Vocabulaireverzameling A2 - Noodzakelijke Werkwoorden 3 in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Noodzakelijke Werkwoorden 3' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(verb) optillen, verhogen, vergroten;
(noun) salarisverhoging, loonsverhoging
Voorbeeld:
(verb) reageren, chemisch reageren
Voorbeeld:
(verb) zich realiseren, beseffen, realiseren
Voorbeeld:
(verb) herkennen, erkennen, inzien
Voorbeeld:
(verb) aanbevelen, adviseren
Voorbeeld:
(noun) plaat, grammofoonplaat, record;
(verb) opnemen, vastleggen, registreren
Voorbeeld:
(verb) verwijzen naar, aanduiden, doorverwijzen
Voorbeeld:
(verb) verwijderen, afnemen, wegnemen
Voorbeeld:
(verb) vervangen, in de plaats komen van, terugplaatsen
Voorbeeld:
(noun) rapport, verslag, knal;
(verb) melden, verslag doen, rapporteren aan
Voorbeeld:
(verb) reageren, antwoorden, respons geven
Voorbeeld:
(noun) ring, cirkel, bel;
(verb) rinkelen, luiden, bellen
Voorbeeld:
(verb) rijzen, stijgen, opgaan;
(noun) stijging, opkomst, verhoging
Voorbeeld:
(noun) zeil;
(verb) zeilen, varen, zweven
Voorbeeld:
(verb) redden, behouden, sparen;
(noun) redding, behoudenis, besparing
Voorbeeld:
(verb) zoeken, doorzoeken;
(noun) zoektocht, doorzoeking
Voorbeeld:
(verb) lijken, schijnen, denken
Voorbeeld:
(verb) schudden, trillen, schokken;
(noun) schudden, trilling
Voorbeeld:
(verb) schreeuwen, roepen;
(noun) schreeuw, roep
Voorbeeld:
(verb) sluiten, dichtdoen, opheffen;
(adjective) gesloten, dicht
Voorbeeld:
(noun) bord, teken, aanwijzing;
(verb) ondertekenen, tekenen, gebaren
Voorbeeld:
(noun) ski;
(verb) skiën
Voorbeeld:
(noun) ster, beroemdheid, sterfiguur;
(verb) de hoofdrol spelen, schitteren;
(adjective) uitstekend, uitmuntend
Voorbeeld:
(verb) stelen, ontvreemden, sluipen;
(noun) diefstal, roof
Voorbeeld:
(verb) veronderstellen, aannemen, moeten
Voorbeeld:
(noun) tekst, geschrift, sms;
(verb) sms'en, een sms sturen
Voorbeeld:
(noun) das, stropdas, gelijkspel;
(verb) binden, vastmaken, gelijkspelen
Voorbeeld:
(noun) trein, sleep;
(verb) trainen, opleiden, oefenen
Voorbeeld:
(verb) bijwonen, volgen, zorgen voor
Voorbeeld:
(verb) houden, behouden, blijven;
(noun) donjon, burcht
Voorbeeld: