Vocabulaireverzameling A2 - Kleding en Accessoires in Niveau A2: Volledige en gedetailleerde lijst
De vocabulaireverzameling 'A2 - Kleding en Accessoires' in 'Niveau A2' is zorgvuldig geselecteerd uit standaard internationale lesboekbronnen, helpt je de vocabulaire in korte tijd onder de knie te krijgen. Volledige compilatie van definities, illustratieve voorbeelden en standaarduitspraak...
Leer deze vocabulaireverzameling op Lingoland
Nu leren(noun) mode, stijl, manier;
(verb) vormen, maken
Voorbeeld:
(noun) kleding, kledij
Voorbeeld:
(noun) blouse
Voorbeeld:
(plural noun) korte broek, short
Voorbeeld:
(plural noun) panty, maillot
Voorbeeld:
(noun) zak, enclave, gebied;
(verb) in zijn zak steken, op zak steken
Voorbeeld:
(noun) knoop, knop;
(verb) knopen, dichtknopen, op een knop drukken
Voorbeeld:
(noun) uniform;
(adjective) uniform, gelijkmatig
Voorbeeld:
(noun) paraplu, zonnescherm, overkoepelende organisatie
Voorbeeld:
(noun) accessoire, toebehoren, medeplichtige;
(adjective) medeplichtig
Voorbeeld:
(verb) kijken, observeren, opletten;
(noun) horloge, wacht, bewaking
Voorbeeld:
(noun) bril, glas
Voorbeeld:
(plural noun) zonnebril
Voorbeeld:
(noun) aktetas
Voorbeeld:
(noun) pet, muts, dop;
(verb) dichten, afsluiten, maximeren
Voorbeeld:
(noun) armband
Voorbeeld:
(noun) portemonnee, beurs
Voorbeeld:
(noun) ketting, keten;
(verb) ketenen, vastketenen
Voorbeeld:
(noun) oorbel
Voorbeeld:
(noun) ring, cirkel, bel;
(verb) rinkelen, luiden, bellen
Voorbeeld:
(noun) halsketting, ketting
Voorbeeld:
(noun) sieraden, juwelen
Voorbeeld:
(noun) parfum, reukwater;
(verb) parfumeren, geuren
Voorbeeld:
(adjective) los, loszittend, vrij;
(verb) loslaten, vrijlaten
Voorbeeld:
(adjective) strak, vast, dicht;
(adverb) strak, stevig, vast
Voorbeeld:
(verb) passen, zitten, passen bij;
(noun) pasvorm, passing, aanval;
(adjective) fit, in vorm, geschikt
Voorbeeld:
(phrasal verb) passen, aantrekken
Voorbeeld:
(phrasal verb) aantrekken, opzetten, aanzetten
Voorbeeld:
(phrasal verb) uitdoen, afdoen, opstijgen
Voorbeeld:
(noun) verandering, wijziging, wisselgeld;
(verb) veranderen, wijzigen, omwisselen
Voorbeeld: