Betekenis van het woord boom in het Nederlands
Wat betekent boom in het Engels? Ontdek de betekenis, uitspraak en specifiek gebruik van dit woord met Lingoland
boom
US /buːm/
UK /buːm/
Zelfstandig Naamwoord
1.
2.
boom, bloeiperiode
a period of great prosperity or rapid economic growth
Voorbeeld:
•
The country experienced an economic boom in the 1990s.
Het land kende een economische boom in de jaren negentig.
•
The housing market is experiencing a boom.
De huizenmarkt beleeft een boom.
Werkwoord
1.
dreunen, galmen
to make a deep, resonant sound
Voorbeeld:
•
The thunder boomed in the distance.
De donder dreunde in de verte.
•
His voice boomed across the hall.
Zijn stem dreunde door de hal.
Synoniem:
Bijvoeglijk Naamwoord
Tussenwerpsel
dreun, knal
used to represent a loud, deep, resonant sound
Voorbeeld:
•
The door slammed shut with a loud boom!
De deur sloeg dicht met een luide dreun!