groeiend;
(interjection) dreun, knal
Voorbeeld:
(noun) doorbraak
Voorbeeld:
(noun) comeback, terugkeer, repliek
Voorbeeld:
(noun) roem, eer, glorie;
(verb) zich verheugen, roemen, triomferen
Voorbeeld:
(noun) triomf, overwinning, succes;
(verb) triomferen, zegevieren, winnen
Voorbeeld:
(noun) presteerder, succesvolle persoon
Voorbeeld:
(noun) de top, grote succes;
(adverb) enorm, flink
Voorbeeld:
(noun) top, bovenkant, bovenstuk;
(adjective) bovenste, hoogste, top;
(verb) toppen, overtreffen, afdekken;
(adverb) boven, bovenop
Voorbeeld:
(verb) bereiken, verkrijgen, halen
Voorbeeld:
(noun) bloesem, bloem;
(verb) bloeien, uitkomen, ontluiken
Voorbeeld:
(verb) feliciteren
Voorbeeld:
(verb) consolideren, versterken, samenvoegen
Voorbeeld:
(verb) floreren, gedijen, zwaaien;
(noun) zwaai, gebaar, fanfare
Voorbeeld:
(idiom) hoog vliegen, zeer succesvol zijn
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitbetalen, renderen, afbetalen
Voorbeeld:
(verb) zegevieren, overwinnen, heersen
Voorbeeld:
(verb) floreren, gedijen, groeien
Voorbeeld:
(verb) streven, zich inspannen, strijden
Voorbeeld:
(verb) gedijen, floreren, bloeien
Voorbeeld:
(verb) rijden, besturen, drijven;
(noun) rit, autorit, drang
Voorbeeld:
(noun) effectiviteit, doeltreffendheid
Voorbeeld:
(noun) doorzettingsvermogen, volharding, vasthoudendheid
Voorbeeld:
(verb) oplossen, verhelpen, besluiten;
(noun) vastberadenheid, besluit
Voorbeeld:
(adjective) wenselijk, aantrekkelijk, begeerlijk
Voorbeeld:
(adjective) vooraanstaand, gerenommeerd, onderscheiden
Voorbeeld:
(adjective) gunstig, positief, voordelig
Voorbeeld:
(adjective) haalbaar, uitvoerbaar
Voorbeeld:
(adjective) vervuld, tevreden;
(past participle) vervullen, nakomen
Voorbeeld:
(adjective) opmerkelijk, aanzienlijk, bekend;
(noun) prominent, bekende persoonlijkheid
Voorbeeld:
(adjective) vooraanstaand, leidend, eerste;
(noun) premier;
(verb) in première gaan, voor het eerst vertonen
Voorbeeld:
(adjective) productief, vruchtbaar, rendabel
Voorbeeld:
(idiom) met vlag en wimpel, met glans
Voorbeeld:
(phrasal verb) voldoen aan, waarmaken
Voorbeeld: