Vocabulaireverzameling B2 - Het komt in vele vormen en kleuren! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Het komt in vele vormen en kleuren!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) hoek, invalshoek, perspectief;
(verb) kantelen, richten
Voorbeeld:
(noun) bocht, kromme, curve;
(verb) buigen, krommen
Voorbeeld:
(noun) vorm, soort, formulier;
(verb) vormen, creëren, ontstaan
Voorbeeld:
(noun) bleekheid, vaalheid
Voorbeeld:
(noun) verf, kleurstof;
(verb) verven, kleuren
Voorbeeld:
(adjective) gebogen, krom;
(past participle) boog, kromde
Voorbeeld:
(adjective) horizontaal;
(noun) horizontaal, horizontale lijn
Voorbeeld:
(adjective) verticaal, loodrecht;
(noun) verticaal, loodlijn
Voorbeeld:
(adjective) parallel, vergelijkbaar;
(noun) parallel, tegenhanger;
(verb) parallelliseren, overeenkomen met
Voorbeeld:
(adjective) lichtgekleurd, licht van kleur
Voorbeeld:
(adjective) gevormd, vormig;
(past participle) gevormd, vormgegeven
Voorbeeld:
(adjective) diep, intens, laag;
(adverb) diep
Voorbeeld:
(adjective) bloedrood
Voorbeeld:
(noun) chocolade, chocolademelk, cacao;
(adjective) chocoladekleurig, donkerbruin
Voorbeeld:
(noun) koffie, koffiebonen
Voorbeeld:
(noun) citroen, mislukking, waardeloos product;
(adjective) citroengeel
Voorbeeld:
(adjective) marineblauw;
(noun) marineblauw
Voorbeeld:
(noun) kastanjebruin, bordeauxrood;
(verb) stranden, achterlaten
Voorbeeld:
(noun) viooltje, violet, paars;
(adjective) violet, paars
Voorbeeld:
(noun) roos;
(verb) rees, steeg
Voorbeeld:
(noun) kubus, klontje, blokje;
(verb) tot de derde macht verheffen, kuberen, in blokjes snijden
Voorbeeld:
(noun) vijfhoek, het Pentagon
Voorbeeld:
(adjective) ovaal;
(noun) ovaal
Voorbeeld:
(noun) piramide
Voorbeeld:
(noun) rechthoek
Voorbeeld:
(noun) bol, sfeer, gebied
Voorbeeld:
(noun) driehoek, triangel
Voorbeeld:
(adjective) hol, leeg, onoprecht;
(noun) holte, dal, depressie;
(verb) uithollen, uitgraven
Voorbeeld:
(adjective) puntig, scherp, gericht;
(verb) wees, aangewezen
Voorbeeld:
(adjective) steil, abrupt, hoog;
(verb) weken, trekken
Voorbeeld:
(noun) niveau, peil, vlak;
(adjective) vlak, waterpas;
(verb) egaliseren, vlak maken
Voorbeeld: