Avatar of Vocabulary Set B2 - Het is allemaal politiek!

Vocabulaireverzameling B2 - Het is allemaal politiek! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B2 - Het is allemaal politiek!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

domestic

/dəˈmes.tɪk/

(adjective) huiselijk, huishoudelijk, binnenlands;

(noun) huishoudster, dienstbode

Voorbeeld:

She is responsible for all domestic chores.
Zij is verantwoordelijk voor alle huishoudelijke taken.

federal

/ˈfed.ɚ.əl/

(adjective) federaal, centraal

Voorbeeld:

The United States has a federal system of government.
De Verenigde Staten hebben een federaal regeringssysteem.

independent

/ˌɪn.dɪˈpen.dənt/

(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;

(noun) onafhankelijke, zelfstandige

Voorbeeld:

The country gained its independent status in 1960.
Het land verwierf zijn onafhankelijke status in 1960.

official

/əˈfɪʃ.əl/

(adjective) officieel, ambtelijk, erkend;

(noun) functionaris, ambtenaar

Voorbeeld:

The mayor made an official announcement.
De burgemeester deed een officiële aankondiging.

presidential

/ˌprez.ɪˈden.ʃəl/

(adjective) presidentieel

Voorbeeld:

The presidential election is held every four years.
De presidentiële verkiezingen worden elke vier jaar gehouden.

revolution

/ˌrev.əˈluː.ʃən/

(noun) revolutie, ingrijpende verandering, omwenteling

Voorbeeld:

The French Revolution changed the course of history.
De Franse Revolutie veranderde de loop van de geschiedenis.

revolutionary

/ˌrev.əˈluː.ʃən.er.i/

(adjective) revolutionair, baanbrekend;

(noun) revolutionair, opstandeling

Voorbeeld:

The revolutionary forces marched towards the capital.
De revolutionaire troepen marcheerden naar de hoofdstad.

congress

/ˈkɑːŋ.ɡres/

(noun) congres, vergadering, Congres

Voorbeeld:

The medical congress will be held in Paris next month.
Het medische congres wordt volgende maand in Parijs gehouden.

conservative

/kənˈsɝː.və.t̬ɪv/

(noun) conservatief;

(adjective) conservatief

Voorbeeld:

My grandfather is a staunch conservative.
Mijn grootvader is een overtuigde conservatief.

Conservative Party

/kənˈsɜːrvətɪv ˈpɑːrti/

(noun) Conservatieve Partij

Voorbeeld:

The Conservative Party won a majority in the last general election.
De Conservatieve Partij won een meerderheid bij de laatste algemene verkiezingen.

Republican Party

/rɪˈpʌblɪkən ˈpɑːrti/

(noun) Republikeinse Partij

Voorbeeld:

The Republican Party candidate won the election.
De kandidaat van de Republikeinse Partij won de verkiezingen.

democrat

/ˈdem.ə.kræt/

(noun) democraat, Democraat

Voorbeeld:

He is a strong democrat who believes in the power of the people.
Hij is een sterke democraat die gelooft in de kracht van het volk.

Democratic Party

/ˌdem.əˈkræt.ɪk ˈpɑːr.t̬i/

(noun) Democratische Partij

Voorbeeld:

The Democratic Party candidate won the election.
De kandidaat van de Democratische Partij won de verkiezingen.

Labor Party

/ˈleɪ.bər ˌpɑːr.ti/

(noun) Labour Party, Arbeiderspartij

Voorbeeld:

The Labor Party is currently in opposition.
De Labour Party is momenteel in de oppositie.

back

/bæk/

(noun) rug, achterkant;

(adverb) terug, achteruit, vroeger;

(adjective) achterste;

(verb) achteruitgaan, steunen, ondersteunen

Voorbeeld:

He lay on his back, looking up at the stars.
Hij lag op zijn rug, naar de sterren kijkend.

debate

/dɪˈbeɪt/

(noun) debat, discussie;

(verb) debatteren, bediscussiëren

Voorbeeld:

The candidates will participate in a televised debate tonight.
De kandidaten zullen vanavond deelnemen aan een televisiedebat.

govern

/ˈɡʌv.ɚn/

(verb) regeren, besturen, leiden

Voorbeeld:

The new president will govern the country for the next four years.
De nieuwe president zal het land de komende vier jaar regeren.

government

/ˈɡʌv.ɚn.mənt/

(noun) regering, overheid, regeringsvorm

Voorbeeld:

The government announced new policies to boost the economy.
De regering kondigde nieuwe beleidsmaatregelen aan om de economie te stimuleren.

democracy

/dɪˈmɑː.krə.si/

(noun) democratie, democratische staat

Voorbeeld:

The country transitioned to a democracy after decades of authoritarian rule.
Het land maakte de overgang naar een democratie na decennia van autoritair bewind.

dictatorship

/dɪkˈteɪ.t̬ɚ.ʃɪp/

(noun) dictatuur, alleenheerschappij

Voorbeeld:

The country transitioned from a democracy to a dictatorship.
Het land ging over van een democratie naar een dictatuur.

kingdom

/ˈkɪŋ.dəm/

(noun) koninkrijk, rijk, domein

Voorbeeld:

The ancient kingdom was known for its vast riches.
Het oude koninkrijk stond bekend om zijn enorme rijkdommen.

monarchy

/ˈmɑː.nɚ.ki/

(noun) monarchie, koninkrijk

Voorbeeld:

The country transitioned from a republic to a monarchy.
Het land ging over van een republiek naar een monarchie.

independence

/ˌɪn.dɪˈpen.dəns/

(noun) onafhankelijkheid, zelfstandigheid

Voorbeeld:

The country gained its independence in 1960.
Het land verwierf zijn onafhankelijkheid in 1960.

human right

/ˌhjuː.mən ˈraɪt/

(noun) mensenrecht

Voorbeeld:

Access to education is a fundamental human right.
Toegang tot onderwijs is een fundamenteel mensenrecht.

nation

/ˈneɪ.ʃən/

(noun) natie, land

Voorbeeld:

The United States is a diverse nation.
De Verenigde Staten is een diverse natie.

plot

/plɑːt/

(noun) complot, samenzwering, plot;

(verb) complotteren, beramen, plotten

Voorbeeld:

The police uncovered a plot to overthrow the government.
De politie ontdekte een complot om de regering omver te werpen.

state

/steɪt/

(noun) staat, toestand;

(verb) verklaren, stellen

Voorbeeld:

The United States is a large country.
De Verenigde Staten is een groot land.

majority

/məˈdʒɔː.rə.t̬i/

(noun) meerderheid, meerderjarigheid, volwassenheid

Voorbeeld:

The majority of people voted for the new policy.
De meerderheid van de mensen stemde voor het nieuwe beleid.

pm

/ˌpiːˈem/

(abbreviation) PM, namiddag

Voorbeeld:

The meeting is scheduled for 3 PM.
De vergadering staat gepland om 3 PM.

minister

/-stɚ/

(noun) minister, dominee, predikant;

(verb) verzorgen, dienen

Voorbeeld:

The Prime Minister announced new policies.
De premier kondigde nieuw beleid aan.

secretary

/ˈsek.rə.ter.i/

(noun) secretaresse, secretaris, minister

Voorbeeld:

My secretary handles all my appointments and correspondence.
Mijn secretaresse regelt al mijn afspraken en correspondentie.

spokesperson

/ˈspoʊksˌpɝː.sən/

(noun) woordvoerder

Voorbeeld:

The company's spokesperson announced the new policy.
De woordvoerder van het bedrijf kondigde het nieuwe beleid aan.

negotiation

/nəˌɡoʊ.ʃiˈeɪ.ʃən/

(noun) onderhandeling

Voorbeeld:

The negotiations between the two countries are ongoing.
De onderhandelingen tussen de twee landen zijn gaande.

opposition

/ˌɑː.pəˈzɪʃ.ən/

(noun) oppositie, weerstand, oppositiepartij

Voorbeeld:

There was strong opposition to the new policy.
Er was sterke oppositie tegen het nieuwe beleid.

policy

/ˈpɑː.lə.si/

(noun) beleid, richtlijn, polis

Voorbeeld:

The company has a strict policy against harassment.
Het bedrijf heeft een strikt beleid tegen intimidatie.

presidency

/ˈprez.ɪ.dən.si/

(noun) presidentschap, ambtstermijn

Voorbeeld:

He is running for the presidency.
Hij stelt zich kandidaat voor het presidentschap.

run

/rʌn/

(verb) rennen, lopen, werken;

(noun) loop, ren, periode

Voorbeeld:

She decided to run a marathon next year.
Ze besloot volgend jaar een marathon te rennen.

seat

/siːt/

(noun) zitplaats, stoel, zetel;

(verb) plaatsen, doen zitten

Voorbeeld:

Please take a seat.
Neem alstublieft plaats.

voting

/ˈvoʊ.t̬ɪŋ/

(noun) stemmen, stemming;

(adjective) stem, kies;

(verb) stemmen

Voorbeeld:

The voting process was smooth and efficient.
Het stemproces was soepel en efficiënt.

territory

/ˈter.ə.tɔːr.i/

(noun) grondgebied, gebied, territorium

Voorbeeld:

The country expanded its territory through conquest.
Het land breidde zijn grondgebied uit door verovering.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland