Avatar of Vocabulary Set B2 - Laten we het doen, oké?

Vocabulaireverzameling B2 - Laten we het doen, oké? in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Laten we het doen, oké?' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

acknowledge

/əkˈnɑː.lɪdʒ/

(verb) erkennen, toegeven, bevestigen

Voorbeeld:

He acknowledged that he was wrong.
Hij erkende dat hij fout zat.

aid

/eɪd/

(noun) hulp, steun, bijstand;

(verb) helpen, ondersteunen, bijstaan

Voorbeeld:

The organization provides humanitarian aid to disaster victims.
De organisatie biedt humanitaire hulp aan rampenslachtoffers.

age limit

/ˈeɪdʒ ˌlɪm.ɪt/

(noun) leeftijdsgrens

Voorbeeld:

There is an age limit for joining the youth club.
Er is een leeftijdsgrens voor het lid worden van de jeugdclub.

ban

/bæn/

(verb) verbieden, uitbannen;

(noun) verbod, ban

Voorbeeld:

The government decided to ban smoking in all public places.
De overheid besloot roken in alle openbare plaatsen te verbieden.

bar

/bɑːr/

(noun) staaf, balk, spijl;

(verb) versperren, verbieden, uitsluiten

Voorbeeld:

He lifted the heavy iron bar.
Hij tilde de zware ijzeren staaf op.

condition

/kənˈdɪʃ.ən/

(noun) staat, conditie, voorwaarde;

(verb) conditioneren, trainen

Voorbeeld:

The car is in excellent condition.
De auto is in uitstekende staat.

demand

/dɪˈmænd/

(noun) eis, vraag, behoefte;

(verb) eisen, verlangen, vereisen

Voorbeeld:

The workers made a demand for higher wages.
De arbeiders stelden een eis voor hogere lonen.

enable

/ɪˈneɪ.bəl/

(verb) inschakelen, mogelijk maken

Voorbeeld:

The new software will enable us to work more efficiently.
De nieuwe software zal ons in staat stellen efficiënter te werken.

exception

/ɪkˈsep.ʃən/

(noun) uitzondering

Voorbeeld:

Everyone attended the meeting, with the exception of John.
Iedereen woonde de vergadering bij, met uitzondering van John.

guideline

/ˈɡaɪd.laɪn/

(noun) richtlijn, leidraad

Voorbeeld:

The company issued new safety guidelines for all employees.
Het bedrijf heeft nieuwe veiligheidsrichtlijnen uitgevaardigd voor alle werknemers.

necessity

/nəˈses.ə.t̬i/

(noun) noodzaak, behoefte, benodigdheid

Voorbeeld:

Food and water are basic necessities for survival.
Voedsel en water zijn basisbehoeften om te overleven.

permit

/pɚˈmɪt/

(noun) vergunning, toestemming;

(verb) toestaan, vergunnen

Voorbeeld:

You need a permit to park here.
Je hebt een vergunning nodig om hier te parkeren.

regulation

/ˌreɡ.jəˈleɪ.ʃən/

(noun) regelgeving, voorschrift, reglement

Voorbeeld:

New safety regulations have been introduced.
Nieuwe veiligheidsvoorschriften zijn ingevoerd.

obligation

/ˌɑː.bləˈɡeɪ.ʃən/

(noun) verplichting, plicht, gebondenheid

Voorbeeld:

He has a moral obligation to help his family.
Hij heeft een morele verplichting om zijn familie te helpen.

requirement

/rɪˈkwaɪr.mənt/

(noun) vereiste, eis, studievereiste

Voorbeeld:

What are the requirements for this job?
Wat zijn de vereisten voor deze baan?

restrict

/rɪˈstrɪkt/

(verb) beperken, inperken, begrenzen

Voorbeeld:

We need to restrict access to sensitive information.
We moeten de toegang tot gevoelige informatie beperken.

restriction

/rɪˈstrɪk.ʃən/

(noun) beperking, restrictie, insnoering

Voorbeeld:

There are strict restrictions on the use of water during the drought.
Er zijn strenge beperkingen op het watergebruik tijdens de droogte.

rule book

/ˈruːl bʊk/

(noun) reglement, regelsboek, gedragsregels

Voorbeeld:

Always check the rule book before starting a new game.
Controleer altijd het reglement voordat je een nieuw spel begint.

forbid

/fɚˈbɪd/

(verb) verbieden

Voorbeeld:

The rules forbid smoking in the building.
De regels verbieden roken in het gebouw.

forbidden

/fɚˈbɪd.ən/

(adjective) verboden, niet toegestaan;

(past participle) verboden

Voorbeeld:

Smoking is strictly forbidden in this area.
Roken is strikt verboden in dit gebied.

acceptable

/əkˈsept.ə.bəl/

(adjective) aanvaardbaar, acceptabel, toelaatbaar

Voorbeeld:

The terms of the contract are acceptable.
De voorwaarden van het contract zijn aanvaardbaar.

grant

/ɡrænt/

(verb) verlenen, toestaan, toestemmen;

(noun) subsidie, toelage

Voorbeeld:

The committee decided to grant him immunity from prosecution.
De commissie besloot hem immuniteit van vervolging te verlenen.

compulsory

/kəmˈpʌl.sɚ.i/

(adjective) verplicht, bindend

Voorbeeld:

School attendance is compulsory for children up to the age of 16.
Schoolbezoek is verplicht voor kinderen tot 16 jaar.

mandatory

/ˈmæn.də.tɔːr.i/

(adjective) verplicht, bindend, dwingend

Voorbeeld:

Wearing a helmet is mandatory for all cyclists.
Het dragen van een helm is verplicht voor alle fietsers.

illegal

/ɪˈliː.ɡəl/

(adjective) illegaal, onwettig

Voorbeeld:

It is illegal to drive without a license.
Het is illegaal om zonder rijbewijs te rijden.

impose

/ɪmˈpoʊz/

(verb) opleggen, afdwingen, misbruik maken van

Voorbeeld:

The government decided to impose a new tax on luxury goods.
De regering besloot een nieuwe belasting op luxegoederen op te leggen.

insist

/ɪnˈsɪst/

(verb) insisteren, aandringen, benadrukken

Voorbeeld:

She insisted on paying for the meal.
Ze insisteerde erop om voor de maaltijd te betalen.

strictness

/ˈstrɪkt.nəs/

(noun) strengheid, striktheid

Voorbeeld:

The strictness of the new regulations surprised everyone.
De strengheid van de nieuwe regels verraste iedereen.

lenient

/ˈliː.ni.ənt/

(adjective) clement, toegeeflijk, mild

Voorbeeld:

The judge was lenient with the young offender.
De rechter was clement voor de jonge overtreder.

tough

/tʌf/

(adjective) sterk, taai, robuust

Voorbeeld:

This material is very tough and durable.
Dit materiaal is erg sterk en duurzaam.

provided

/prəˈvaɪdɪd/

(conjunction) op voorwaarde dat, mits;

(past participle) voorzien, geleverd

Voorbeeld:

You can go out provided that you finish your homework.
Je mag uitgaan op voorwaarde dat je je huiswerk afmaakt.

beg

/beɡ/

(verb) smeken, bedelen

Voorbeeld:

She had to beg for forgiveness.
Ze moest smeken om vergeving.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland