Avatar of Vocabulary Set B1 - Persoonlijke Eigenschappen 1

Vocabulaireverzameling B1 - Persoonlijke Eigenschappen 1 in Niveau B1: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'B1 - Persoonlijke Eigenschappen 1' in 'Niveau B1' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

curious

/ˈkjʊr.i.əs/

(adjective) nieuwsgierig, benieuwd, merkwaardig

Voorbeeld:

The child was curious about how the toy worked.
Het kind was nieuwsgierig naar hoe het speelgoed werkte.

brave

/breɪv/

(adjective) moedig, dapper;

(verb) trotseren, doorstaan

Voorbeeld:

The brave firefighter rescued the child from the burning building.
De moedige brandweerman redde het kind uit het brandende gebouw.

strict

/strɪkt/

(adjective) streng, strik, strikt

Voorbeeld:

My parents were very strict about bedtime.
Mijn ouders waren erg streng over bedtijd.

silly

/ˈsɪl.i/

(adjective) gek, dom, onnozel

Voorbeeld:

Don't be silly, of course I love you.
Doe niet gek, natuurlijk hou ik van je.

proud

/praʊd/

(adjective) trots, hoogmoedig, arrogant

Voorbeeld:

She was very proud of her son's academic achievements.
Ze was erg trots op de academische prestaties van haar zoon.

experienced

/ɪkˈspɪr.i.ənst/

(adjective) ervaren, deskundig

Voorbeeld:

She is an experienced teacher with over 20 years in the classroom.
Zij is een ervaren lerares met meer dan 20 jaar ervaring in de klas.

positive

/ˈpɑː.zə.t̬ɪv/

(adjective) zeker, positief, duidelijk;

(noun) positief, dia

Voorbeeld:

I'm positive that I locked the door.
Ik ben zeker dat ik de deur op slot heb gedaan.

negative

/ˈneɡ.ə.t̬ɪv/

(adjective) negatief, ontkennend, schadelijk;

(noun) negatief, ontkenning

Voorbeeld:

She gave a negative answer to the proposal.
Ze gaf een negatief antwoord op het voorstel.

selfish

/ˈsel.fɪʃ/

(adjective) egoïstisch, zelfzuchtig

Voorbeeld:

It was selfish of him to take the last slice of cake.
Het was egoïstisch van hem om het laatste stukje cake te nemen.

miserable

/ˈmɪz.ɚ.ə.bəl/

(adjective) ellendig, ongelukkig, waardeloos

Voorbeeld:

She felt miserable after failing the exam.
Ze voelde zich ellendig na het zakken voor het examen.

talented

/ˈtæl.ən.t̬ɪd/

(adjective) getalenteerd, begaafd

Voorbeeld:

She is a very talented musician.
Ze is een zeer getalenteerde muzikante.

patient

/ˈpeɪ.ʃənt/

(adjective) geduldig;

(noun) patiënt

Voorbeeld:

You need to be more patient with your younger siblings.
Je moet geduldiger zijn met je jongere broers en zussen.

keen

/kiːn/

(adjective) enthousiast, gebrand, scherp;

(verb) klagen, weeklagen

Voorbeeld:

She's very keen on learning new languages.
Ze is erg enthousiast over het leren van nieuwe talen.

honest

/ˈɑː.nɪst/

(adjective) eerlijk, oprecht, rechtmatig

Voorbeeld:

He gave an honest answer to the question.
Hij gaf een eerlijk antwoord op de vraag.

cruel

/ˈkruː.əl/

(adjective) wreed, meedogenloos, pijnlijk

Voorbeeld:

It was cruel of him to tease the small child.
Het was wreed van hem om het kleine kind te plagen.

annoying

/əˈnɔɪ.ɪŋ/

(adjective) vervelend, irritant

Voorbeeld:

His constant complaining is very annoying.
Zijn constante geklaag is erg vervelend.

needy

/ˈniː.di/

(adjective) behoeftig, afhankelijk, arm

Voorbeeld:

She's a very needy person who always seeks validation.
Ze is een heel behoeftig persoon die altijd om bevestiging vraagt.

stubborn

/ˈstʌb.ɚn/

(adjective) koppig, eigenwijs, hardnekkig

Voorbeeld:

He was too stubborn to admit he was wrong.
Hij was te koppig om toe te geven dat hij fout zat.

cool

/kuːl/

(adjective) koel, cool, gaaf;

(verb) koelen, afkoelen;

(noun) koelte

Voorbeeld:

The evening air was pleasantly cool.
De avondlucht was aangenaam koel.

independent

/ˌɪn.dɪˈpen.dənt/

(adjective) onafhankelijk, zelfstandig, afzonderlijk;

(noun) onafhankelijke, zelfstandige

Voorbeeld:

The country gained its independent status in 1960.
Het land verwierf zijn onafhankelijke status in 1960.

ambitious

/æmˈbɪʃ.əs/

(adjective) ambitieus, eerzuchtig, uitdagend

Voorbeeld:

She is an ambitious young lawyer.
Zij is een ambitieuze jonge advocaat.

warm

/wɔːrm/

(adjective) warm, hartelijk;

(verb) opwarmen, verwarmen;

(adverb) warm, hartelijk

Voorbeeld:

The sun felt warm on my skin.
De zon voelde warm op mijn huid.

welcoming

/ˈwel.kəm.ɪŋ/

(adjective) gastvrij, welkom

Voorbeeld:

The villagers were very welcoming to the new arrivals.
De dorpelingen waren erg gastvrij voor de nieuwkomers.

sociable

/ˈsoʊ.ʃə.bəl/

(adjective) sociaal, gezellig

Voorbeeld:

She's a very sociable person who loves meeting new people.
Ze is een heel sociaal persoon die graag nieuwe mensen ontmoet.

generous

/ˈdʒen.ər.əs/

(adjective) gul, vrijgevig, ruim

Voorbeeld:

She is always generous with her time and help.
Ze is altijd gul met haar tijd en hulp.

gentle

/ˈdʒen.t̬əl/

(adjective) zachtaardig, vriendelijk, mild;

(verb) verzachten, kalmeren, temperen

Voorbeeld:

He has a very gentle nature.
Hij heeft een heel zachtaardig karakter.

understanding

/ˌʌn.dɚˈstæn.dɪŋ/

(noun) begrip, inzicht, medeleven;

(adjective) begripvol, meevoelend

Voorbeeld:

She has a deep understanding of the subject.
Ze heeft een diep begrip van het onderwerp.

skillful

/ˈskɪl.fəl/

(adjective) bekwaam, vaardig

Voorbeeld:

She is a skillful pianist.
Zij is een bekwame pianiste.

peaceful

/ˈpiːs.fəl/

(adjective) vredig, rustig, vredelievend

Voorbeeld:

The lake was calm and peaceful at dawn.
Het meer was kalm en vredig bij zonsopgang.

doubtful

/ˈdaʊt.fəl/

(adjective) twijfelachtig, onzeker, onwaarschijnlijk

Voorbeeld:

I'm doubtful about his ability to finish the project on time.
Ik ben twijfelachtig over zijn vermogen om het project op tijd af te ronden.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland