Avatar of Vocabulary Set A2 - Persoonlijkheid en Gedrag

Vocabulaireverzameling A2 - Persoonlijkheid en Gedrag in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst

De vocabulaireverzameling 'A2 - Persoonlijkheid en Gedrag' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...

Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland

Nu leren

behavior

/bɪˈheɪ.vjɚ/

(noun) gedrag, werking

Voorbeeld:

His rude behavior offended everyone.
Zijn onbeleefde gedrag beledigde iedereen.

personality

/ˌpɝː.sənˈæl.ə.t̬i/

(noun) persoonlijkheid, karakter, beroemdheid

Voorbeeld:

She has a very outgoing personality.
Ze heeft een zeer extraverte persoonlijkheid.

character

/ˈker.ək.tɚ/

(noun) karakter, aard, personage

Voorbeeld:

He has a strong character.
Hij heeft een sterk karakter.

shy

/ʃaɪ/

(adjective) verlegen, schuw, teruggetrokken;

(verb) gooien, werpen, schrikken;

(noun) schrikbeweging, terugdeinzen

Voorbeeld:

She was too shy to ask him to dance.
Ze was te verlegen om hem ten dans te vragen.

talkative

/ˈtɑː.kə.t̬ɪv/

(adjective) praatgraag, spraakzaam

Voorbeeld:

She's a very talkative person and loves to share stories.
Ze is een erg praatgraag persoon en houdt ervan verhalen te delen.

serious

/ˈsɪr.i.əs/

(adjective) serieus, ernstig, zwaar

Voorbeeld:

This is a serious matter that requires our full attention.
Dit is een serieuze zaak die onze volledige aandacht vereist.

strict

/strɪkt/

(adjective) streng, strik, strikt

Voorbeeld:

My parents were very strict about bedtime.
Mijn ouders waren erg streng over bedtijd.

funny

/ˈfʌn.i/

(adjective) grappig, humoristisch, vreemd

Voorbeeld:

He told a really funny joke.
Hij vertelde een echt grappige grap.

interesting

/ˈɪn.trɪ.stɪŋ/

(adjective) interessant, boeiend

Voorbeeld:

That was a very interesting book.
Dat was een heel interessant boek.

boring

/ˈbɔː.rɪŋ/

(adjective) saai, vervelend

Voorbeeld:

The lecture was so boring that I almost fell asleep.
De lezing was zo saai dat ik bijna in slaap viel.

exciting

/ɪkˈsaɪ.t̬ɪŋ/

(adjective) spannend, opwindend

Voorbeeld:

It was an exciting game that kept everyone on the edge of their seats.
Het was een spannende wedstrijd die iedereen op het puntje van zijn stoel hield.

wonderful

/ˈwʌn.dɚ.fəl/

(adjective) geweldig, prachtig, fantastisch

Voorbeeld:

We had a wonderful time at the party.
We hadden een geweldige tijd op het feest.

amazing

/əˈmeɪ.zɪŋ/

(adjective) geweldig, verbazingwekkend

Voorbeeld:

The view from the mountain was amazing.
Het uitzicht vanaf de berg was geweldig.

excellent

/ˈek.səl.ənt/

(adjective) uitstekend, voortreffelijk

Voorbeeld:

The food at the restaurant was excellent.
Het eten in het restaurant was uitstekend.

awesome

/ˈɑː.səm/

(adjective) geweldig, indrukwekkend, ontzagwekkend

Voorbeeld:

The view from the mountain top was absolutely awesome.
Het uitzicht vanaf de bergtop was absoluut geweldig.

kind

/kaɪnd/

(noun) soort, type;

(adjective) aardig, vriendelijk, lief

Voorbeeld:

What kind of music do you like?
Wat voor soort muziek vind je leuk?

quiet

/ˈkwaɪ.ət/

(adjective) stil, rustig, kalm;

(verb) kalmeren, tot rust komen;

(adverb) stil, rustig

Voorbeeld:

The library is a very quiet place.
De bibliotheek is een zeer rustige plek.

weird

/wɪrd/

(adjective) vreemd, raar

Voorbeeld:

That was a weird dream I had last night.
Dat was een vreemde droom die ik gisteravond had.

normal

/ˈnɔːr.məl/

(adjective) normaal, gebruikelijk;

(noun) normaal, standaard

Voorbeeld:

It's normal to feel nervous before a big presentation.
Het is normaal om nerveus te zijn voor een grote presentatie.

strange

/streɪndʒ/

(adjective) vreemd, raar, onbekend

Voorbeeld:

It's strange that he hasn't called yet.
Het is vreemd dat hij nog niet heeft gebeld.

nice

/naɪs/

(adjective) leuk, mooi, fijn

Voorbeeld:

We had a really nice time at the party.
We hadden een hele leuke tijd op het feest.

great

/ɡreɪt/

(adjective) groot, geweldig, uitstekend;

(adverb) geweldig, uitstekend

Voorbeeld:

The company achieved great success this year.
Het bedrijf behaalde dit jaar groot succes.

tough

/tʌf/

(adjective) sterk, taai, robuust

Voorbeeld:

This material is very tough and durable.
Dit materiaal is erg sterk en duurzaam.

unique

/juːˈniːk/

(adjective) uniek, enig in zijn soort, bijzonder

Voorbeeld:

Each person's fingerprints are unique.
De vingerafdrukken van elke persoon zijn uniek.

jealous

/ˈdʒel.əs/

(adjective) jaloers, beschermend, bezitterig

Voorbeeld:

She felt jealous of her friend's new car.
Ze voelde zich jaloers op de nieuwe auto van haar vriendin.

brilliant

/ˈbrɪl.jənt/

(adjective) briljant, geniaal, uitstekend

Voorbeeld:

She's a brilliant scientist.
Ze is een briljante wetenschapper.

creative

/kriˈeɪ.t̬ɪv/

(adjective) creatief, scheppend

Voorbeeld:

She has a very creative mind.
Ze heeft een zeer creatieve geest.

crazy

/ˈkreɪ.zi/

(adjective) gek, waanzinnig, enthousiast

Voorbeeld:

The man was acting crazy, shouting at passersby.
De man gedroeg zich gek, schreeuwend naar voorbijgangers.

perfect

/ˈpɝː.fekt/

(adjective) perfect, ideaal, volmaakt;

(verb) perfectioneren, volmaken, verbeteren

Voorbeeld:

She found the perfect dress for the party.
Ze vond de perfecte jurk voor het feest.

helpful

/ˈhelp.fəl/

(adjective) behulpzaam, nuttig

Voorbeeld:

The librarian was very helpful in finding the books I needed.
De bibliothecaris was erg behulpzaam bij het vinden van de boeken die ik nodig had.

fair

/fer/

(adjective) eerlijk, rechtvaardig, licht;

(noun) kermis, beurs;

(verb) verlichten, ophelderen;

(adverb) eerlijk, rechtvaardig

Voorbeeld:

The teacher was always fair to all her students.
De lerares was altijd eerlijk tegen al haar studenten.

rude

/ruːd/

(adjective) onbeleefd, grof, plat

Voorbeeld:

It's rude to interrupt when someone is speaking.
Het is onbeleefd om te onderbreken als iemand spreekt.

unhappy

/ʌnˈhæp.i/

(adjective) ongelukkig, verdrietig

Voorbeeld:

She felt unhappy after hearing the bad news.
Ze voelde zich ongelukkig na het horen van het slechte nieuws.

confident

/ˈkɑːn.fə.dənt/

(adjective) zelfverzekerd, zeker, overtuigd

Voorbeeld:

She felt confident about her presentation.
Ze voelde zich zelfverzekerd over haar presentatie.

scary

/ˈsker.i/

(adjective) eng, griezelig

Voorbeeld:

The movie was really scary.
De film was echt eng.

active

/ˈæk.tɪv/

(adjective) actief, energiek, van kracht

Voorbeeld:

He leads a very active lifestyle, always hiking and cycling.
Hij leidt een zeer actieve levensstijl, altijd wandelend en fietsend.

mild

/maɪld/

(adjective) mild, licht, zachtaardig

Voorbeeld:

She suffered a mild headache.
Ze had een milde hoofdpijn.

individual

/ˌɪn.dəˈvɪdʒ.u.əl/

(noun) individu, persoon;

(adjective) individueel, afzonderlijk, uniek

Voorbeeld:

Every individual has the right to express their opinion.
Elk individu heeft het recht om zijn mening te uiten.

certain

/ˈsɝː.tən/

(adjective) zeker, vaststaand, bepaald

Voorbeeld:

It's certain that he will win the election.
Het is zeker dat hij de verkiezingen zal winnen.
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland