Vocabulaireverzameling B2 - Wij vertrouwen op God! in Niveau B2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'B2 - Wij vertrouwen op God!' in 'Niveau B2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) altaar
Voorbeeld:
(noun) kruis, kruising, hybride;
(verb) oversteken, doorkruisen, kruisen;
(adjective) boos, geïrriteerd
Voorbeeld:
(noun) atheïsme
Voorbeeld:
(noun) boeddhisme
Voorbeeld:
(noun) christen;
(adjective) christelijk
Voorbeeld:
(noun) christendom
Voorbeeld:
(noun) hindoe;
(adjective) hindoe, hindoeïstisch
Voorbeeld:
(adjective) Joods
Voorbeeld:
(noun) moslim;
(adjective) islamitisch, moslim
Voorbeeld:
(noun) heiden;
(adjective) heiden, heidens
Voorbeeld:
(noun) heer, meester, Heer;
(verb) tot heer verheffen, heerschappij geven;
(exclamation) Heer, God
Voorbeeld:
(noun) Bijbel, bijbel, standaardwerk
Voorbeeld:
(noun) evangelie, leer, geloofsleer
Voorbeeld:
(noun) hemel, firmament, zaligheid
Voorbeeld:
(noun) hel, ellende, marteling;
(exclamation) hel, verdomme
Voorbeeld:
(noun) zonde, schande;
(verb) zondigen
Voorbeeld:
(noun) ondeugd, gebrek, bankschroef;
(prefix) vice, plaatsvervangend
Voorbeeld:
(noun) gratie, elegantie, welwillendheid;
(verb) verfraaien, vereren
Voorbeeld:
(noun) trots, fierheid, hoogmoed;
(verb) trots zijn op, zich beroemen op
Voorbeeld:
(noun) hebzucht, gulzigheid
Voorbeeld:
(noun) lust, begeerte;
(verb) verlangen naar, begeren
Voorbeeld:
(noun) jaloezie, afgunst;
(verb) benijden, afgunstig zijn op
Voorbeeld:
(noun) luiheid, gemakzucht
Voorbeeld:
(verb) bekennen, toegeven, biechten
Voorbeeld:
(verb) omzetten, verbouwen, converteren;
(noun) bekeerling, overtuigde
Voorbeeld:
(verb) vergeven, kwijtschelden
Voorbeeld:
(noun) vertrouwen, trust, fiducie;
(verb) vertrouwen, toevertrouwen, aanvertrouwen
Voorbeeld:
(noun) duivel, demon, ondeugd;
(verb) kruiden, fijnmaken
Voorbeeld:
(noun) profeet, voorspeller, ziener
Voorbeeld:
(noun) minister, dominee, predikant;
(verb) verzorgen, dienen
Voorbeeld:
(noun) dienst, service, voorziening;
(verb) dienen, werken voor, serveren
Voorbeeld:
(noun) ziel, gevoel, passie
Voorbeeld:
(noun) conservatief;
(adjective) conservatief
Voorbeeld:
(adjective) spiritueel, geestelijk, religieus;
(noun) spiritual, gospelnummer
Voorbeeld: